Karig duurt niet het langst

Labmuizen leven langer op een karig dieet. Geldt dat ook voor mensen? Voor resusapen gaat het in elk geval niet op, blijkt uit langdurig Amerikaans onderzoek.

Twee 27 jaar oude resusapen die gebruikt werden voor het experiment met calorische restrictie. De linkeraap kreeg jarenlang een karig dieet. Foto NIA

Rimpels, slappere spieren, haperende hersenen, hartkwalen of kanker en ten slotte de dood. Studies met proefdieren wezen er tot nu toe op dat er één manier is om veroudering uit te stellen: heel weinig eten. Maar de publicatie van een studie met resusapen, vandaag in Nature, zet het vermeende spectaculaire effect van ‘calorische restrictie’ op losse schroeven.

Labmuizen en labratten die heel weinig, maar nog net voldoende te eten krijgen, leven langer. Dat is sinds de jaren tachtig bekend. De knaagdieren krijgen ook minder vaak kanker, minder hartziekten, minder nierklachten. Een half jaar extra op het twee-, driejarige leven van labmuizen was in die studies niet ongewoon.

Bij allerlei ongewervelde proefdieren (fruitvliegen, wormpjes) werkt het ook. Het karige dieet lijkt, simpel gezegd, met de energiehuishouding ook het levensritme van de dieren te veranderen. Uitzoeken hoe dat fysiologisch werkt, is nog steeds een levendige tak van onderzoek .

Sindsdien is de grote vraag: geldt het heilzame effect van calorische restrictie (CR) ook voor mensen?

Eind jaren tachtig zijn in de VS twee grote studies met resusapen opgezet om die vraag zo goed mogelijk te beantwoorden, de ene bij de Universiteit van Wisconsin, de andere bij het National Institute on Aging (NIA). Resusapen leven gemiddeld in gevangenschap 27 jaar en de oudste worden wel over de 40. Het was onderzoek van de lange adem, dat was duidelijk.

Pas nu zijn in beide studies de helft van de apen dood – dat is genoeg om duidelijke verschillen te zien. En nu blijkt dat de apen in geen van beide studies langer leefden op hun strenge dieet.

Vandaag brengt Nature de resultaten van de NIA-studie. 120 apen werden ervoor gebruikt, waarvan de helft een dieet kreeg met 30 procent minder calorieën. Sommige apen waren bij het begin van de studie nog jong, andere al ruimschoots op middelbare leeftijd. Maar hoe vroeg er ook met calorische restrictie werd begonnen, het had op de levensduur van de apen geen effect. Krijgen ze dan minder of later ouderdomsziekten? Het lijkt erop, maar de verschillen zijn zo klein dat het ook een kwestie van toeval kan zijn.

„Ik ben niet zo verrast”, reageert hoogleraar erfelijkheidsleer Bas Zwaan van de Wageningen Universiteit. „Het is langzamerhand wel duidelijk dat de effecten van calorische restrictie bij complexe dieren subtiel zijn.” Bioloog Zwaan doet onderzoek naar de relatie tussen energiehuishouding en levensduur.

Hij tekent aan dat hij en vakgenoten na de eerste spectaculaire resultaten met muizen ook vaak géén of maar een klein effect van CR hebben waargenomen. „Of het werkt, is afhankelijk van de genetica van proefdieren, van hun huisvesting, hun jeugd en de precieze samenstelling van hun dieet. Deze apenstudies laten zien: het ligt niet simpel.”

In juli 2009 zag de zaak er nog heel anders uit. Toen publiceerde Science het onderzoek uit Wisconsin van Richard Weindruch, CR-onderzoeker van het eerste uur. Zijn resultaten werden destijds gezien als hoopgevend, zij het niet helemaal helder. Zijn apen op dieet waren gezonder én ze gingen minder dood aan ouderdomsziekten. Ze leefden alleen gemiddeld niet langer dan de controleapen.

Maar nu krijgt Weindruch in Nature beleefd geformuleerde kritiek van zijn collega’s. Zwaan: „Hij zag de effecten op levensduur alleen nadat een deel van de apen van de analyse was uitgesloten. En wat ook opviel: de controleapen uit dat experiment leefden heel kort.” De oorzaak, volgens Zwaan en de NIA-onderzoekers: ongezond veel suiker in het controledieet en te veel calorieën. Weindruch reageerde niet op een schriftelijk verzoek om commentaar van deze krant.

Wat overeind blijft, aldus Bas Zwaan, is dat zeer matig eten, ‘en dan vooral weinig suiker’, de levensduur van allerlei dieren verlengt. Maar de oorspronkelijke theorie was dat het alle aspecten van veroudering vertraagt. En of dat zo is, is volgens de Wageningse hoogleraar zeer de vraag. „Dat vind ik een moeilijke vraag. Veroudering is een erg complex proces.”