Teruggevonden Entartete Kunst

Entartete Kunst, in 1937 afgepakt van het Museum für Kunst und Gewerbe, is weer te zien. Van de gehavende sculpturen gaat nog een grote zeggingskracht uit.

Edwin Scharff: toneelspeelster Anni Mewes in brons, 1917/1921

Als je niet beter wist zou je denken: wat een ongemeen expressief Etruskisch beeldje is dat. Maar het sterk geoxydeerde, vijftien centimeter hoge vrouwenfiguurtje is weliswaar opgegraven, maar al uit 1931. Weibliche Büste van Naum Slutzky is een van de vijf kunstwerken die als Entartete Kunst in 1937 werden afgepakt van het Museum für Kunst und Gewerbe (MKG) in Hamburg, en in 2010 bij de aanleg van een nieuwe metrolijn in Berlijn onverwacht werden ontdekt. Samen met elf andere opgegraven sculpturen, of althans delen daarvan, zijn die vijf nu te zien in het museum waar ze vandaan komen.

Max Sauerlandt was sinds 1919 directeur van het Museum, gehuisvest in een groot negentiende-eeuws gebouw nabij het Centraal Station van de grootste havenstad van Duitsland. Hij had een goede neus voor wat nieuw en belangrijk was en onderhield goede contacten met een reeks van contemporaine kunstenaars, vooral expressionisten, van wie hij regelmatig werk aankocht: Emil Nolde, Karl Schmidt-Rottluff, Richard Haizman, Rolf Nesch, Karl Ballmer en vele anderen. Hij gaf ze een prominente plaats: hun sculpturen verwelkomden de bezoeker in het monumentale trappenhuis van het museum. Critici noemden dat ‘de hellepoort’.

Toen de nazi’s in 1933 in Duitsland de macht overnamen, werd Sauerlandt direct per brief ontslagen: „de door U vertegenwoordigde richting in de kunst kan door de huidige regering niet gebillijkt worden”. Er meldden zich twee kunstambtenaren en een politie-officier met de schijnheilige boodschap dat sommige kunst in het museum agressie had opgeroepen bij het publiek, en aan het zicht moesten worden onttrokken om haar voor beschadiging te behoeden.

De onteigening van wat in nazi-jargon Entartete Kunst heette – kunst dus die in de ogen van de nieuwe machthebbers niet strookte met hun ideologische opvattingen over schoonheid, de Duitse volksgeest en hun mensbeeld – volgde in 1937. Een commissie van ‘deskundigen’ boog zich over de verzameling en de soms handgeschreven registers waarin de duizenden nummers tellende collectie nauwkeurig was beschreven. In totaal werden in Hamburg 122 werken als ‘entartet’ beoordeeld. Ze werden naar Joseph Goebbels’ Reichspropagandaministerium in Berlijn opgestuurd – grafiek, schilderijen, sculpturen.

De criteria van de commissie waren niet altijd duidelijk. Naum Slutzky’s ontwerpen voor sieraden werden onteigend, maar de sieraden zelf bleven in het museum. Anders dan je zou verwachten werd ook niet stelselmatig het werk van alle joodse kunstenaars onteigend: de sculpturen van Moissy Kogan mochten in Hamburg blijven, terwijl de kunstenaar zelf in 1943 in Auschwitz werd vermoord.

Wat er van die 122 in Hamburg in beslag genomen kunstwerken is geworden, is maar ten dele bekend. Een paar zijn gebruikt voor de beruchte tentoonstelling Entartete Kunst die in 1937 in München opende en daarna door Duitsland reisde, en het Duitse publiek moest overtuigen van de lelijkheid, belachelijkheid en de morele verwording van kunst van voor 1933, die bovendien door joden gedomineerd heette te zijn. Otto Freundlichs Kopf uit 1925 – waarvan de resten nu in Hamburg te bewonderen zijn – heeft op die tentoonstelling gestaan.

In 1941 vertoonden de Duitse bioscopen de antisemitische filmkomedie, Venus vor Gericht van regisseur Hans Zerlett over een ‘arische’ beeldhouwer die maker is van een Venus-sculptuur dat door de kunsthandel ten onrechte als een beeld uit de oudheid aan de corrupte staat is verkocht. Centraal in de samenzwering van de gevestigde kunstwereld tegen het schone en goede staat een joodse kunsthandelaar. Als rekwisieten heeft de filmmaker ‘echte’, in beslag genomen ‘entartete Kunst’ mogen gebruiken. En daar staat hij weer: de Kopf van Otto Freundlich.

De onverwachte vondst van zestien sculpturen in Berlijn was in 2010 een sensatie, maar de huidige tentoonstelling in Hamburg ontbeert elk triomfalisme. In 2010 werd eerst nog romantisch gedacht over de plaats van de vondst – een in 1945 weg gebombardeerd woonhuis waar iemand had gewoond die de kunstwerken in veiligheid had willen brengen. Maar al spoedig bleek het te zijn gegaan om een tijdelijke opslagruimte van het Reichspropagandaministerium, voor ‘entartete’ kunstwerken die men niet via de kunsthandel voor veel geld naar het buitenland had kunnen verkopen.

Evenmin is de tentoonstelling een hommage aan MKG-directeur Sauerlandt en zijn liefde voor de expressionisten. Kort na zijn ontslag poogde hij bij de nieuwe machthebbers in het gevlei te komen met een door de nazi’s gunstig ontvangen congrestoespraak over de ‘nieuwe kunst in de huidige tijd’.

Toch is Verlorene Moderne een prachtige tentoonstelling. Hoe van de meeste zwaar gehavende sculpturen toch nog een grote zeggingskracht uitgaat, is ontroerend – je wordt vanzelf kwaad over zoveel door ideologie en staat gedreven agressie tegen kunst. Het Hamburgse museum heeft bovendien het goede idee gehad de archeologische vondsten te omringen met soortgelijk werk, soms van dezelfde kunstenaars, dat in 1937 wél in het museum bleef. Dat verzoent je een beetje met de 117 vermoedelijk voor eeuwig verdwenen kunstwerken, waarvan de namen op de muur staan.

Aanwezig zijn bijvoorbeeld de sieraden van Slutzky maar ook vier fascinerende maskers van de expressionistische theatermakers Lavinia Schulz en Walther Holdt uit de jaren twintig. Die laatste kunnen we zien omdat in de jaren dertig een museummedewerker ze heeft verstopt in een ongemerkte kist op de eindeloze zolders van het enorme gebouw – zo goed verstopt dat ze pas in de jaren tachtig zijn herontdekt. Toch nog een daad van verzet.

Verlorene Moderne. Der Berliner Skulpturenfund. Museum für Kunst und Gewerbe, Hamburg. Tot 7/10. Inl. mkg-hamburg.de De film Venus vor Gericht is deels op YouTube.