Digitaal paleis Russen blikvanger in Venetië

Het thema common ground heeft bijna alle landen verleid tot mooie en prikkelende bijdragen aan de Biënnale in Venetië. Maar Nederland en Rusland gaan hun eigen weg.

Het Russisch paviljoen op het biënnaleterrein is veranderd in een hallucinerend digitaal gebouw. De oplichtende qr-codes op de tegels ontsluiten films.

De 13de Biënnale van de Architectuur, die deze week in Venetië opende, doet denken aan de Wereldtentoonstelling van 1937 in Parijs. Toen stonden de sterk op elkaar gelijkende, neoclassicistische paviljoens van nazi-Duitsland en de Sovjet-Unie als twee kemphanen tegenover elkaar. Op de Architectuurbiënnale zijn nu de inzendingen van Poetins Rusland en Obama’s Verenigde Staten elkaars tegenpolen.

De paviljoens van Verenigde Staten en Rusland op het biënnaleterrein in de Giardini lijken op elkaar: het zijn allebei koepelgebouwen, de een in klassieke Palladiaanse stijl, de ander in socialistisch-realistische stijl. Maar de inzendingen die ze nu bevatten kunnen niet meer van elkaar verschillen. De Verenigde Staten grepen het thema van de 13de Biënnale, Common Ground, aan om ruim honderd recente voorbeelden van ‘bottom-up’ stadsvernieuwing te laten zien, variërend van door buurtbewoners begonnen stadstuinen in probleemwijken als de New Yorkse Bronx, tot speelplaatsen met wipkippen van gerecycled materiaal in New Orleans. „Deze tentoonstelling viert de democratische verandering in steden, geïnspireerd door verwante activistische bewegingen in de hele wereld”, staat erbij als toelichting die ook nog laat weten dat burgers zelf de beste steden bouwen.

Het Russische paviljoen bevat de presentatie van een ouderwets, megalomaan topdownproject in de Sovjet-traditie: de bouw van het Skolkovo Innovatie Centrum, een nieuwe stad voor de informatiewetenschappen die nabij Moskou moet worden gebouwd. Voor de bouw van deze stad heeft de Russische staat verschillende van de ‘starchitects’ die de wereld kent aangetrokken, zoals Rem Koolhaas’ Office for Metropolitan Architecture, Herzog & De Meuron en David Chipperfield. Laatstgenoemde is ook de curator van deze editie van de Architectuurbiënnale.

Ook de vormgevingen van beide inzendingen zijn elkaars tegengestelden. De Amerikanen hebben gekozen voor een brave, ouderwetse architectuurtentoonstelling: het paviljoen hangt vol met zo’n 120 doeken, waarop een foto van elk project plus toelichting is gedrukt. De Russen hebben hun socialistisch-realistische tempel veranderd in een hallucinerend digitaal paleis. Van onder tot boven zijn de wanden, vloeren en plafonds bedekt met grote qr-codes die oplichten. Bezoekers krijgen een iPad die ze kunnen richten op een van de qr-codes waarna ze een filmpje over een deel van Skolkovo krijgen te zien. In een van die filmpjes duikt de huidige Russische premier en vroegere president Dimitri Medvedev op die het belang van een door de staat gebouwde Russisch ‘Silicon Valley’ onderstreept.

Met zijn autoritaire tentoonstelling heeft Rusland zich niets aangetrokken van Chipperfields thema. Ook de Nederlandse tentoonstelling heeft niet veel te maken met Common Ground. Interieur- en tuinontwerpster Petra Blaisse mocht van de curator van het Nederlandse paviljoen, de scheidende NAi-directeur Ole Bouman, paarse en zilvergrijze gordijnen ophangen aan zigzaggende gordijnrails. Van tijd tot tijd schuiven de gordijnen verder, zodat ze in het door Gerrit Rietveld ontworpen paviljoen uit 1954 steeds andere ruimtes omhullen. Volgens Bouman laten Blaisses bewegende gordijnen zien hoe leegstaande gebouwen als het door Gerrit Rietveld ontworpen paviljoen uit 1954 nieuw leven kunnen krijgen. Het is een vergezochte rechtvaardiging voor de gordijnen, die ontegenzeggelijk fraai zijn maar toch een magere bijdrage aan de biënnale vormen.

Met hun dwarse inzendingen staan Nederland en Rusland in een traditie. Bij elke architectuurbiënnale zijn er landen en architecten die het thema volstrekt negeren en hun eigen gang gaan. Maar op de 13de Biënnale vormen ze een opvallend kleine minderheid. Hoe vaag het thema Common Ground ook is, het heeft veel deelnemers weten te verleiden tot mooie en prikkelende bijdragen. Zelfs de koningin van de sterarchitecten, de Iraaks-Britse Zaha Hadid, heeft zich onderworpen aan het thema. In verschillende eerdere biënnales deed de primadonna van de avant-garde wat ze altijd doet en liet ze in gelikte shows haar dure, gladde ontwerpen zien waar de rijken der aarde zoals oliesjeiks zo verzot op zijn. Maar nu heeft ze in de haar toegewezen ruimte in het Arsenale ook de welvende ontwerpen opgenomen van twee van haar inspiratiebronnen, Felix Candala en Heinz Isler. Zo is Hadids expositie een van de vele die deze Architectuurbiënnale tot de beste in lange tijd maakt.

Internationale Architectuurbiënnale. T/m 25/11 in Giardini en Arsenale, Venetië. Geopend di t/m zo 10-19 uur. Inl: www.labiennale.org