Politiek, als altijd

Het Filmfestival van Venetië ging gisteren van start. Met een nieuwe directeur.

Filmrecensent

Rotterdam. Is ex-premier Silvio Berlusconi preuts geworden? Berlusconi, als in bunga bunga? Vorige week opende Berlusconi’s zender TG 24 plots de aanval op het filmfestival van Venetië, dat gisteren begon. Strikt voor volwassenen, aldus de zender. Met films vol ontaarde seks, bruut geweld en aanvallen op religie.

Alsof het er vorige jaren zo braaf aan toeging in Venetië. Toen hoorde je Berlusconi’s media er nooit over. Maar ja, toen was zijn mannetje Marco Müller er directeur, nu is dat Alberto Barbera. In december vertrok Müller onverwachts, na acht zeer succesvolle jaren. Dat had te maken met meningsverschillen over de koers, maar vooral met partij, clan en patronage.

Müller leefde al enige tijd in onmin met president Paolo Baratta van de Biënnale van Venetië, waaronder zijn festival valt. Berlusconi wilde deze Baratta vorig jaar vervangen door een bevriend zakenman. Maar Berlusconi trad af op 16 november, Baratta bleef, Müller vertrok en Barbera kwam. Een zoete comeback voor de laatste: na drie goede edities werd Barbera zelf in 2001 als festivaldirecteur abrupt opzij geschoven door Berlusconi, die toen ook diens beschermheer Baratta verdreef. Nu zitten beide heren weer ferm in het zadel in Venetië.

Acht jaar Müller: het is ook wat lang voor een directeur in Venetië. Doorgaans is het al na twee tot drie jaar voorbij. De post is een schietstoel, met hyperkritische Italiaanse journalisten en bemoeizuchtige politici die beurtelings op de rode knop drukken. Omdat een directeur te links, te pro-Hollywood, te snobistisch is – of gewoon verkeerde vrienden heeft. Politieke inmenging hoort al sinds 1938 bij het festival, toen ieders favoriet, het pacifistische La grande illusion van Jean Renoir, verloor van Leni Riefenstahls nazipropaganda Olympia en een Italiaanse productie. Frankrijk besloot toen in Cannes een onafhankelijk festival op te richten.

Achter het vertrek van Müller zitten ook serieuze geschillen. Venetië is het enige grote filmfestival zonder markt en dat wilde Müller zo houden. Filmkopers en verkopers, producers en geldschieters sluiten nu hun herfstdeals in Toronto, het grote Noord-Amerikaanse publieksfestival dat een week na Venetië begint. Het Lido, een eiland vol witte stranden voor Venetië, moest met zijn schaarse, ondermaatse en dure hotelkamers geen geld en energie steken in een hopeloze concurrentiestrijd met Toronto, vond Müller. Dat gaat zijn opvolger alsnog doen: Barbera laat dit jaar ruim honderd filmbonzen invliegen om in het pseudo-Moorse hotel Excelsior zaken te doen in wat voorlopig een ‘Filmmarkt Light’ heet.

Ook het bestuurlijke fiasco rond het nieuwe Palazzo del Cinema verzuurde de relatie tussen Müller en het presidium van de biënnale. Deze zomer werd een deel van de bouwput dichtgegooid die na vier jaar en 37 miljoen euro verlies de bijnaam Ground Zero had. Daar zou ‘De Steen’ komen, een organisch ogend, bronzen bioscoopcomplex dat het nieuwe hart moest worden van het krakkemikkig gehuisveste filmfestival. Het oude hoofdkwartier, een casino van bars beton uit de Mussolinitijd, is lek als een mandje; het belendende, modernistische Palazzo del Cinema uit 1937 heeft zonder rode loper en gekleurd licht de allure van een koekjesfabriek. Maar na de eerste steen in 2008 liep alles rond De Steen mis. De financiering was te optimistisch, milieuactivisten liepen te hoop tegen het kappen van 132 bomen en de bouwplaats bleek ooit een illegale dump voor asbest geweest. Dat dreef de kosten nog eens op met 15 miljoen euro: Rome trok de stekker uit het project. Doel is nu renovatie van het bestaande en een ‘Palazetto del Cinema’ (Cinemapaleisje) van één zaal.

Teleurstellend, maar directeur Barbera hield het positief. Ondanks zijn door bezuinigingen geslonken budget, dat deels aan de nieuwe filmmarkt opgaat, kwam hij met een waardig aanbod. Veel Amerikanen, met als blikvangers Paul Thomas Anderson en diens Scientologyfilm The Master en To the Wonder van de schuwe maestro Terrence Malick; voorts veteranen als De Palma, Robert Redford en Spike Lee plus festivalfavorieten als Ulrich Seidl, Kim Ki-duk, Olivier Assayas en Ramin Bahrani. Al heeft Barbera het aantal films op het programma wel teruggebracht. Broodnodige disciplinering, stelde hij eind juli: Venetië is een ‘grand old lady’ die toe is aan een opfrisbeurt. Hij deelde indirect katten uit aan zijn omnivore voorganger Müller en aan rivaal Toronto met zijn 350 films. In Venetië sneeuwen goede films niet langer onder in overaanbod: andere festivals lijden aan ‘boulimie’, stelde Barbera.

De beste verdediging is de aanval, zal Barbera denken. Want Müller werpt een lange schaduw: hij zette in acht jaar een soepel georganiseerd filmfestival met een rustig chique, insiderachtige charme neer; met in zijn programmering altijd een mooie balans tussen Hollywoodglamour, kunstfilms en cultfilms. En ver weg is hij niet: afgelopen lente werd Müller directeur van het jonge, rijke en ambitieuze filmfestival van Rome. Wie weet maakt hij ooit zijn eigen comeback aan het Lido.