Zomerlezen

Rebecca Skloot: Het onsterfelijke leven van Henrietta Lacks. Nieuw Amsterdam, 2011. 416 blz., € 24,95. Vertaling Ariëtte van Bennekum

De Amerikaanse arts George Gey (1899-1970) was een grote man met een droom: menselijke cellen kweken die zichzelf zouden delen, en zouden blijven delen. En na jaren ploeteren, toen niemand er meer in geloofde, slaagde hij daarin. In de reageerbuizen in de kelder van het Johns Hopkins Hospital in Baltimore, groeiden in 1951 ineens de cellen die hij kort daarvoor bij een 31-jarige, doodzieke zwarte vrouw had weggenomen.

De cellen zouden uitgroeien tot de bekendste cellijn ter wereld. Samen zouden ze nu vijftig miljoen ton wegen. De werking van talloze medicijnen is erop getest, ze zijn gebruikt om het effect van radioactieve straling op weefsels te onderzoeken, om genen op te sporen, ze zijn de ruimte ingeschoten en ze hielpen bij de ontwikkeling van vaccins.

Maar bij al dat onderzoek werd één mens vergeten: de zwarte vrouw die kort na het wegnemen van de cellen was overleden. In dit boek vertelt de Amerikaanse wetenschapsjournalist Rebecca Skloot nu haar verhaal. Dat gaat over baanbrekend medisch onderzoek en gebrekkige medische ethiek, over zwart en wit, over arm en rijk en over onverschilligheid. En het leidde tot een boek dat een ontroerend monument is: voor deze Henrietta Lacks, en voor het soms zo ondoordachte geploeter van medische wetenschappers.

Margriet van der Heijden