De Bovenbazen (86)

Kwetal keek er fronsend naar, maar omdat hij de bedoeling niet begreep nam hij hoofdschuddend afscheid.

‘Het is vreemd,’ zei hij verontschuldigend. ‘Fut in een doosje? Nou, de reus Bommel zal het wel weten.’

Hij stapte de avondlucht in en heer Ollie zwaaide hem minzaam na, terwijl hij riep: ‘Zeker! Ik weet er alles van, hoor. Het komt in orde.’

Doch toen het ventje door een kromming van de weg aan het gezicht onttrokken was, verscheen er een verwarde trek op zijn gelaat.

‘Eh… wat?’ mompelde hij. ‘Wat weet ik eigenlijk, jonge vriend? Ik begrijp er niets van, als je begrijpt wat ik bedoel.’

‘Die Solium moet in de kluis, bij de futvoeder,’ zei Tom Poes. ‘Want dan kan de futvoeder gaan draaien en als die draait komt er beweging in de geldbal die daar ligt.’

Heer Bommel liet deze uitleg inzinken en knikte diepzinnig.

‘Als dat wiel draait komt er beweging in de kluis,’ prevelde hij. ‘Ja, ja, dat kan ik volgen. Maar wat heb ik daar aan? Waarom moet er beweging in komen?’

‘Om die geldbal kwijt te raken,’ zei Tom Poes. En hij legde in korte trekken uit wat secretaris Steenbreek hem over het geldwezen verteld had.