Franse premier Ayrault paait werkgevers

Het ongeduld groeit in Frankrijk. Waar blijven de grote hervormingen om de Franse economie weer op de rails te krijgen?

Pierre Moscovici, de Franse minister van Economie, heeft tot in Duitsland boze reacties losgemaakt met zijn aankondiging dat de regering de benzineprijzen per direct met 6 cent zal verlagen.

Dat is geen taak voor de overheid, merkte Bondskanselier Angela Merkel koeltjes op. Philip Rösler, de voorzitter van coalitiepartij Freie Demokratische Partei, ging nog verder en sprak gisteren van „socialistisch populisme”. Leuk zo’n cadeautje, zeggen critici in Frankrijk zelf. Maar uiteindelijk is het de belastingbetaler die er voor opdraait.

Toch betreft het nog maar een halve maatregel. Gedurende zijn verkiezingscampagne beloofde François Hollande een bevriezing van de benzineprijzen. Dat zijn regering daar nu van terugkomt, zegt iets over de economische realiteit.

Het tekort op de handelsbalans loopt verder op, de economische groei stagneert en eerder deze week werd bekend dat de werkloosheid in juli met 1,3 procent is gestegen – een nieuw record. Hollande’s verkiezingsbeloftes worden nog wel uitgevoerd, maar slechts gedeeltelijk. Gisteren maakte minister van Werkgelegenheid Michel Sapin bekend dat er nog maar 150.000 van de eerder beloofde 300.000 gesubsidieerde jongerenbanen zullen komen.

Tegelijk groeit het ongeduld. Waar blijven de grote hervormingen die nodig zijn om de Franse economie weer op de rails te krijgen vragen critici zich af. De rechtse oppositie, maar ook een groot deel van de centrumlinkse media, verwijten Hollande traagheid. Hier en daar wordt reeds de parallel gelegd met Jacques Chirac, geen president die als een hervormer bekend staat.

In een poging de kritiek de pas af te snijden, nam premier Jean-Marc Ayrault gisteren zijn toevlucht tot een ongebruikelijke geste. Hij hield de openingstoespraak op het traditionele zomercongres van werkgeversorganisatie Medef. Het was voor het eerst sinds haar oprichting, in 1998, dat een premier zich hier vertoonde.

Ayraults komst was primair bedoeld de werkgevers gerust te stellen, maar was ook een politiek statement. Niet de president, maar de premier houdt zich nu weer bezig met de uitvoering van het binnenlands beleid – een terugkeer naar de door Hollande gepropageerde „normale verhoudingen”.

De verhouding tussen de regering en de Medef staat onder druk sinds Hollande het bedrijfsleven forse belastingverhogingen in het vooruitzicht stelde, waaronder een toptaks van 75 procent voor inkomens boven de 1 miljoen euro. Franse werkgevers vrezen dat zij zullen opdraaien voor het dichten van het begrotingstekort. Ayrault probeerde hen direct gerust te stellen. Ook de regering gaat haar steentje bijdragen. De helft van het benodigde bedrag wordt opgehaald uit belastingen; de andere helft uit bezuinigingen.

Ander punt van wrevel: de hoge arbeidskosten. Hier kon Ayrault geen onmiddellijke toezeggingen doen. Een commissie onder leiding van EADS-topman Louis Gallois presenteert in oktober een rapport. De premier beloofde dat hij de aanbevelingen hieruit zou overnemen.

Verder sprak Ayrault vol lof over het ondernemerschap en de moed en creativiteit die daarbij komt kijken. „U kunt op ons rekenen”, verklaarde hij. „Onze toewijding is totaal.”

Hoewel de premier weet dat hij zal worden afrekenend op zijn daden, sorteerde diens toespraak, afgezien van luid applaus, direct al een belangrijk effect. Medef-voorzitter Laurence Parisot, afgelopen zomer nog vol scepsis, weet hij aan zijn zijde. „De honderd dagen van Hollande zijn een mythe”, zei ze. „Zo’n tijdspanne is eenvoudigweg te kort om regeringsbeleid op waarde te schatten.”

President Hollande heeft weer even respijt.