'Entartete' opera afgestoft

De Nederlandse Opera brengt Der Schatzgräber van Franz Schreker, in de regie van Ivo van Hove. Dirigent Marc Albrecht: „Schrekers idioom is zeer eigen: hoekig, kleurrijk en opulent.”

Een beetje Strauss, wat Wagner, hé Mahler en soms: Debussy. Maar eigenlijk is het zo makkelijk nog niet de symfonische signatuur van Franz Schreker (1878-1934) vast te pinnen. Net zo goed kun je de meetlat naar de toekomst in plaats van het verleden leggen. Zonder Schreker geen Lulu van Alban Berg, zei al de filosoof Theodor Adorno, tevens Bergs leerling. „En Schreker is weliswaar door Strauss overschaduwd, maar Der Schatzgräber is vele malen interessanter dan veel van Strauss’ kleinere opera’s”, zegt dirigent Marc Albrecht. „Ik heb deze opera al willen dirigeren sinds ik dertig jaar geleden repetitor was voor een reeks opvoeringen in Hamburg. Je hoort talloze invloeden in Schreker, maar uiteindelijk is zijn idioom zeer eigen. Hoekig, scherp, kleurrijk en bedwelmend opulent van klank.”

Met de receptie van ‘der Fall Schreker’ was het de afgelopen eeuw wonderlijk gesteld. Honderd jaar geleden was Schreker met zijn geparfumeerde orkestraties in Berlijn zo’n beetje de hottest composer in town – samen met Schönberg en Strauss het gezicht van de nieuwe muziek in Duitsland en Oostenrijk. Der Schatzgräber werd tussen 1920 en 1925 welgeteld 354 keer opgevoerd in vijftig steden – getallen waarvan zelfs de beroemdste levende componist nu alleen maar kan dromen. Het succes mondde uit in een benoeming tot directeur van de Hochschule für Musik in Berlijn. Maar Schrekers populariteit daalde net zo snel als het nationaal-socialisme opkwam. Zijn opera’s vonden geen aansluiting meer bij de smaak van het publiek en in 1932 werd hij gedwongen ontslag te nemen. Hij stierf in 1934 aan een hartaanval.

De ‘Entartete Musik’ van Schreker en tijdgenoten als Zemlinsky en Korngold maakte de laatste decennia een kleine revival door. Maar nog steeds zijn uitvoeringen zeldzaam. „Zonde”, vindt dirigent Albrecht. „We mogen niet het risico lopen dat het operarepertoire wordt ingeperkt tot dertig beroemde titels.”

De Nederlandse Opera neemt dat risico niet (zie inzet). Dirigent Ingo Metzmacher leidde in 2007 al een opvoering van Schrekers Die Gezeichneten – rijk aan automutilaties, groepsverkrachtingen en bloedfonteinen. Der Schatzgräber, gecomponeerd tussen 1915 en 1918, is minder bloederig, wel even bizar.

Liefdessprookje

„Het is een liefdessprookje in reactie op de gruwelen van de Eerste Wereldoorlog”, vat regisseur Ivo van Hove samen. Hij regisseert hiermee zijn derde opera in Amsterdam. Maar waar dat sprookje precies over gaat, laat zich niet makkelijk vertellen. Van Hove: „Het verhaal in tien zinnen? Ach jee, ik was al bang dat dat gevraagd zou worden, ik heb pas nog hetzelfde gevraagd aan dramaturg Janine Brogt. Maar oké, rustig, een poging…”

Els is de herbergiersdochter. Ze heeft de juwelen van de koningin laten stelen door minnaars die ze vervolgens heeft laten vermoorden door haar knecht. Met de ontroofde juwelen zijn ook de jeugd en vruchtbaarheid van de koningin verwelkt. Hofnar weet, met een vrouw naar keuze als beloning, raad: de toverluit van troubadour Elis werkt als wichelroede en zal de schat terugvinden. Als Els met Elis kennismaakt, raakt ze meteen in zijn ban. Elis wordt daarop verdacht van de moord op Els’ verloofde en moet geëxecuteerd. Hofnar voorkomt dat. Om te voorkomen dat Elis de juwelen ontdekt, laat Els diens luit stelen. Elis en Els brengen één nacht samen door en Els belooft hem de schat als hij niet vraagt hoe ze eraan komt. Hun opzet komt uit en Els wordt ter dood veroordeeld maar Hofnar eist haar op als vrouw. Als ze een jaar later toch overlijdt ontbiedt hij Elis, die aan haar sterfbed nog een utopische ballade zingt.

„Interpreteren is zinloos bij een opera die niemand kent. Ik wil het verhaal voor de eerste keer vertellen”, zegt Van Hove. Maar dan nog: een onnavolgbaar sprookje met middeleeuwse couleur locale? Van Hove lacht. „Mij interesseert vooral de droom van liefde die het hart vormt van het verhaal: de troubadour Elis en Els zijn als Romeo en Julia – twee mensen die elkaar tot in de dood willen volgen maar samen maar één nacht delen. Die nacht staat voor alles, voor een heel leven.”

Els is een „kokette”, erkent Van Hove. Dat is mild uitgedrukt, vindt dirigent Albrecht. „Els is een gestoorde vrouw. Maar een voorkeur voor personages aan de rand van de afgrond paste bij de smaak van die tijd. Denk maar aan Salomé van Strauss, een opera die de karakterisering van Els zeker heeft beïnvloed. De confrontatie met zulke bizarre personages was voor het publiek in die tijd ook gewoon: lekker griezelen. Wij hebben de tv, maar honderd jaar geleden kon de fascinatie voor excessen en het duistere nergens anders terecht dan in het theater.”

Van Hove zoekt de sleutel tot het verhaal in een verleden dat de opera niet toont. „Luister maar naar het wiegenlied dat Els, wachtend op Elis, zingt in de derde akte”, zegt hij. „Daar ontdek je haar geheim, haar trauma, de verklaring van haar gedrag. In mijn interpretatie is Els als klein kind verlaten door haar vader. Daarna kwam ze terecht in de herberg van, ik vermoed, haar stiefvader. Een nare mannenwereld, waaruit ze hoopt te worden verlost door een prins op een wit paard.

„Het is een sprookje, en sprookjes voeren vaak de vreselijkste personages ten tonele om een verhaal te vertellen dat in wezen serieus is. Alleen hier is er geen moraal, alleen maar menselijk tekort. Els sterft, en Elis bezoekt haar. Dat is een prachtige scène, onovertroffen in de rijkdom van muziek en tekst.”

Albrecht: „Zoals Dostojevski zegt in Aufzeichnungen aus einem Totenhaus: in elk schepsel vind je een vonkje goddelijkheid. Der Schatzgräber biedt een panopticum van vreselijke types, maar in muziek en liefde is er wat schoonheid, troost en hoop.”

Van Hove voegt aan zijn enscenering tijdens de ballades van Elis videobeelden toe, die Els’ achtergrondverhaal tonen – of beter: Van Hoves visie daarop. „Vergelijk het met de wisselwerking tussen beeld en muziek in de film The Tree of Life van Terrence Malick: hij gebruikt natuurbeelden om het verhaal in een context te plaatsen. Ik doe iets soortgelijks. Schreker was geen Alban Berg: hij richt zich niet op de ratio, hij wil de ziel raken. Dat wil ik ook. Video voorziet de voorstelling van een extra laag.” Voor Albrecht ligt de uitdaging elders. „Scherp blijven”, vat hij samen. „Der Schatzgräber is een geweldige opera voor het orkest, Schreker geeft woorden syllabe voor syllabe een eigen muzikale kleur. Maar de sfeer kan daardoor ook in een seconde totaal omslaan. Schreker vertrouwt de muziek veel toe in het vertellen van het verhaal. Het orkestrale tussenspel, de liefdesscène – zijn muziek heeft daar een sterk filmische kracht.”

„Het is een echte orkestopera”, vindt ook Van Hove. „Je voelt het verlangen en de frustratie van de personages in elke maat.”

‘Der Schatzgräber’ door De Nederlandse Opera. 1 t/m 23 september. Inl: www.dno.nl