In flatteuze bordeelmusical Yab Yum komt intrige te laat op gang

Musical

Yab Yum, door Stardust Circus International. Gezien: 29/8 in Carré, Amsterdam. Tournee t/m 24/2. Inl. www.stardustcircus.com **

Als de definitie van musical een verhaal in spel, zang en dans is – en dat is het – dan is Yab Yum een musical. Veel liever verwijst producent Stardust echter naar de ondertitel: „het circus van de nacht”. Dat heeft alles te maken met de vier acrobatische dansparen die aan de voorstelling meewerken. Hun sierlijk gespierde optreden herinnert aan circusnummers. Maar een musical blijft het, over de gelijknamige Amsterdamse seksclub die in 1999 door criminelen werd overgenomen en acht jaar later door de gemeente werd gesloten.

Een musical over een seksclub roept al gauw morele bezwaren op. Zullen de makers wel voldoende duidelijk maken dat achter alle kitsch en klatergoud geen sprookjespaleis schuilgaat, maar een opgedirkte handel in ranzigheid? Sinds de show gisteravond in première ging, weten we het antwoord: ja, min of meer wel. Van verheerlijking is nauwelijks sprake. Alleen een beetje misschien, soms, als de betrokkenen met enige weemoed refereren aan de hoogtijdagen van dit handelshuis – voordat de penoze zijn intrede deed. Maar allengs laat scenarist-regisseur Dick van den Heuvel toch wel doorschemeren dat de meeste meisjes van plezier beschadigingen van allerlei aard hebben opgelopen, zonder daar trouwens larmoyant over te doen. En de oprichter van het bordeel, die ook in werkelijkheid Theo Heuft heet, ontkomt niet aan enig ironisch commentaar op zijn verhullende verkooppraatjes.

Nee, er zijn veel grotere bezwaren tegen Yab Yum aan te voeren. Vooral voor de pauze duurt het veel te lang voordat er een intrige op gang komt. De zang – nieuwe teksten van Daniël Cohen op bestaande musicalmuziek – en de acrobatische dansnummers vormen intermezzi in plaats van een voortzetting van de speelscènes. Ze zwiepen de zaak niet extra op, maar zetten de plot stil. Na de pauze is de integratie beter gelukt; dan wordt bijvoorbeeld een verbaal conflict effectief gecontinueerd in een choreografie vol agressie. Dan ontstaat er ook eindelijk iets van beklemming – hoewel meeleven met deze schetsmatige figuren lastig blijft.

De enige twee hoofdrolspelers die een naturel soort geloofwaardigheid weten op te wekken, zijn Annick Boer als Angel, wier realistische kijk op het hoerenvak gaat wankelen door een romance met een Bruinsma-achtige boef, en Richard Groenendijk als de homo achter de bar die tegelijk als verteller fungeert. Zijn gemengde gevoelens over deze werkkring zijn invoelbaar – al overwint ook bij hem ten slotte toch het idee dat de club eigenlijk één groot circus was. Zijn muzikale thema is niet voor niets een circusode uit de musical Barnum. Voorts weet hij, als cabaretier, goed raad met achteloos gedebiteerde grapjes als: „Nee, Estelle werkt hier niet meer.”

Net als de seksclub moet deze musicalversie het vooral hebben van de buitenkant. De voyante vormgeving door Jan Aarntzen, met krullerige Mucha-motieven, quasi-klassieke beelden en flatteuze uitdossingen voor iedereen, straalt volop uit wat Heuft ooit voor ogen moet hebben gestaan als hij het over luxe had.