Ecce homo

Het wordt omschreven als ‘een krijttekening van een harige aap in een slecht passend tuniek’. Maar het moet een gevoelig omhoogblikkende Jezus Christus voorstellen.

Het gebeurde vorige week al, maar het verhaal kwam me gisteren pas onder ogen: de opmerkelijke restauratie van een 19de-eeuwse muurschildering. In het Spaanse plaatsje Borja staat een kerkje waar het fresco Ecce Homo te zien was, geschilderd door Elias Garcia Martinez – een portret van Jezus, compleet met doornenkrans, mantel en volle baard. Het werk was niet bijzonder waardevol of belangwekkend in het licht der kunstgeschiedenis, maar de buurtbewoners waren er allemaal zeer aan gehecht. Zó erg zelfs, dat de 81-jarige kerkbuurvrouw Cecilia Giménez besloot het afbladderende schilderij te restaureren. Ze pakte wat kwasten en een paar tubes verf en schilderde eroverheen. Het resultaat doet denken aan een kruising tussen Munchs De Schreeuw en een Ewok.

Iedereen is uiteraard woedend: een Spaanse krant noemde de restauratie ‘het werk van een varken’, de gemeente heeft in allerijl experts ontboden om te zien wat er te redden valt en er wonen ook nog steeds afstammelingen van de schilder Martinez in het dorp, wat het er allemaal niet makkelijker op maakt.

Ik kan het niet helpen: ik ben nu al fan. Iedere keer als ik ernaar kijk, denk ik: laat het alsjeblieft zo blijven. Laat dit onbeholpen resusaapje intact, deze mallotige Jezus met een harig mutsje op. Eerst probeerde ik mijn voorkeur te verdedigen door zo te redeneren: het beeld van de lijdende Jezus Christus, met teergevoelige blik en een normaal geproportioneerde neus, hebben we al vaker gezien. Deze variant kenden we nog niet – zo’n origineel werk moet je behouden. Toch gaat dit uiteraard al snel mis: op die manier zou je iedere Bob Ross-fanatiekeling de vrije hand moeten geven om zijn gelukkige-kleine-bomen over museumstukken heen te tamponeren. Uiteindelijk gaat het me toch hierom: je zíét hoe goed die vrouw het bedoeld heeft. Hoe liefdevol ze het werk heeft willen behandelen. Hoe ze voorzichtig de kleuren roze en beige en geel heeft gemengd voor Christus’ huidskleur, en er toen om een reden die wij nooit zullen weten nog een heleboel meer geel heeft bij gedaan. Hoe ze z’n doornenkrans heeft proberen te treffen, en dat het per ongeluk een soort apenvacht werd. Hoe ze zijn tedere ogen wilde schilderen, waarna het brandende zwarte kolen werden. Hoe het bij de mond steeds meer misging, en hoe ze na vijf lagen verf en het gebruik van haar linkermouw als doekje waarschijnlijk toch maar hulp ging halen.

Inmiddels durft de 81-jarige Cecilia niet meer uit bed te komen vanwege alle negatieve aandacht – ecce homo. Maar op het internet is er een Facebookpetitie gestart tegen het re-restaureren van het schilderij: inmiddels hebben al zo’n 20.000 mensen getekend. Ook wordt het kerkje plots bezocht door duizenden toeristen, die allemaal op de foto willen met de razend populaire Monkey Jesus.

Het werk blijft bestaan, Cecilia Giménez wordt ruiterlijk vergeven en het kerkje begint een lucratieve nieuwe kaarsenlijn met de afbeelding van het fresco onder het mom ‘God verschijnt in vele vormen’ – misschien blijkt Cecilia’s gebroddel wel een blessing in disguise.