Ravi vindt zijn eigen geluid

Ravi Coltrane: Spirit Fiction

jazz ****

De vergelijkingen met zijn in 1967 overleden vader hebben Ravi Coltrane als muzikant in het begin vooral lamgelegd. Dat is niet zo verwonderlijk, de opvattingen van de fabelachtige tenorgigant John Coltrane zijn een maatgever geworden in de jazz. Saxofonist Ravi was op tenor en sopraan weliswaar een aardige sideman en zijn soloalbums waren prima, maar wat hij bracht was zeker niet opzienbarend of vernieuwend. Wat daarbij ook niet hielp was dat Ravi veel optrad met musici die alles met zijn vader te maken hadden. Neem Elvin Jones, de drummer die John Coltrane flink opjoeg, of pianist McCoyTyner, improvisator in de legendarische Coltrane-band.

Pas de laatste jaren heeft Ravi meer zijn eigen geluid gevonden. Met een debuut op Blue Note staat de 45-jarige Ravi Coltrane nu definitief op eigen benen. Hij weet wat hij wil zeggen en het verleden is wat minder belangrijk.

Spirit Fiction nam hij met twee groepen op: zijn eigen kwartet (pianist Luis Perdomo, bassist Drew Grass en drummer E.J. Strickland) met wie hij al lang werkt, en een superkwintet met pianiste Geri Allen, trompettist Ralph Alessi, bassist James Genus en drummer Eric Harland. Op een paar nummers speelt ook Joe Lovano mee.

Twee bands betekent twee richtingen: van aangename, om de melodie draaiende, gestroomlijnde postbop (zoals een interpretatie van Paul Motians Fantasm) naar wat vrijere, abstractere duikelingen, als in Ornette Colemans Check Out Time. Dat maakt dit een tamelijk verdeeld album waarop met een schepnet tal van ideeën (niet alleen in stijl maar ook in opnametechniek) zijn binnengehaald. En toch stoort dat niet.

Ravi is geen orkaanblazer. Juist met zijn ingetogen geleidelijk aanzwellende sound trekt hij over de streep. Het maakt duidelijk uit door wie hij zich laat begeleiden. Is het adequaat ritmisch, dan levert de saxofonist mooie lijnen. Is het hoekiger en druk, dan komt hij duidelijk buiten zijn comfortzone: expressiever, contrastrijker en met meer dwarsverbanden.

Zo kunnen op dit album veel kanten van hem worden ontdekt. Een kleine improvisatieparel is Spring & Hudson: Coltrane alleen met drummer Strickland.