Wat doet de lijsttrekker op een debatdag? Beetje rusten

Lijsttrekkers bereiden zich gedegen voor op een debat. Met veel zwevende kiezers is scoren belangrijk. Een goed verhaal moet in één minuut.

Op een dag als vandaag houden de meeste lijsttrekkers zich rustig. Ontspannen zich vooral wat. Om vanavond, tijdens weer een televisiedebat, uiterst geconcentreerd te kunnen zijn.

SP-leider Emile Roemer maakt graag een wandeling. Afgelopen zondag, voor het ‘premiersdebat’ van RTL, deed hij dat in een park in het Amsterdamse Bos en Lommer. Na zo’n ommetje gaat hij wat eten in een café, met een groepje mensen. Ze maken standaard onderling veel grapjes, zodat Roemer in de stemming komt voor het debat.

PvdA-leider Diederik Samsom doet op een ‘debatdag’ vooral huiselijke dingen: met zijn zoontje naar zwemles, pannekoeken bakken. Ook vandaag, voor het EO-lijsttrekkersdebat bij Knevel & Van den Brink. „De kinderen van school halen, dat soort dingen”, vertelt iemand uit zijn campagneteam. „Op de dag van zo’n debat moet je je vooral goed voelen. Voor hem betekent dat ravotten met zijn kinderen.”

Debatvoorbereidingen, campagnestrategieën, politici zeggen er liever niets over. Nu al helemaal niet, met minder dan twee weken voor de verkiezingen en nog zoveel zwevende kiezers te winnen. Campagnemedewerkers willen daarom amper met naam en toenaam in de krant. Hun tactieken verraden ze liever ook niet. Eén van hen zegt wel dat wie op de dag zelf nog moet nadenken over zijn boodschap, zich beter ziek kan melden. „Alsof een voetballer op de dag van de wedstrijd nog uitgebreid gaat trainen. Die is al moe voor hij moet beginnen. Hooguit bespreken we nog kort de thema’s van het debat, of de laatste nieuwtjes.”

De inhoudelijke voorbereiding gebeurt vooral in de maanden voor de verkiezingen. In 2010 vertelde Roemer dat hij in een huisje op Texel ging zitten blokken: de verkiezingprogramma’s van alle andere partijen in zijn hoofd stampen. Afgelopen zomer ging hij er ook een paar dagen heen. „Volgens mij heeft hij dit keer vooral in de tuin gezeten”, lacht één van zijn medewerkers.

D66 pakte het doorlichten van de verkiezingsprogramma’s van de andere partijen fanatieker aan. De medewerkers hebben afgelopen zomer alle programma’s in Excel-bestanden gezet, om ze gemakkelijk te kunnen vergelijken. En het campagneteam heeft alle andere lijsttrekkers nog eens bekeken. Nieuwsuitzendingen en televisieoptredens teruggekeken, om te bepalen wat de sterke en zwakke punten zijn. Hoe beter je weet waar de ander staat en hoe die reageert, hoe ontspannener je het debat ingaat, is de gedachte.

En trainen met behulp van rollenspellen? Daar doet D66-leider Alexander Pechtold niet aan. „Die werken vooral op onze lachspieren”, vertelt één van zijn medewerkers. Team-Samsom wil daar niets over kwijt, maar voor Job Cohen speelde Samsom zelf wel eens voor politiek tegenstander. Bij de SP doen ze überhaupt nooit aan rollenspelen. „Bij Jan Marijnissen en Agnes Kant ook niet. Authenticiteit, dáár gaat het om. Bovendien, deze lijsttrekkers kennen elkaar goed.”

Er zijn ook partijleiders die wél aan rollenspellen doen, nu en dan. Maar die brengen dat liever niet naar buiten. Zonde, zegt Roderik van Grieken, directeur van het Nederlands Debat Instituut. „Er hangt een zweem van zwakte omheen. Terwijl het in de VS normaal is om bekend te maken wie jouw tegenstander speelde. Je hoeft er niet bij te zeggen hoevéél je hebt getraind, natuurlijk.”

Waar alle lijsttrekkers wél op oefenen: de korte spreektijden die bij vrijwel alle debatten gelden. Een halve minuut over zorg. Eén minuut over de Europese crisis, arbeidsmarkt, wonen.

Klachten over dat format van ultrakorte spreektijden („Een oplossing voor de crisis láát zich niet simpel vertellen”) wuift Van Grieken weg. „Een helder verhaal in één minuut, dat mogen kiezers wel verwachten. Alleen vergt dat oefening.” Hij haalt Winston Churchill aan. Die zei ooit dat hij voor een uur spreektijd vijf minuten voorbereidingstijd nodig had, maar voor een tekst van vijf minuten zeker een uur.

Tot nu toe zijn de lijsttrekkersdebatten dit jaar van een hoger niveau dan bij eerdere verkiezingen, vindt Van Grieken. De partijleiders lijken het nut van een goede voorbereiding te zien. „Waar vroeger een korte, heldere boodschap werd verward met populisme, zien de partijen nu dat het gewoon werkt.” Als voorbeeld noemt hij PvdA-leider Job Cohen, in 2010. „Bij het Carré-debat kwam hij vlak voor de uitzending eens vragen wat het format precies was. Dat zou nu niemand meer overkomen.”