Godarville

Een blaffende hond achter een raam in Godarville. Foto NRC / Raoul de Jong Een blaffende hond achter een raam in Godarville. Foto NRC / Raoul de Jong

We gaan verder na de vorige keer. Met een kater, van Nijvel naar Charleroi. Op aanraden van een vriendelijke ober volgen Ethan en ik een kanaal, ingeperkt door twee dijken met geel gras, zonder bescherming in de volle zon. En iedereen die we tegenkomen lacht: Bonjour! Wallonië lijkt een land vol gelukkige mensen! Wie had dat ooit gedacht.

Volgens de ober was het zo’n dertig kilometer lopen, en als we moe werden, zouden we onderweg vanzelf een camping tegenkomen. Rond zeven uur lijkt Charleroi nog lang niet in zicht en hebben we nog steeds geen camping gezien. Dus verlaten we ons pad en vragen we de weg. We moeten terug naar het noorden, over een weg die parallel loopt aan het kanaal, naar een plaatsje genaamd Godarville.

De weg naar Godarville. Foto NRC / Raoul de Jong

De weg naar Godarville. Foto NRC / Raoul de JongDe weg naar Godarville. Foto NRC / Raoul de Jong

Ons lichaam begint pijn te doen, we hebben te lang niet gegeten en ons water is op. Daar komt het waarschijnlijk door. Maar het komt ook door alles om ons heen. Het is Wallonië zoals mensen mij verteld hadden dat het zou zijn, toch nog: somber en onheilspellend. Een eindeloze straat, langs armoedige vrijstaande huizen en boerderijen. Voor de ramen zitten dichte rolluiken en het enige teken van leven zijn honden die van achter hekken agressief naar ons blaffen. Ik word er bang van, voor alles wat nog komen gaat. Weer dat gevoel: waarom doe ik dit, waarom ben ik hier?

Ik wil een passerende auto vragen hoe ver we nog moeten lopen, maar de bestuurder wijkt uit en giert met schurende banden door.

Godarville is als de straat er naar toe, nu in de vorm van een bakstenen stadje. Een spookstad. Er is een centraal plein dat ooit gevuld moet zijn geweest met leven, met grotere huizen waarin ooit rijke mensen moeten hebben gewoond. Maar alles lijkt leeg, verlaten en in verval. Geen auto’s, geen mensen, alleen het ruizen van de wind.


Grotere kaart weergeven

We moeten het helemaal doorkruizen als we bij de camping willen komen. Elke stap doet pijn, maar ergens onderweg doet dat er ineens niet meer toe. Misschien door de eerste mensen die we zien: drie bejaarde dames. Ze leggen ons de weg uit met een vriendelijke, warme lach, net als alle andere mensen die dag. Ook hier is niks om bang voor te zijn.

Godarville. Foto NRC / Raoul de Jong

Godarville. Foto NRC / Raoul de JongGodarville. Foto NRC / Raoul de Jong

Of misschien door het eerste café dat we tegenkomen, zomaar ineens aan het eind van een lange lege straat. Een donker hol met vier jongens op stoelen voor de deur. Ze zijn van onze leeftijd, maar ze hebben gezichten die je in onze wereld niet vaak ziet. Lang en bleek, met ingevallen wangen en piekerig haar.

Door hoe ze naar ons staren wordt het duidelijk dat wij voor hen net zo exotisch zijn als zij voor ons. “Salut les garcons!” roept eentje en wij zwaaien verlegen terug.

Het is wat ik hoopte te vinden, waarom ik begon aan deze reis. Een plek waar je normaal gesproken doorheen sjeest omdat je er van uit gaat dat er toch niks valt te halen. Maar als je stopt, dan vind je dit. Een wereld waarvan ik eigenlijk niet eens wist dat hij bestond, en zo dichtbij. Met een voor mij onbekende geschiedenis, met andere referenties. Juist omdat er hier niks te halen is, juist omdat deze plek is vergeten.

Ik keek naar Ethan en hij voelde het ook: avontuur!

En al heel gauw werd het allemaal nog veel raarder, maar dat zijn weer duizend woorden, dus dat komt later.

Een blaffende Afghaanse windhond. Foto NRC / Raoul de Jong

Een blaffende Afghaanse windhond. Foto NRC / Raoul de JongEen blaffende Afghaanse windhond. Foto NRC / Raoul de Jong

Hond in Godarville. Foto NRC / Raoul de Jong

Hond in Godarville. Foto NRC / Raoul de JongHond in Godarville. Foto NRC / Raoul de Jong

Raoul kreeg voor zijn tocht van de ANWB Human Nature travel gear, een rugzak en een jack van The North Face en een iPad van Mangrove.