’t CDA terug? Dat gaat nog even duren

Meedoen in een gedoogkabinet bracht het CDA geen electoraal herstel – integendeel. „De prijs is hoog geweest”, zegt lijsttrekker Sybrand van Haersma Buma. Nu is het bouwen aan de ‘nieuwe’, sterke middenpartij. Dat duurt nog wel even, verwacht hij.

Illustratie Sebe Emmelot

Decennialang leverde het CDA de minister-president. Maar tijdens het zogenoemde ‘premiersdebat’, afgelopen weekend, was Sybrand van Haersma Buma thuis. Sterker, hij zat boven en zijn vrouw beneden. „Ze wilde Zomergasten zien.”

Daar zat de CDA-leider dan, op zijn werkkamer in Voorburg, met een „heel oud vervelend tv’tje” terwijl hij wat werkjes afhandelde. Even verderop in de gang keek zijn tienerzoon Hawaii Five-0, een Amerikaanse politieserie, op zijn eigen slaapkamer. „Mijn gezin gaat toch geen debatten kijken?”

Het valt ons op dat u in interviews vaak ontwijkend en vaag antwoordt.

„Jullie zijn de de eersten die dat zeggen. Ik vind mezelf niet per se direct of indirect. Ik geef gewoon antwoord op vragen. Ik kan daar dus slechts een ontwijkend antwoord op geven.” Hij begint te lachen.

De afgelopen twee jaar

U heeft duidelijk gemaakt dat Wilders u teleurgesteld heeft. Bent u ook teleurgesteld in die andere partner, Mark Rutte?

„Rutte is heel pragmatisch. Ik ben meer ideologisch, zoals dat volgens mij hoort in politiek. Als je niet ideologisch bent, heb je misschien veel vrienden, maar blijft wel de vraag: wat wil je nou met het land?”

PvdA-leider Diederik Samsom verweet Rutte bijgedragen te hebben aan de polarisatie van het land.

„Dat verwijt zou ik hem niet maken.”

De vraag was eigenlijk: verwijt u het uzelf?

„Als ik het Rutte niet verwijt, hoef ik het mezelf ook niet te verwijten. Het doel was mensen die zich tegen de politiek keerden en PVV stemden, duurzaam mee te laten doen. Dat is natuurlijk helemaal misgegaan met het ontploffen van de gedoogcoalitie. Het eindigde met niets.”

Kabinetsdeelname heeft uw partij stemmen gekost. Na twee jaar ruzie is er nog geen herstel in zicht – integendeel.

„Het heeft erg veel pijn gedaan in de partij, die pijn is niet meer weggegaan.”

Was dat het allemaal waard?

„Dat vind ik heel moeilijk te zeggen. Ik weet nog steeds waarom ik het deed. En na de val heb ik gezegd: ik doe het niet nog een keer. De prijs is hoog geweest.”

U was een drijvende kracht achter samenwerking met de PVV. Na de val van het kabinet nam u snel afstand. Waarom?

„Ík ben dezelfde gebleven. Maar binnen de partij zelf wilden de leden vooruit, iets anders zien. Iedereen mag mij erop aanspreken. Ik heb niets te verbergen.”

Het CDA heeft een nieuwe leider, een vernieuwde kandidatenlijst, een nieuwe koers. Maar het vijfde verkiezingsverlies op rij dreigt. Wat wil de kiezer dán van het CDA?

„Het vertrouwen moet stap voor stap terugkomen, en de helling is heel steil.”

Volgens CDA-voorzitter Ruth Peetoom komen de verkiezin gen te snel voor de partij.

„Dit is een langetermijnproject. Of we nou vijf zetels minder halen, of tien. De vernieuwing in de fractie doet me denken aan 1998, toen we ook een nieuwe lijst hadden. Dat ging met vallen en opstaan. Maar dat waren wel Jan Peter Balkenende, Camiel Eurlings, Gerda Verburg. Mensen met wie we twaalf jaar het CDA hebben geleid.”

Nog twee jaar wachten, en dat staat het nieuwe CDA er?

„Euh, zo makkelijk is dat niet.”

Hoe lang duurt het dan?

„Jullie weten dat je dat antwoord niet kunt geven. Ik kan wel zeggen dat er perspectief is.”

Dat is een moeilijk signaal aan de kiezer. Die denkt nu: ik kom wel terug als ze hun zaakjes op orde hebben.

„Het CDA moet van ver komen, dat erken ik. Dit project valt niet met wat voor uitslag of peiling dan ook te meten. Het gaat om de christen-democratie in de 21ste eeuw.”

Waar ik voor sta

U probeert in deze campagne een punt te maken van wat u ‘een nieuwe moraal’ noemt. Kan dat concreter?

„Moraal kun je niet in regels vangen, of in wetten. Ik vind juist dat de discussie over de moraal te vaak wordt gevoerd met ‘er is een regel en daar moet je je aan houden’. Maar daarvóór komt de vraag: wat denk je zelf dat verantwoord is?”

U wilt dat bankiers niet handelen in dubieuze producten. Moet de politiek dan niet zeggen wat ‘dubieus’ is?

„Het is heel simpel: wat gij niet wilt dat u geschiedt, doe dat ook een ander niet. Dat is niet in wetten en regels te vatten, politiek moet meer zijn dan dat. En dit vind ik niet iets ontwijken, hè?”

Alle partijen zeggen dat burgers zich fatsoenlijk moeten gedragen. Waarmee onderscheidt het CDA zich dan precies?

„Dat ontbreekt juist ontzettend! Heb je Rutte ooit over de moraal horen praten? De VVD heeft het alleen maar over de ontplooiing van het individu. Wij willen een antwoord op de ik-cultuur, op het gegraai. Een nieuw kabinet kan alle maatregelen nemen die het wil, maar zonder appèl over hoe je met elkaar omgaat, ontbreekt de helft.”

Helpt u ons eens een handje. Mag je een kind van een ander tot de orde roepen?

„Dat kan, dat doe ik weleens. Als het tenminste voortkomt uit positieve overwegingen. Alleen: niet ieder kind op straat. En er moet een aanleiding zijn.”

Of stel dat iemand op straat naar je vriendin sist...

„Sissen is niet verboden, maar het is niet normaal. We zitten er allemaal mee. Je kunt iemand aanspreken. Of de politie bellen. Maar we gaan er niet zelf op slaan.”

Mag je een inbreker die binnenkomt wél slaan?

„Nee. Maar dan kom je al snel in het strafrecht. Zomaar slaan mag niet en werkt niet. Jezelf verdedigen mag wel.”

Voor Mark Rutte is dit een dierbaar punt.

„Ja. En hij heeft ook nooit kunnen zeggen waar de grens dan voor hem ligt. Stel, mijn buurman belt aan, ik sla hem in elkaar en zeg: ja, hij was aan het inbreken!”

Of deze: moeten leerlingen ‘u’ zeggen tegen een docent?

„Nee. Dat moet de school... Wacht, ze zeggen toch al u? Ik vind dat het aan de school zelf is wat daar de norm is. Mijn norm gaat niet over ‘je’ of ‘u’ zeggen, maar over respect tegenover de leraar.”

Na 12 september

U kwam terug op CDA-standpunten over kinderopvangtoeslag en langstudeerboete. Wat is de volgende draai?

„Noem het zoals je wil. Ik maak keuzes en die wijken soms af van het verleden. Mijn CDA moet geen compromissen meer verdedigen alsof het eigen keuzes zijn.”

U wekt de indruk dat het CDA om electorale redenen een aantal standpunten wilde lozen die niet zo populair zijn.

Lachend: „En dan halen we ze nog niet eens binnen ook!” Serieus: „Maar toch ga ik de volgende keer die keuze weer maken. Ik hoor wel wat ze ervan vinden.”

Waarom zien we vicepremier Verhagen niet in de campagne?

„Hij is wel heel druk bezig.” Hij kijkt naar zijn voorlichter en vraagt: „Hij doet wel campagnedingen?”

Zou Verhagen terug mogen komen in een nieuw kabinet?

„Ja.”

Andere partijen zeggen simpelweg: wij worden de grootste. Wat wordt in dat hypothetische geval dan uw rol?

„We worden de grootste niet, die kans is heel klein. Dat realiseer ik me drommels goed. Ik wil niet dat het CDA telkens praat over: wie wordt de grootste, wie levert de premier?”

Is het geen raar signaal, zo’n gering ambitieniveau?

„Ik kan de peilingen ontkennen en zeggen: het gaat goed. Ik kan ook realistisch zijn. Ik zou mezelf overschreeuwen als ik me zou aansluiten bij de vier, vijf, zes kandidaat-premiers.”

De rol die u graag wil hebben als redelijke derde tussen SP en VVD wordt op dit moment al gespeeld door Samsom.

„Diederik Samsom laat duidelijk zien dat je vanuit het midden goede politiek kan voeren. Dat spreekt me aan. Polariseren, zoals Rutte en Roemer doen, hoeft helemaal niet. Het is niet de The Voice of Holland.”

U bent voor sterke middenpartijen. Helpt u de kiezer eens een beetje. Moet hij stemmen op de SP of de PvdA?

„Het gaat erom wie zijn verantwoordelijkheid neemt, dat is niet te voorspellen. De PvdA staat natuurlijk dichter bij ons dan de SP. Middenpartijen hebben meer oog voor hoe we uit de crisis komen dan partijen op de flanken.”

En als de kiezer twijfelt tussen VVD of PVV?

„Dat is een ander verhaal, omdat ik niet meer wil samenwerken met de PVV. Dus zeg ik tegen die kiezer: stem VVD. Verder is dat weer zo’n vraag waarop ik het antwoord niet kan geven. Misschien flauw, maar het is niet anders.”

Het is zoals op Facebook: kiezers willen zien wie uw vriendjes zijn.

„Politiek gaat niet over vriendjes. Politiek gaat over idealen.”