Dans rond de dood in Nieuwe Kerk

Danseres Lisa May ontwaakt in een reusachtig bloembed uit de dood en voert dan vijf kwartier symbolische bewegingen uit.

Dit is het werk van de Vlaamse theatermaker en beeldend kunstenaar Jan Fabre. De Nieuwe Kerk in Amsterdam vroeg hem om de komende maand als ‘kerkmeester’ in het gebouw zijn gang te gaan.

De uit 2005 daterende dansperformance Preparatio mortis, vanaf morgen nog negen keer uitgevoerd, is het spectaculairste wat Fabre in de kerk laat zien. De begeleidende muziek van Bernard Foccroulle is een goede gelegenheid het zeventiende-eeuwse orgel te horen. De bewegingen van danseres Lisa May zijn soms mooi of geestig, al begint na het eerste half uur de gedachte aan een wat pretentieus uitgevallen praalwagen van het Aalsmeerse bloemencorso zich op te dringen.

In de Nieuwe Kerk herinnert alles aan de dood: de vloer bestaat uit grafzerken en overal staan grafmonumenten – het mooiste is dat van Rombout Verhulst voor admiraal Michiel de Ruyter, uit 1681. Het is dus onduidelijk waarom Fabre juist op deze plaats „het taboe op de dood” wil doorbreken, zoals hij zegt. De dood is hier immers alomtegenwoordig.

Het project ‘kerkmeesters’ leidde in voorgaande jaren tot interessante resultaten, maar de manier waarop Fabre er inhoud aan geeft, is rondweg teleurstellend: hij laat vier reeds bestaande en bekende werken zien, die nauwelijks een dialoog met het markante gebouw aangaan.

Tijdens de Beeldenstorm drong een menigte de Nieuwe Kerk binnen en vernietigde uit naam van het calvinisme alle ‘paapse superstitiën’: de heiligenbeelden werden stukgeslagen, de fresco’s fris wit overgeschilderd. Dat geeft deze kerk zijn merkwaardige spanning: dat steile protestantse interieur in een katholiek, gotisch gebouw.

Je kunt opperen dat Fabre, met zijn onmiskenbaar Vlaams-katholieke, overdadige verbeeldingswereld, de balans weer in Roomse richting laat doorslaan. Maar daarover staat niets in de toelichting. En vier kunstwerken is ook te weinig om de loop der geschiedenis te keren.