VS nerveus over schietende ‘vrienden’

Steeds vaker schieten Afghanen in opleiding hun instructeurs neer. Dat is lang niet altijd op suggestie van de Talibaan, denkt de Navo. De stress onder militairen groeit.

Vrouwelijke soldaten uit Zweden en Finland op oefening. Via hen moeten de contacten met en controle op Afghaanse vrouwen verbeteren. Foto Reuters

Gevaarlijke patrouilles in onherbergzame gebieden, frequente raketaanvallen op hun basis en nauwelijks vertier. Het bestaan van buitenlandse militairen in Afghanistan, voorop de Amerikanen, was de laatste paar jaar toch al weinig benijdenswaardig. Maar de laatste maanden is hun leven nog zenuwslopender geworden: steeds vaker vuurt een Afghaanse militair of politieman – op papier bondgenoten – onverhoeds zijn geweer op hen leeg.

Elke week doen zich de laatste maanden zulke incidenten voor. In totaal zijn er dit jaar al 45 buitenlandse militairen op die manier om het leven gekomen. Deze week overkwam het drie Australische militairen in Uruzgan, eerder deze maand negen Amerikanen bij zeven verschillende incidenten. Onder hen drie Amerikanen die door een Afghaanse politieman gastvrij te eten waren gevraagd. „We zijn hier heel erg bezorgd over”, erkende president Obama vorige week.

In veel gevallen gaat het om Afghanen in opleiding die plotseling het vuur op hun instructeurs openen. De Amerikanen zijn hard bezig het Afghaanse regeringsleger op te leiden, zodat het na 2014 zelfstandig de Talibaan kan weerstaan. Ook Afghaanse rekruten zijn niet immuun voor het fenomeen van aanvallen van binnenuit: 53 van hen zijn dit jaar door collega’s doodgeschoten.

Zulke incidenten, soms aangeduid als ‘green-on-blue’, soms als ‘insider attacks’, zijn fnuikend voor het met zoveel moeite opgebouwde onderlinge vertrouwen. Van groot belang ook voor politici: ze ondermijnen het laatste restje goodwill bij het thuisfront voor de missie in Afghanistan. Dat liep in de VS toch al een nieuwe deuk op doordat deze maand het totale dodental in Afghanistan sinds 2001 de tweeduizend overschreed. Het duurde bijna negen jaar tot de teller op duizend stond, de tweede duizend volgde in 27 maanden.

De snelle stijging in de aanvallen van binnenuit valt samen met groeiende mentale problemen onder Amerikaanse militairen. Twintig procent van de ruim tachtigduizend militairen in Afghanistan zegt met ernstige psychische klachten te kampen. In juli pleegden 26 militairen in actieve dienst zelfmoord. Alleen al binnen het Marine Corps, dat veelvuldig wordt ingezet in Afghanistan, deden zich vorige maand acht zelfmoordgevallen voor. Die 26 vormden niet alleen een record, maar het cijfer lag ook hoger dan het aantal gesneuvelden te velde die maand. „Dit is een epidemie”, oordeelde de Amerikaanse minister van Defensie Leon Panetta in het Congres.

Het is niet bewezen dat die zelfmoorden en de psychische klachten samenhangen met de toegenomen stress waaronder de militairen in vooral Afghanistan verkeren, maar dat ligt wel voor de hand.

Om te voorkomen dat nog meer Amerikaanse en andere NAVO-militairen de dupe worden van zulke aanvallen, hebben de Amerikanen en hun bondgenoten maatregelen genomen. Zo lopen er nu op de basis zogenoemde ‘beschermengelen’ rond, bewapende Westerse militairen die extra scherp opletten bij alle contacten tussen Afghaanse en buitenlandse militairen en die ervoor zorgen dat de buitenlanders ook veilig kunnen slapen. Amerikanen mogen ook hun wapens meenemen in sommige Afghaanse ministeries.

De Afghaanse regering, die in verlegenheid is geraakt door deze ontwikkeling, heeft beloofd strenger te selecteren bij de rekrutering van nieuwe militairen. Honderden militairen die volgens de Afghaanse autoriteiten een neiging toonden tot radicalisering, zijn ontslagen. Ze zouden zich hebben verdiept in terroristische propaganda en frequent naar Pakistan zijn gereisd.

De regering van president Karzai wijst graag met de beschuldigende vinger naar de oostelijke buurstaat. Pakistaanse agenten zouden via de Talibaan Afghaanse militairen bewerken en zo infiltreren in het leger.

De NAVO stelt zich niet tevreden met zo’n simpele verklaring. Volgens haar gegevens zitten de Talibaan maar in één van de tien gevallen achter zulke incidenten. Negen van de tien keer gaat het om Afghaanse militairen die min of meer autonoom tot hun daad komen. Soms gaat het om een persoonlijke wraakexercitie, soms om militairen die tot de conclusie komen dat de buitenlandse aanwezigheid in Afghanistan verderfelijk is voor hun land. Een opvallende stijging van de schietincidenten deed zich voor na de verbranding van enkele korans op de grote Amerikaanse basis Bagram in februari van dit jaar.

Op de vraag hoe de Amerikanen, elf jaar na het begin van hun missie, zulke Afghanen alsnog duidelijk kunnen maken dat ze er met de beste bedoelingen zitten, heeft nog niemand een bevredigend antwoord.