De Bovenbazen (85)

‘Die futvoeder,’ herhaalde heer Bommel mat. ‘Ja, ja. Een aardig toestel. Heel mooi, bedoel ik. Hij draait lekker als je het slangetje in de grond steekt. Maar sommige lieden houden er niet van. Er is héél wat over te doen geweest. Ik heb zelfs… Ach, wat praat ik? Ik weet niet hoe ik het allemaal moet uitleggen.’

‘O,’ zei Kwetal bedrukt. ‘Wat jammer. Draait hij niet?’

‘Nee,’ hernam heer Ollie. ‘Ik heb hem in de kluis opgeborgen. Daar is hij veilig voor de bovenbazen. Maar hij draait niet.’

‘Natuurlijk niet!’ zei het ventje opklarend. ‘De futvoeder werkt alleen in de levende natuur. Niet in een kluis en niet in vermalen bossen, hoor!’

‘Waarom niet?’ vroeg Tom Poes, die op de achtergrond bezig was met het zetten van thee.

‘Daar zit geen fut in,’ legde Kwetal uit. ‘Ik weet niet waarom, dat zal Bommel wel beter weten.’

‘Ja, ja,’ gaf heer Ollie toe. ‘Ik begrijp het al. In een kluis en in een vermalen bos zit geen fut, bedoel ik. En daarom… eh… Hm! Wat is fut eigenlijk?’

‘Hij bedoelt natuurlijk Solium!’ fluisterde Tom Poes, een kopje neerzettend.

‘Natuurlijk!’ riep heer Ollie uit. ‘Fut is Solium!’

‘Dat kan ik niet bevatten,’ zei het grijsaardje hoofdschuddend. ‘Wat is Solium nog maar?’

Doch nu voelde de energiemagnaat dat hij vaste grond onder de voeten had.

Met een glimlach haalde hij het loden doosje uit zijn binnenzak en stak het omhoog. ‘Dit!’ zei hij. ‘In dit kistje zit een gram Solium.’