Het kan altijd nóg platter

Deze week vallen de Ikea-gidsen weer in de bus bij de Nederlandse huishoudens. In de zomer, want dat is goedkoper. Ikea is efficiënt.

Verslaggever

Ze vallen pas op als je langer door het glooiende landschap fietst. Eerst zie je vooral bomen, oneindige rijen naaldbomen. En meren, koud en grauw van de zwartgrijze lucht. Pas als je van de snelweg raakt, zomaar een open plek in het bos opzoekt, rust neemt, stilstaat, rondkijkt, pas dan begint iets te sluimeren.

Die steen daar tussen de bomen, gigantisch en kogelrond. Wat doet die daar?

Je fietst verder over het uiterste randje van de snelweg richting Älmhult, provincie Smaland, Zweden, vlakbij het dorp Agunnaryd, de ‘a’ in ‘Ikea’. Je slaat een zijweg in, vindt een fietspad en dan opeens zie je ze. Stenen, overal waar je kijkt. Onder je voeten, in de dorre gras, tussen de koeien, aan de oevers, tussen de bomen. Hele stenen, halve stenen, scherven, gruis. Heel Smaland, bedolven onder een laag stenen.

Landijs pakte ze mee tijdens de laatste ijstijd. Ze kwamen van bergtoppen in het noorden en gleden met het ijs mee naar beneden. Uitlopers bezorgden Nederland de Utrechtse Heuvelrug, de Hunnenbedden. Het merendeel werd gedumpt in het zuiden van Zweden. Een stortbak vol.

De omgeving heeft wel wat weg van de Nederlandse. De luchten net zo dreigend, de bordjes voor fietspaden identiek. Maar landbouw zie je er weinig. Al die stenen maakte het boeren in Smaland onmogelijk. Het noopte vroeg tot creativiteit, zuinigheid vooral. Bomen brachten redding, daar kon je meubels van maken. Lichte meubels om de zware donkere dagen te verzachten, zo goedkoop mogelijk geproduceerd.

Ikea’s efficiëntie zie je terug in elke vezel van het bedrijf. Neem de gidsen, waarvan de firma er deze week 5,3 miljoen in Nederland verspreidt. Niet toevallig verschijnen ze altijd in de zomer, als drukkerijen het rustig hebben. Scheelt in de kosten.

En dan Ikea’s bedrijfsstructuur. De firma met wereldwijd een winkeloppervlak groter dan Noord- en Zuid-Holland samen heeft zijn hoofdkantoor op een industrieterrein in Leiden, niet meer dan een postadres. Ikea is al jaren een Nederlandse stichting. Het zou enorme belastingvoordelen opleveren. En sinds deze maand is het bedrijf zelfs helemaal Nederlands: Ikea verkocht zijn merknaam aan dochteronderneming INGKA Foundation in Delft. Intellectueel eigendom is hier goedkoper.

De efficiëntie zit ’m tot in Ikea’s koffiemok. Het oortje zit hoger dan aan de standaardmok zodat hij stapelbaar is in de vrachtwagen. Waarom zou je lucht transporteren? Alles van Ikea is stapelbaar, liefst plat, anders wordt het niet gemaakt. Het bedrijf ontwierp de allereerste stapelbare gieter, de EKTORP-bank waarvan de armleuningen los kunnen zodat er tweemaal zoveel op een pallet passen.

Over alles is nagedacht. Ikea’s restaurant? Bedacht om de twijfelende klant tijd te geven een knoop door te hakken. Goedkoop eten dirigeert hem alvast richting de juiste keuze. De looprichting in de winkel? Rechtsom, wereldwijd, dat blijkt nu eenmaal de voorkeur van de klant.

‘Golden nuggets’ heten ze, vindingen die de verkoopcijfers omhoog stuwen. Een bak met viltjes naast een showroom met stoelen doet wonderen. Alle Ikea-franchisers wereldwijd mogen golden nuggets bedenken, in de ‘pilot store’ aan het Inbuspad in Delft worden ze getest. Dit is de plek waar Ikea de looprichting van de klant analyseert. Waarom slaat hij die afdeling over? Probeert hij een shortcut?

Delft is ook de plaats waar elke beginnende Ikea-manager wereldwijd de Ikea-filosofie krijgt aangeleerd. Store managers uit Japan en Saoedi-Arabië krijgen er een basiscursus van een week, gevolgd door drie maanden stage. Wie in driedelig grijs komt, heeft het niet begrepen. Simpel, zuinig en efficiënt is Ikea’s filosofie. Het gedachtegoed hangt in Delft aan de muur verdeeld over vier niveaus, 82 boekwerken.

Wie ze allemaal heeft gelezen, snapt misschien waarom de 87-jarige Ingvar Kamprad, de ‘i’ en de ‘k’ in ‘Ikea’, is zoals hij is. Nog geregeld vliegt hij onaangekondigd vanuit Zwitserland economy class naar Nederland. Hij pakt de trein en de bus met daarop eindhalte ‘Ikea’ en dwaalt urenlang zonder iets te drinken rond in zijn eigen winkel. De laatste keer vond hij de hotdogs te hoog geprijsd. Ze gingen 50 cent omlaag. Wat Kamprad bezielt?

Terug naar Smaland, waar oprichter Kamprad opgroeide in betrekkelijke armoede. Hij begon zijn handel op zijn zesde, in het kleinste wat je van hout kunt maken: lucifers. Doosjes kocht hij in pakketten van tien en verkocht ze door per stuk. Daarna werden het kerstkaarten en, eind jaren veertig, de revolutionaire balpen.

De orderlijsten van de firma Ikéa (toen nog met streepje op de e) liggen nu achter glas in het museum van de meubelfabrikant in Älmhult. De collectie huist in een kelder van een eenvoudig kantoorpand dat ‘Ikea Cultuurcentrum’ heet, pal tegenover het allereerste Ikea-filiaal ter wereld.

Het museum, met een keur aan Ikea-woonkamers vanaf de jaren vijftig, is sinds twee jaar open voor publiek. Er is niemand. Opzichter Elisabeth snapt er niets van. Dit is het mekka van het bedrijf, ze zou hier busladingen toeristen moeten ontvangen.

Een Ikea-pretpark in Älmhult is al jaren het plan. Nu de export van hout terugloopt, zal de omgeving nog meer moeten leunen op toerisme. Elisabeth heeft het al zo vaak bij haar baas aangekaart. Wanneer komt het pretpark er nou?

Ooit was Älmhult zo’n attractie. Twee jaar nadat Kamprad zijn eerste meubel verkocht, de Lövet, een kleine opvouwbare tafel, begon hij hier de grootste meubelshowroom van Noord-Europa. Mensen verklaarden hem voor gek, maar Kamprad gokte op de opkomst van de auto. Met succes. Älmhult werd voor mensen een dagje uit. Een filiaal in Stockholm volgde en omdat mensen als snel genoeg meubels hadden, ging Ikea ook servies en accessoires verkopen.

Het aantal filialen nam pas echt een vlucht toen de babyboomers eind jaren zestig massaal gingen samenwonen. In tegenstelling tot hun ouders wilden ze geen chique meubels, maar een pretentieloze, ‘rebelse’ rijstelamp. Ikea’s huisstijl was geboren.

Maar Älmhult is al lang geen plek meer waar je toeristen ontvangt. Älmhult is zo’n stadje waar op zaterdagmiddag de straten leeg zijn. Alleen op de parkeerplaats bij Ikea is wat beweging. Bezoekers schuiven langwerpige dozen hun gelijkvormige Volvo’s in. De allereerste Ikea ter wereld is van blauwe golfplaat, net als alle anderen. Ook binnen is er niets bijzonders aan.

Het opvallende zit ’m in de omgeving. Wil het blauwe gevaarte elders nog weleens detoneren, in Älmhult is alles Billy-proof. Er is een Ikea-straat, een Ikea-hotel, een Ikea-testlab, een Ikea-activiteitencentrum, een Ikea-fotostudio, een Ikea-communicatiecentrum, een Ikea-kantoor en een Ikea-bank. Van de 8.600 inwoners die het plaatsje telt, werken er 2.000 voor de meubelmaker. De rest is gezinslid.

Hier in Älmhult is een bedrijf begonnen dat wereldwijd 145.000 medewerkers telt, jaarlijks 700 miljoen bezoekers trekt en meer dan 23 miljard euro omzet draait. Maar in niets straalt het stadje enige trots uit. De fotostudio met de houten decors die je in de jaarlijks ruim 200 miljoen gidsen tegenkomt, is gebouwd van blauwe golfplaat. Het testlab is van blauwe golfplaat. Het marketingcentrum is van blauwe golfplaat.

Tegenover de winkel is het Ikea-hotel. De kamers zijn spartaans ingericht. Vroeger, toen heel Zweden nog Älmhult bezocht, was er ook een zwembad in het hotel. Het is nog te zien op vergeelde ansichtkaarten. Ikea heeft het zwembad weggehaald. Het zou de gasten afleiden van waar het om gaat.