Ik had liever geen uitzondering willen zijn

Niemand zegt meer hoe het moet in de liefde. Je maakt je keuzes zelf, maar welke dan? Vandaag in de laatste aflevering: Tessa (37). Ze heeft sinds twee jaar een relatie met de 25-jarige Lizet.

‘Ik ontmoette Lizet op de sportschool waar ik als fitnessinstructeur werk. Viereneenhalf jaar geleden kwam zij daar sporten. Als student. Het viel me op dat ze heel blauwe, sprekende ogen had. Maar ik dacht verder niets, hoor. Ze liep veel hard en we zeiden ‘hoi’ tegen elkaar. Ze was toen 23 en studeerde maatschappelijk werk. Ze zat in het laatste jaar.

In april 2010 was ik aan het werk met collega’s en de telefoon ging. Normaal neem ik ’m niet op, maar toen wel. Zij was het. Ze zei, ik weet niet of je me kent. Ik zei, natuurlijk ken ik je. Ze zei, misschien sla ik de plank volledig mis, maar vind je het leuk om een keer een biertje te drinken? Of naar de film te gaan, of om een stukje te gaan hardlopen, of om te wandelen, of om naar het theater te gaan? Ik was een beetje overrompeld. Ik zei, ik vind bier niet lekker. Ah, vast wel, zei ze. We hingen op en ik dacht, nou ja, dat is natuurlijk ook weer niet handig, want we hadden geen afspraak gemaakt.

Ik zocht haar telefoonnummer op. Toen heb ik thuis een hele tijd met mijn zus gebeld en zij zei, stuur haar nou gewoon een sms. Dat heb ik gedaan. We sms’ten een hele tijd heen en weer en uiteindelijk zijn we op een dinsdag een biertje gaan drinken in de stad.

Tijdens onze eerste afspraak in het café was zij ook verlegen, maar dat zag ik niet. Ik heb de hele avond met mijn voeten gewipt en langs haar gezicht naar de lamp gekeken. Maar het was wel heel gezellig. Het was alsof ik haar al heel lang kende. Die eerste avond kreeg ik een kusje volgens mij.

Vanaf toen waren we heel veel samen. De eerste tijd was ze maandag en dinsdag in haar eigen huis en de rest van de tijd sliep ze bij mij. Eigenlijk was het meteen goed. We hadden allebei geen relatie op het moment dat we elkaar ontmoetten. Ze had al wat vriendinnen gehad. Zij was mijn tweede vriendin.

Ik heb ook wel met mannen relaties gehad. Vanaf mijn veertiende, vijftiende had ik vriendjes, maar nooit echt langdurig. Misschien is dat omdat ik altijd wel geweten heb dat ik op vrouwen viel, maar dat ik dat altijd wel lastig vond. Ik had liever geen uitzondering willen zijn. Ik wilde het liefst zijn zoals iedereen.

Toen ik veertien was, zijn mijn ouders gescheiden. Ze pasten niet bij elkaar. Mijn vader is niet echt iemand die gemakkelijk communiceert en ik denk niet dat mijn moeder de juiste persoon is om dat te keren. Dat vond ik heel lang een lastige tijd. Elk kind wil dat zijn ouders bij elkaar zijn. Ik was de veiligheid kwijt. Dat zoiets groots zomaar kapot kan gaan. Dus ik was al anders, ik wilde niet nóg meer anders zijn.

Bij mannen was ik er nooit echt voor de honderd procent bij. Ik was nooit helemaal weg van zo’n jongen, al was het wel gemakkelijk. Je hoeft je nooit af te vragen of je anders bent als je een vriendje hebt. Mensen vragen dan ook niets. Achteraf zeggen ze wel: o, ja, ja, alles valt nu op zijn plaats, maar ondertussen zegt niemand wat. Het blijft een ingewikkeld onderwerp. Ik heb het er wel met vrienden over gehad. Die zeggen dan: waarom zeg je dat nu pas, je weet dat we het niet erg vinden, we hadden het wel verwacht. Maar ja, er is een verschil tussen dat je weet dat het oké is, en je eigen gevoel.

Mijn moeder zei ook: het maakt niet uit of je nou met een man thuiskomt, of met een vrouw, of-ie nou blauw is of rood of zwart. Dat zei ze altijd. Het geluk van haar kinderen stond voorop. Ik heb een heel leuke jeugd gehad. Maar ik denk wel dat het schrikken is voor een ouder. Mijn zus is getrouwd, maar zij heeft geen kinderen. Alle hoop kwam toch een beetje bij mij te liggen. Dus toen ik thuiskwam met een vriendin, zag ik in haar ogen dat het eerste was wat ze dacht: oh, dus ik krijg geen kleinkinderen. Zij heeft het er wel moeilijk mee gehad. We hebben er ook wel woorden over gehad.

Mijn eerste vriendin ontmoette ik toen ik 28 of 29 was. Zij wilde het liefst dat niemand op de wereld zou weten dat ze op vrouwen viel. Ik was ‘een vriendin’ als ik meeging naar haar familie. Ze verwachtte van mij dat ik mijn mond zou houden, toch vertelde ik het thuis. Mijn ex heeft het nooit aan haar familie verteld. Nu heb ik geen contact meer met haar – we zijn niet echt vrolijk uit elkaar gegaan. .

Toen ik uit de relatie kwam, was ik niet de vrolijkste persoon. Ik was er even klaar mee. Ik wilde echt even niets met niemand.

Toen kwam Lizet. O ja, tussendoor had ik nog wel heel even iets met een jongen. Hij was aardig. Hield ook van wielrennen. Ik dacht ik probeer het nog een keer, ik ga normaal doen, maar dat lukte niet. Ik zag bij die man dat hij mij leuker vond dan ik hem, en dat is niet eerlijk.

Ik ben nu twee jaar samen met Lizet. Ze is mijn langste relatie. We kunnen onszelf zijn. Onze families weten het. Ik ging al snel met haar mee naar haar moeder en de vriend van haar moeder – haar vader is overleden. Het is een heel leuke familie. Nu wonen we samen. Nu zijn we altijd bij elkaar.

We stimuleren elkaar in de dingen die we moeilijk en spannend vinden. Het klinkt als een cliché, maar we voelen elkaar aan. Ik vind haar wezen, haar zijn, zo leuk. Niet om de dingen die ze doet of hoe ze het doet. Ik kijk niet naar hoe ze schoonmaakt of zo, ik vind haar hele persoonlijkheid gewoon geweldig.

Ik vond het in het begin niet gemakkelijk hoor, alsmaar zeggen wat je denkt en voelt en vindt. Toch is het belangrijk. Dat heb ik van Lizet geleerd. Communicatie is belangrijk. Ze stuurde daar op aan en ik dacht, misschien is het wel handig om daar nu maar iets mee te gaan doen.

Ik vond eigenlijk altijd dat je alles maar normaal moest vinden. Bijvoorbeeld, we zouden naar een optreden gaan en toen ging ze ineens met een vriendin. In mijn beleving zouden we met zijn tweeën gaan. Dus ik was boos, keerde in mezelf, maar ik zei er niets van. Dan krijg je een rare situatie. Ik vond het heel moeilijk om te zeggen wat ik voelde. Daar heeft ze me wel bij geholpen. Ik weet nu: als je boos bent, is het net zo gemakkelijk om het even uit te spreken, dan ben je het kwijt. En dan weet de ander het ook.

Ze is een stuk jonger, nu 25 jaar oud, maar ik merk niets van het leeftijdsverschil. In het begin vond ik het wel lastig, want ik dacht: straks wil ze weg. Maar dat is niet zo. Het was wel leuk geweest als ik tien jaar jonger was geweest. Dan hadden we nog meer tijd samen gehad en konden we gemakkelijker over kinderen nadenken.

Maar ja, ik denk ook dat ik haar niet veel eerder had kunnen ontmoeten. Ik denk dat ik nog veel in mijn leven moest leren. Ik moest eerst zo’n gekke relatie hebben om dingen te ontdekken.

Je kunt heel hard je best doen om iemand anders te zijn dan je bent, maar uiteindelijk ben je gewoon wie je bent. Je kunt je kop nog zo diep in het zand steken, maar je hoofd moet er toch een keer uit.

Ik word ongelukkig als ik iemand anders probeer te zijn, weet ik nu. En ik denk dat het wel leuker was geweest als ik eerder uit de kast was gekomen. Ik voel nu dat ik veel meer controle over mijn leven heb door de teugels te laten vieren. Als je de controle wilt houden, heb je de teugels zo straks vast dat je geen kant meer opkan.

Het gevoel van veiligheid en geborgenheid is belangrijk in de liefde. Ik ben blij als we ’s avonds samen het bed in stappen en blij als we ’s ochtends samen wakker worden. Dat is het. Dat moet je koesteren. Volgens mij moet je het ook niet moeilijker maken.”

Dit is de laatste aflevering van deze interviewserie waarbij mensen praten over hun verwachtingen en teleurstellingen in de liefde.