Wushutraining

Pilmeroth K 104 was wel de meest mysterieuze plaats die ik ooit in m’n navigatie had ingevoerd. Een vriend van me had er tijdens zijn vakantie iemand ontmoet die wushutraining gaf en hij had meteen geregeld dat we mee konden trainen. Hij was enthousiast toen hij me belde. Ik vroeg me vooral af of hij zeker wist dat het wushu was en hij wist het zeker. Ik zou de man eens moeten zien. Hij was broodmager en erg beroemd in de omgeving. Hij zag er uit als een kantoorklerk, maar wanneer hij je een hand gaf dan wist je wel beter. Bovendien had hij zijn vliegbrevet. Wat dat laatste er mee te maken had begreep ik niet, maar het was dan ook midden in de nacht toen hij me belde. Er was misschien wel meer dat ik had moeten vragen, maar het was nou eenmaal midden in de nacht en ik was inmiddels net zo enthousiast als die vriend.

Nog geen half uur later zat ik in de auto. Ik had nog vijf uur voordat ze zouden beginnen en Pilmeroth was vier uur rijden. Het was krap, en ik begreep eigenlijk niet waarom hij niet wat eerder had gebeld, maar ik kon het halen. Wushu. Naar mijn mening de hardste, maar in ieder geval de mooiste vechtsport die er is. En nu konden we het trainen. Vijf dagen. Bij een echte Shaolin monnik. Vier uur later was ik niet alleen nog steeds heel erg enthousiast, maar ook de enige persoon in heel Pilmeroth die wakker was. En ik had me vergist. De training was namelijk niet ’s ochtends om zeven uur, maar ’s avonds.

’s Avonds kwam pas de echte teleurstelling. Het gebouw waarin we zouden trainen was rood, groen en geel geschilderd met op de deur een afbeelding van een clown die door een wesp in zijn neus gestoken werd. Dat was waarschijnlijk omdat het gebouw eigenlijk gewoon een kleuterschool was. De zaal zelf zag eruit alsof hij nog door de Hitlerjugend als schietbaan was gebruikt en de cursisten waren allemaal vrouwen van wie degenen die daartoe nog in staat bleken, zonder uitzondering zwanger waren. De leraar was inderdaad broodmager en leek vooral op een kantoorklerk omdat hij er gewoon één was. Anderhalf uur lang liet hij ons lucht scheppen en bomen omhelzen. Bomen wegduwen moesten we ook. Waarom begreep ik niet. Maar waarschijnlijk kwam het omdat hij nou eenmaal geen wushu trainde, maar tai chi. Zoveel ellende konden we niet aan. Tijdens de pauze vertelde ik hem dat we weg moesten en dat mijn vader plotseling overleden was. Het was waar. In september al weer acht jaar geleden. Weg moesten we daar trouwens ook echt.

Taco Börger schreef deze zomer op donderdag columns voor de Zin-pagina. Vanaf volgende week is Paulien Cornelisse er weer met ‘Taal voor de mensen’.