Defensie verloren, rampspoed geboren

Alle partijen bezuinigen op Defensie. En dat is moeilijk terug te draaien. Op deze manier verwaarloost de overheid haar kerntaak, betoogt Rob Hunnego.

Het wordt nog spannend of Rutte of Roemer op 12 september als winnaar uit de bus komt. Maar de verliezer staat al vast: Defensie. Roemer wil 1,4 miljard euro bezuinigen en aangezien hij in de veronderstelling verkeerde dat het defensiebudget 2 miljard bedroeg in plaats van ruim 7, mag het mes er vast nog dieper in. Dit komt bovenop de bezuiniging van een miljard waaronder Defensie nu zucht en waarbij 6.000 man op straat gezet worden. Rutte zegt dat hij niet verder wil bezuinigen op Defensie, precies zoals de VVD beloofde begin 2010. Het resultaat toen: de huidige bezuiniging van een miljard. Gelukkig draait de PvdA er niet omheen en kan er gewoon nog een miljard af, terwijl in één adem wordt gepleit voor een no-flyzone boven Syrië. Die zullen de VS ongetwijfeld wel voor Nederland willen handhaven, ze mogen tenslotte van de PvdA ook de JSF zelf houden. Zo weet de politiek zich nog steeds geen raad met Defensie.

Na drie generaties vrede en welvaart zal de Nederlandse politicus geen extra stemmen scoren met een doordacht defensiebeleid. Sterker nog, het gebrek aan publieke belangstelling voor Defensie maakt het korten van het budget nogal makkelijk. Zo zijn er van de achttien fregatten die we twintig jaar geleden hadden nog zes over, van de 213 F-16’s nog 68 en van de 900 tanks nul. Niets lijkt deze afbraak te kunnen stuiten. Maar waar een politicus nog op dezelfde dag zijn standpunt kan wijzigen, kost het jaren om een militaire capaciteit op te bouwen. Eenmaal afgestoten betekent in de regel nooit meer terug. Binnen Europa heeft alleen België meer bezuinigd op Defensie en hiernaast is er nog één land dat helemaal geen krijgsmacht heeft: Luxemburg. Het idee van een Benelux-leger heeft dus evenveel kleren om het lijf als een Engelse Apachepiloot in Vegas.

De bezuinigingsrondes zijn afgelopen jaren telkens op dezelfde manier beargumenteerd: om Defensie betaalbaar te houden, is een nieuw evenwicht tussen taken en beschikbare middelen benodigd. Ondertussen bedragen de uitgaven voor de zorg en sociale zekerheid ongeveer 140 miljard per jaar. Alleen al de zorgkosten stijgen jaarlijks met het equivalent van een halve defensiebegroting. Volgens een rapport van Ab Klink kan een betere inrichting van het zorgstelsel tot 8 miljard euro besparen: een efficiencywinst die gelijk staat aan het gehele defensiebudget. Door het onvermogen van de politiek om de woningmarkt, de zorg en het onderwijs structureel te hervormen, wordt dus één van de weinige echte kerntaken van de overheid verwaarloosd. Dit zou vergeven kunnen worden als er uitzicht was op wereldvrede, maar gezien de herbewapening van Rusland, de heuse wapenwedloop in Azië en het tot de tanden bewapende Midden-Oosten is dit wellicht voorbarig.

Volgens alle partijen kan door nauwere samenwerking in Europa geld bespaard worden op Defensie. Maar wie wil met Nederland samenwerken? De appartementseigenaar die telkens besluit zijn bijdrage aan de vereniging van eigenaren te verlagen, maakt zich niet populair bij zijn medebewoners. Binnen de NAVO is meeprofiteren en meepraten alleen duurzaam als het berust op meedoen en meebetalen, en hier scoort Nederland bepaald niet goed. Vindt de Nederlandse burger Den Haag al moeilijk te begrijpen, onze bondgenoten snappen er helemaal niets meer van. Gastland Afghanistan en de NAVO verzochten Nederland de alom gewaardeerde missie in Uruzgan met een jaar te verlengen, maar neen, we ontplooien ongevraagd een kleine missie naar Kunduz die absoluut niet militair mag worden genoemd en tijdens welke de politieagent vooral niet op de Talibaan mag schieten.

Verder leert een vluchtige blik op het gros van de cv’s van defensiewoordvoerders dat ze op andere terreinen dan defensie veel ervaring hebben. Dit leidt bijvoorbeeld tot voorstellen om het Korps Mariniers met de Luchtmobiele Brigade samen te voegen. Maar dit bespaart nauwelijks geld en zal het moreel alleen maar verder afbreken. Het heeft Canada twintig jaar gekost om de effecten van een vergelijkbaar beleid te herstellen. Schaalvergroting werkte niet in het onderwijs, levert aantoonbaar geen besparing op bij gemeenten en gaat zeker niet werken bij Defensie, alleen al omdat het militaire beroep gericht is op het kweken van sterke teamgeest in kleine groepen.

Net zoals de beurscrash niet was voorzien, is een toekomstige oorlog ondenkbaar. Zo ook in 1932, toen Churchill nog een mislukte politicus was en de Franse Pétain een held. Maar op het moment dat oorlogen opeens wel denkbaar worden, is het meestal te laat om een krijgsmacht op te tuigen. In mei 1940 lagen de oorlogsschepen op stapel, waren de jachtvliegtuigen door de gespannen wapenmarkt nog niet geleverd en bleek de fiets niet opgewassen tegen de tank. Twintig jaar aan besparingen werden in vijf dagen gelogenstraft. Met de bezuinigingen op Defensie dreigt Karl Marx alsnog gelijk te krijgen, want volgens hem „herhaalt de geschiedenis zich altijd: eerst als tragedie, vervolgens als klucht”.