Chinezen rekenen op vriendin Merkel

Door de eurocrisis kan China zijn producten niet meer kwijt in Europa. Duitsland moet zorgen dat er snel een oplossing komt, kreeg bondskanselier Merkel in Peking te horen.

De jarenlange samenzang van China en Duitsland is gelijk een harmonisch duet uit een Pekingse opera. Deze bloemrijke overdrijving in het veelgelezen Chinese zakenmagazine Nanfang Renwu, moet verklaren waarom de Duitse bondskanselier Merkel voor de tweede keer dit jaar – een diplomatiek unicum – in Peking is.

Toen premier Wen Jiabao, met wie zij ook een persoonlijke band heeft, haar vroeg als de facto de leider van Europa en als „crisismanager” de toenemende Chinese zorgen over de eurocrisis te komen bespreken, aarzelde zij daarom geen moment.

De lange duur van de eurocrisis, de trage besluitvorming en de politieke verdeeldheid maken de leiders van de tweede economie van de wereld steeds nerveuzer. Europa is immers China’s grootste afzetgebied.

„Zij willen uit haar mond horen wat er gedaan wordt om een mondiale crisis te voorkomen en wat China mogelijk kan doen om te helpen”, zegt Liu Mingli van het Instituut voor Hedendaagse Internationale Relaties, een denktank van de communistische partij.

Liu en zijn team van Duits- en Franssprekende economen en historici, voorzien de Chinese leiders dagelijks van steeds somberder analyses over het financieel-economische klimaat in Europa.

Een ineenstorting wordt gevreesd, een catastrofe die volgens de Chinese Europa-watchers en adviseurs van de communistische partij zal leiden tot een mondiale financiële crisis met alle gevolgen van dien voor de wereldhandel en dus voor de Chinese economie.

De maandelijkse dalingen van de export naar Europa (en de VS) vertalen zich in de industriegebieden, in de delta’s van de Parelrivier en de Yangtze-rivier, nu al in faillissementen, bedrijfssluitingen en ontslagen. Vooral de zware industrie (machinebouw, scheepsbouw, staalsector) krijgt grote klappen en staat zware saneringen te wachten, stellen economische analisten als Arthur Kroeber van Dragonomics.

„De eurocrisis komt voor China op een heel slecht moment. Het land staat aan de vooravond van een zeer ingrijpende omschakeling van het exportmodel naar een model waarin de binnenlandse consumptie de motor moet worden. Een implosie van de eurozone en de daarmee gepaard gaande gevolgen voor de handel en de export zijn wel het laatste wat China kan gebruiken”, zegt Kroeber.

Hij denkt dat de groei van de Chinese economie aanzienlijk meer is verzwakt dan de officiële statistieken doen voorkomen en dat premier Wen Jiabao zich onlangs op bezoek in grote industriegebieden in het zuiden van China „kapot is geschrokken”. Kroeber: „Hij heeft daar alleen maar slecht nieuws gehoord van ondernemers en lokale bestuurders.”

Het zou verklaren waarom Wen Jiabao gisteren in het openbaar, met kanselier Merkel aan zijn zijde, verklaarde „zich persoonlijk grote zorgen te maken” over de eurozone en, ook al ongebruikelijk, in het openbaar advies gaf. „Het tempo van de uitvoering van de reddingsplannen moet omhoog”, zei hij tegen Merkel.

Net als de Amerikaanse regering wil China dat Europa orde op zaken stelt, en wel onmiddellijk. Wen Jiabao bleef er op aandringen dat Europa schulden saneert door middel van bezuinigingen op overheidsuitgaven. Hij adviseerde Duitsland probleemlanden in de eurozone als Italië, Spanje en Griekenland „onder de arm moeten nemen”. Bezuinigen en investeren in groei, luidt dus samengevat het Chinese advies.

Naar buiten toe verklaarden de Chinese leiders gerustgesteld te zijn door de ‘Europese crisismanager Merkel’. Maar of dat werkelijk het geval is zal moeten blijken.

In het verlengde van het sussen van de onrust in Peking ligt het tweede, evenzeer gevoelige deel van Merkels Chinese missie: de bede om financiële hulp. Dat is een uiterst lastig karwei, want de bestuurders van de Chinese staatsfondsen, het CIC met ruim 400 miljard dollar, staan na enkele financiële tegenvallers bekend om hun risicomijdend gedrag.

Eerdere slechte ervaringen met investeringen in euro-obligaties hebben de Chinezen kopschuw gemaakt. Boven staan zij onder druk om te voldoen aan hoge rendementseisen. Hoewel China geen democratie is, worden de bestuurders van de staatsfondsen allengs kritischer gevolgd door de media en moeten zij meer en meer rekening houden met de publieke opinie.

De Chinese staatsinvesteerders staan daarom niet te springen om de aan hun toevertrouwde financiële middelen te beleggen in slecht renderende euro’s, laat staan dat zij het zouden aandurven om – opnieuw – in Griekenland, Spanje of Italië te investeren in infrastructuur. Liever kiezen zij voor veelbelovende (energie-)projecten in Afrika, Latijns-Amerika en Aziatische buurlanden.

Hoe uitstekend de relaties tussen de grootste twee exportlanden ter wereld ook moge zijn en hoe groot het Chinese respect voor Duitslands economische prestaties ook is, op de vraag van Merkel of China niet meer euro-obligaties kan kopen, kwam een ontwijkend, voorwaardelijk antwoord: alleen als de schuldencrisis is beteugeld, luidde vrij vertaald het antwoord van de Chinese leiders op Merkels belangrijkste vraag.