'De 10 procent rijksten zijn 30 miljard rijker, de 10 procent armsten zijn 10 miljard armer'

De aanleiding

De Telegraaf lijkt zijn pijlen te richten op SP-leider Emile Roemer. Opende de krant dinsdag in karakteristieke vette letter met ‘SP kost banen’, gisteren stond op de voorpagina ‘Roemer jokt’. De krant verwijst naar een interview van Roemer in het Financieel Dagblad van 16 augustus waarin hij betoogt dat vermogende mensen en bedrijven meer belasting moeten gaan betalen. Om zijn woorden kracht bij te zetten, gebruikt hij cijfers van het CBS: „De 10 procent rijksten van Nederland hebben er sinds 2007 30 miljard bij gekregen. De 10 procent armsten zijn 10 miljard armer geworden. Dat kan ik niet uitleggen.” .

Volgens de Telegraaf ‘jokt’ Roemer en baseert hij zich op de verkeerde CBS-cijfers als hij het heeft over ‘arm’ en ‘rijk’. Next.checkt zocht uit wie nu gelijk heeft.

Waar is het op gebaseerd?

De SP baseert zich op cijfers van het CBS over het vermogen van huishoudens tussen 2007 en 2011. Vermogen is het saldo van bezittingen (waaronder spaartegoeden, aandelen, woning) en schulden (waaronder hypotheek, consumptieve leningen en studieschulden). Het CBS heeft de huishoudens ingedeeld in tien gelijke groepen.

De 10 procent huishoudens met het minste vermogen hadden in 2007 per saldo een schuld van 32 miljard en in 2011 van 42,2 miljard euro. Hun schuld is dus toegenomen met 31,9 procent: 10,2 miljard euro, het bedrag dat Roemer noemt. Voor de 10 procent huishoudens met het meeste vermogen is de waarde van hun bezittingen tussen 2007 en 2011 gestegen van 699,6 tot 730,8 miljard: 4,5 procent, 31,2 miljard euro. Ook dat bedrag noemt Roemer.

En, klopt het?

Had Roemer gezegd dat de 10 procent meest vermogenden 30 miljard meer hebben en de 10 procent minst vermogenden 10 miljard minder, dan had de uitspraak geklopt. Maar Roemer gebruikt ‘arm’ en ‘rijk’ en daarvoor moet je volgens de Telegraaf niet kijken naar vermogen maar naar inkomen.

Kijken we naar die bovenste 10 procent, dan maakt het weinig uit welke definitie je gebruikt: deze groep is hoe dan ook rijker geworden. Kijken we naar de onderste 10 procent, dan maakt het wel uit hoe je ‘arm’ interpreteert. „De Telegraaf heeft hier een punt”, zegt econoom Peter Hein van Mulligen van het CBS, die overigens ook in het artikel wordt aangehaald als bron. Het gangbare criterium om te kijken naar arm of rijk is niet ‘vermogen’, maar ‘inkomen’: welk bedrag heb je te besteden, wat komt er binnen?

Opvallend is dat de schuld van de 10 procent huishoudens met het minste vermogen jaarlijks flink kan fluctueren. Roemer begint zijn vergelijking vanaf 2007. Maar in 2006 was de schuld van deze categorie zelfs nog hoger dan in 2011: 43,1 miljard euro. En in 2009 was die schuld juist weer veel lager: 27,5 miljard. Zulke fluctuaties zijn er niet in de groep met het laagste inkomen.

Hoe dat kan? Kijk je naar het minste vermogen, dan zit in die groep altijd veel dynamiek, zegt Van Mulligen. De samenstelling ervan verandert voortdurend en dus lang niet iedereen die er in 2007 in zat, valt nog steeds in deze groep. Dat komt doordat het aandeel mensen met een consumptieve schuld relatief klein is en er veel zelfstandig ondernemers in zitten. Ondernemers kunnen ter financiering van hun bedrijf soms grote leningen aangaan. Een gemiddelde zegt hier weinig. Om deze groep ‘arm’ te noemen, zoals Roemer doet, gaat volgens het CBS wat ver. Weliswaar heeft een flink deel van de ondernemers zich dieper in de schulden gestoken op papier, maar deels behoort dit ook tot gewone bedrijfsvoering. Daarnaast keren velen zichzelf gewoon een goed inkomen uit.

Het beeld wordt anders als we kijken naar inkomen. Dan blijkt dat de 10 procent huishoudens met het hoogste inkomen er tussen 2007 en 2011 in totaal 6,2 miljard (1,5 procent) op vooruit zijn gegaan, van 413,1 tot 419,3 miljard euro. De groep met het laagste inkomen zag het inkomen relatief (11,7 procent) en absoluut (7,7 miljard) sterker stijgen, van 44,7 miljard tot 52,4 miljard euro.

Conclusie

Roemer zei dat de 10 procent rijksten van Nederland er sinds 2007 30 miljard bij hebben gekregen en de 10 procent armsten 10 miljard armer zijn geworden. Roemer gebruikt voor ‘arm’ en ‘rijk’ het criterium ‘vermogen’. Dat kan. Voor zijn bewering over de rijkste 10 procent maakt het weinig uit welke definitie je gebruikt, inkomen of vermogen. Maar voor de ‘armste’ 10 procent is vermogen geen gangbaar criterium omdat zelfstandig ondernemers de cijfers in deze groep ernstig vertroebelen.

Zou je kijken naar ‘inkomen’, de gangbare definitie, dan blijkt dat de 10 procent rijksten er sinds 2007 6,2 miljard euro bij kregen, maar de 10 procent armsten hebben er nog meer bij gekregen: 7,7 miljard euro. Next.checkt beoordeelt de bewering van Roemer als half waar.