Concertgebouworkest op schoot

Zelf als een cameraman inzoomen op die ene trompettist? Meelezen met de partituur terwijl de muziek klinkt? Weten wat de dirigent denkt boven zijn stokje? Achtergrondinfo lezen op je iPad terwijl je voor het concert zelf kijkt naar het scherm van je tv? Het Koninklijk Concertgebouworkest lanceerde gisteren de proefballon van wat een reeks technologisch innovatieve apps voor iPad moet worden. En daarop kan het allemaal.

RCO Universe heet het nieuwe digitale podium van het Concertgebouworkest, dat in 2013 125 jaar bestaat. Een eerste app is vanaf vandaag te koop in de iTunes Store.

Opmerkelijk (op zich bieden meer orkesten apps aan) is de mogelijkheid meer gestreamde beelden simultaan te bekijken. Een concertregistratie, hier van het Koninginnedagconcert, is het uitgangspunt. Maar extra uitklapschermpjes maken het mogelijk, terwijl je het orkest hoort spelen, ook het commentaar van de zanger te beluisteren. In te zoomen. Even snel ernaast te lezen wat de achtergrond is van John Adams’ Short Ride in A Fast Machine.

Het ontwikkelen en opstarten van de app kost het orkest 1,25 miljoen euro. Na vier jaar moet RCO Universe een selfsupporting (subsidievrije) dienst zijn met circa 20.000 wereldwijde gebruikers. Het orkest hoopt de aanloopkosten privaat te financieren en heeft, aldus directeur Jan Raes, „goede hoop” dat de Stichting Donateurs er inderdaad in slaagt het benodigde bedrag te vergaren. In de loop van 2013 verschijnen de eerste vier à zes apps (prijs: tussen de 5 en 12 euro), gewijd aan o.a. de Beethoven-cyclus van Iván Fischer en een werk van Richard Strauss onder Mariss Jansons. „Maar ook de schatkamer van het verleden, met beelden vanaf 1926, wordt ontsloten”, aldus Raes. „Hoe snel is vooral een kwestie van geld.”

Raes ziet de app als een investering in „de loyaliteit van KCO-fans in binnen- en buitenland, en in een nieuwe generatie bezoekers”. De app is ook geschikt voor scholen, het orkest ontwikkelt educatiepakketten.

Vooralsnog is de geluidskwaliteit niet die van een cd, maar toch: op tablet muziek niet zozeer luisteren als wel ‘consumeren’ in een mix van beeld, geluid en audiovisuele achtergrondinfo lijkt een even grote als logische stap vooruit. Je vraagt je wel af of de kosten voor jonge gebruikers niet te hoog zijn. Anderzijds: een app is in zekere zin een democratische uitvinding. Aanschaf door één docent voor één digibord volstaat voor een HD-kennismaking tussen Concertgebouworkest en een klas vol kinderen. Daarin schuilen grote mogelijkheden.

Voor de gewone concertbezoeker blijft het ingewikkeld dat het mediabeleid van het Concertgebouworkest losstaat van dat van het Concertgebouw, dat in juni zijn ‘digitale concertzaal’ presenteerde. Dezelfde faciliteiten om HD-video-opnames in de Grote Zaal te maken, liggen immers ook ten grondslag aan de app van het orkest. De eigenaar van de inpandige geluidsstudio is een externe partij, Polycast, waar gebouw en orkest eigen deals mee hebben.

Maar het orkest sluit niet uit dat op termijn gewone, dus niet met extra infolagen verrijkte concertregistraties, ook via de site van het Concertgebouw te zien zullen zijn. Uiteindelijk telt alleen de kortste weg naar een nieuw publiek.