‘Jullie hebben kogels, wij ideeën’

Angola, een van de grootste groeilanden van Afrika, kiest morgen. Olie brengt rijkdom. Maar achter de façade van kantoren en boulevards smeult onvrede. Het verzet komt van rappers.

Schepen in de haven van Luanda, die wordt omringd door krotten. De opgepoetste boulevard Marginal, een prestigeproject. Foto’s Hollandse Hoogte, Getty

De vele tientallen hijskranen die boven hoofdstad Luanda uittorenen werken vierentwintig uur per dag. Dankzij de olie – Angola is de tweede producent van Afrika – schiet het ene na het andere glimmende kantoorpand, hotel en luxeappartementencomplex uit de grond. Voorafgaand aan de verkiezingen van morgen lijkt het tv-journaal van de staatsomroep nog louter beelden uit te zenden van president José Eduardo dos Santos in de weer met fleurige lintjes.

„Hij heeft het maar druk”, smaalt rapper Luaty Beirão, beter bekend onder zijn artiestennaam Ikonoklasta. „Hij opent nu klinieken, spoorlijnen en huizenprojecten om te laten zien dat de overheid heus wat doet voor de mensen, maar de rest van het jaar is hij vooral bezig zijn eigen portemonnee te spekken.” Dinsdag nog, op zijn zeventigste verjaardag, opende Dos Santos de opgepoetste boulevard aan de baai van Luanda, een prestigeproject.

„Wat moet je met een chique boulevard als je niets te eten hebt of in een krot woont?” vraagt Beirão vanaf de achterbank van een auto met jeugdige politieke activisten die in hun leven nooit een andere president gekend hebben dan de sinds 1979 regerende Dos Santos. Ze komen terug van een bedompte radiostudio ver van de pracht en praal van het nieuwe Luanda. Daar verzorgen zij twee keer per week een uitzending met snoeiharde rap en discussie over de stand van het land.

Tien jaar na het eind van de burgeroorlog groeit de economie van Angola met dubbele cijfers. Het land is China’s belangrijkste leverancier van olie en multinationals uit de hele wereld trekken erheen om een groeiende groep steenrijke Angolezen te bedienen. Maar terwijl Luanda door de olieboom een van de duurste steden ter wereld is geworden, moet ruim eenderde van de Angolezen nog rondkomen van minder dan anderhalve euro per dag. Veel oliegeld verdwijnt volgens onderzoekers in de zakken van een kleine groep rond president Dos Santos. Aan de randen van de stad snijden versgeteerde wegen vol gloednieuwe terreinauto’s en suv’s van de nieuwe rijken door dampende ‘musseques’, krottenwijken vol achterblijvers. Hier woont de achterban van de jonge undergroundrappers.

De laatste maanden is de kleine maar luidruchtige jongerenbeweging rond Luaty Beirão en collega-rapper MCK (spreek uit: ‘MC Kappa’) de vertolker geworden van groeiende onvrede. Hun beukende teksten tegen Dos Santos klinken in taxibusjes en rond het Plein van de Onafhankelijkheid. Aan het hardhandige neerslaan van een betoging eerder dit jaar heeft Beirão een indrukwekkend litteken op zijn schedel overgehouden.

De rapper groeide op in een welgestelde MPLA-familie. Zijn in 2006 overleden vader was nauw bevriend met Dos Santos en werkte als directeur voor een privéstichting van de president. Dat Beirão zich tegen de partij keert waaraan hij zijn opleiding en welvaart te danken heeft, komt hard aan. Hij wordt naar eigen zeggen bedreigd door veiligheidsagenten en slaapt voor de zekerheid op een schuiladres.

„Mensen willen me uitschakelen”, zegt hij. Toen hij afgelopen juni naar Portugal onderweg was om een nieuw album op te nemen werd in Angola cocaïne in zijn bagage gestopt. „Dat was een opzetje. De Portugezen begrepen dat iemand me blijkbaar niet in Angola wilde hebben en ze lieten me vrij.”

Afgelopen zaterdag had de revolutie moeten uitbarsten. Met T-shirts met de tekst ‘32 is genoeg’ trokken Beirão en geestverwanten naar een grote betoging in het centrum, klaar voor een „Tahrir-situatie”, zoals een van hen vooraf pochte. Maar na de toespraken stoof iedereen naar huis.

„We hadden het plein bezet moeten houden, zoals in Egypte”, zei een inbeller zojuist tijdens de radio-uitzending waarin onder Beirão’s leiding werd teruggeblikt. De luisteraar had broodjes meegebracht naar de demonstratie om een langdurige ‘sit-in’ te kunnen doorstaan.

Geïnspireerd door Noord-Afrika proberen de activisten met mobiele telefoons en sociale media verandering op gang te brengen. „We leven op een kruitvat in Angola”, zegt Beirão. „Er is maar een kleine vonk nodig om de boel hier tot explosie te brengen. Te veel mensen hebben niet geprofiteerd van de zogenaamde ontwikkeling van ons land. Waren er eerlijke verkiezingen, dan zou Dos Santos niet nog een keer winnen.”

Maar hij is realistisch. „Waar die vonk vandaan moet komen, weet ik nog niet”, zegt hij. „Onze ouders proberen ons thuis te houden omdat de herinneringen aan de oorlog nog heel vers zijn. Zij zijn bang voor verandering. En bovendien: anders dan in de Arabische landen is het opleidingsniveau in Angola laag, laat staan dat mensen toegang tot Facebook of Twitter hebben om het vuur van verzet te verspreiden.”

‘Meer groei en beter verdelen’, belooft Dos Santos’ partij, de MPLA, op grote billboards op elk kruispunt van de hoofdstad. Critici geloven niet dat de partij die het land sinds 1975 regeert het roer nog kan omgooien of überhaupt in staat is eerlijke verkiezingen te organiseren.

Dos Santos is na de parlementsverkiezingen morgen vrijwel zeker van een nieuwe termijn, maar de kans dat zijn partij net als in 2008 80 procent van de stemmen haalt, is klein. Er is veel kritiek op zijn autoritaire regeerstijl en de allesverzengende corruptie die bovenal zijn eigen familie niet onbemiddeld heeft gelaten. Dat een familievriend, voormalig baas van staatsoliebedrijf Sonangol Manuel Vicente, nu vicepresident wordt en wellicht de toekomstige opvolger boezemt geen vertrouwen in.

Maar exact tien jaar na het eind van een burgeroorlog, waarin vanaf de onafhankelijkheid van het land in 1975 tot de dood van Unita-rebellenleider Jonas Savimbi in 2002 zo’n half miljoen mensen omkwamen, willen veel Angolezen vooral stabiliteit. Unita, dat tijdens de Koude Oorlog gesteund werd door Amerika en het apartheidsregime in Zuid-Afrika, is nu een oppositiebeweging die met zichzelf worstelt.

„Het probleem is Dos Santos, niet de MPLA”, zegt oud-premier Marcolino Moco. Moco, in 1996 ontslagen, meent dat Dos Santos met zijn ondernemende nageslacht – dochter Isabel is de rijkste vrouw van Afrika – de partij heeft „gekaapt”. Om „de MPLA weer op het rechte pad te brengen” roept hij kiezers op om op de oppositie te stemmen.

Als de uitslag niet bevalt of de kiescommissie zich niet aan de afspraken houdt, gaan de activisten de straat op, zegt Beirão. Meteen na de verkiezingen komt zijn nieuwe cd uit. „Jullie hebben kogels, wij hebben ideeën”, luidt een van de songteksten tegen het regime.