Daan Heerma van Voss leest een partijblad

Panache presenteert: aflevering 72 van de hitserie Daan Heerma van Voss leest een partijblad. Deze week: de PvdA.

Op de cover van het (de hemel zij geprezen) eenmalig uitgebrachte PvdA-blaadje wordt beloofd dat Diederik Samsom en Frank Evenblij (beter bekend als De bolle Jakhals) ‘ontwapenend’ hebben gesproken over het een of ander. Toen had ik al beter moeten weten.

Samsom vertelt dat hij bij Greenpeace wilde, nadat hij een boek van Thea Beckman had gelezen, Kinderen van Moeder Aarde. Samsoms samenvatting: ‘Groenland was op een mediterrane breedtegraad terechtgekomen en gesmolten. De eskimo’s hadden er een nieuwe beschaving opgebouwd. Maar ze hadden besloten het anders te doen.’

Moet je net de eskimo’s hebben, altijd hetzelfde liedje.

‘Ze maakten geen auto’s, want die vervuilen. En ze gingen in volledige harmonie met natuur en milieu en met elkaar om. Vrouwen hadden de macht, want mannen hadden het verkloot. Ik werd erin meegezogen.’

Nu is het voor politici al jaren modieus om onder de plak te zitten, maar komaan Diederik, als mannen en vrouwen iets gemeen hebben, is het hun vermogen de dingen te verkloten. Seksist.

Vooral de volledige harmonie die Samsom aansprak is zo beangstigend – een geheel overbodige adjectief. Het wordt me allemaal ineens duidelijk: de PvdA is een in-uit-sekte.

Als één man, solidair, met oog voor de zwakkeren, betrokken, eerlijk, draagkracht, investeren, meedoen, armoede aanpakken, leren & begrijpen, verheffen & ontplooien, verbroedering, veiligheid, voortrekkersrol, innovatie, goede voorbeeld: achtentwintig woorden voor sneeuw.

Allejezus, wat heb ik inmiddels een hekel gekregen aan de eskimokinderen van Diederik Samsom. Ik heb nog nooit zo snel een hekel gekregen aan blanke, hetero, niet-Joodse, boerkaloze mensen als aan de kinderen van Diederik Samsom. Ik vind dat ze heel erg gepest moeten worden, zowel het jongetje als het meisje, zowel die ene die niets mankeert als die andere, want in pesten ben ik een ware democraat.

Vraag van de interviewer: Hoe vaak zien ze jou? Of hoe vaak zie jij ze? (Let vooral op het verschil tussen die twee vragen: Evenblij wil kennelijk de mogelijkheid niet uitsluiten dat Samsom weleens in de bosjes ligt om zijn eigen kinderen te bespioneren.) Samsom: ‘Elke dag. Ik probeer bijvoorbeeld nooit ergens anders te overnachten.’

Probeer, hè?

Dan vraagt Evenblij of Samsom het erg vond kaal te worden. Samsom: ‘Het is vervelend. Ik heb het heel lang ontkend.’ Het doorvragen, bijvoorbeeld in de vorm van de vraag Eh, wat?, blijft uit.

De laatste vraag: Wanneer ben je het allergelukkigst?

Het antwoord: ‘Als we met zijn vieren in één bed Shrek II zitten te kijken.’

Wat hebben sociaal-democraten toch tegen Shrek I?