Voorstellen PVV en SGP ‘gaan lijnrecht in’ tegen rechtsstatelijke waarden

Foto NRC / Roel Rozenburg

In het verkiezingsprogramma van de PVV en de SGP staan punten die “lijnrecht ingaan” tegen de rechtsstatelijke waarden in Nederland. De voorstellen van de PVV en ook van de SGP over moslims kunnen de “minimale toetsing van rechtstatelijkheid niet doorstaan”, oordeelt een commissie die alle verkiezingsprogramma’s heeft doorgeplozen op rechtsstatelijke principes.

Het is voor het eerst dat een commissie onderzoek heeft gedaan naar de rechtstatelijke houdbaarheid van voorstellen die partijen in hun verkiezingsprogramma’s doen. Die commissie, onder voorzitterschap van Bert van Delden (oud-voorzitter van de Raad voor de Rechtspraak), heeft dat gedaan op verzoek van De Nederlandse Orde van Advocaten, de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie en de beroepsorganisatie van Gerechtsdeurwaarders. Het rapport, een quick scan van alle verkiezingsprogramma’s, werd vanmorgen gepresenteerd in Den Haag.

Commissie oordeelt hard over programma’s PVV en SGP

Over de PVV en SGP zijn de conclusies het hardst:

De PVV en in mindere mate ook de SGP bepleiten “verregaande beperkingen op de fundamentele vrijheden van moslims, die niet voor andere geloofsgroepen en burgers worden gesteld”. De PVV wil bijvoorbeeld een immigratiestop voor mensen uit islamitische landen. En bij de SGP heeft de commissie kritiek op de ongelijke behandeling op grond van seksuele geaardheid: omdat de partij het homohuwelijk wil afschaffen en de bestaande mogelijkheid van adoptie voor homoparen afwijst.

Ook bij sommige voorstellen die de VVD heeft over migratie zet de commissie haar vraagtekens:

De VVD wil bijvoorbeeld het recht van bijstand opheffen voor mensen die het Nederlands “niet goed genoeg” beheersen. Zo’n formulering leidt mogelijk tot willekeur, concludeert de commissie, en zulk beleid kan ook in strijd zijn met het gelijkheidsbeginsel uit de Grondwet.

Partijen gebruiken strafrecht meer voor maatschappelijke ‘delicten’

Meer in algemene zin blijkt dat partijen in hun verkiezingsprogramma’s vaker dan in 2010 naar het strafrecht verwijzen als oplossing voor maatschappelijke problemen. Vaak zien ze dat ook als oplossing voor moeilijk definieerbare problemen, schrijft de commissie, zoals hufterigheid en onfatsoen. “Dat roept vragen op over de afbakening van zulke ‘delicten’”, schrijft de commissie.

Verder zéggen veel partijen dat ze rechtsstatelijke waarden belangrijk vinden, maar dat klinkt dan niet altijd door in de concrete plannen op andere onderwerpen. Bij de PvdA bijvoorbeeld staat in het programma dat de partij een ‘snelle en adequate’ aanpak van kindermishandeling wil, waarbij ‘wetten en regeltjes’ niet in de weg moeten staan. De commissie vraagt zich af waarom die wetten in zo’n specifiek geval “buiten werking moeten worden gesteld of genegeerd zouden worden”.

Positief oordeelt de commissie over de vele voorstellen tegen discriminatie van, en geweld tegen bepaalde groepen, zoals homoseksuelen:

“En veel partijen maken mensenrechten en grondrechten tot leidraad voor hun nationale en internationale beleidsvoorstellen”.