Beste lucebert

Kamagurka bracht 22 augustus een ode aan Lucebert in het Cobramuseum Amsterdam, met een gedicht en schilderij, hierbij beide afgedrukt.

Foto schilderij: Vincent Carmiggelt

beeste bert

berte lucebest,

beter daar dan hier

dan ginder dan waardanook

de rook

verblijfsverdwijning

binnen handbereik, kijk ik sip

berte lucebeest

de boluswolken klonken

bleekblatend uit het

mompelgat

toen ik hoorde dat,

de jij van jou /de gij van u

de hier van ginder /de hun van ullie

in de rook was opgegaan

versteven en verstrooid

in zegge en schrijve

in schrappe en scheure

het jaar des heren rakkers

(en macaronikakkers) 1994

1924 – 1994

1924 – 1994

veel geschrokken toen

je voorgoed was werd

mijn vadervoorhoofd ging

fronsbrauwen daarom

ja, en ook kleumen/ als een meepse barg

of wat daarvoor doorgaat

in nietwallonië en kontrijen

1994

in 994

nam je voorgoed de gonjezak

pelde je het natte ei/ van de kleiklei

en stapelde je wolken

altemetsen torenhoog

je verdweesde mij bachten

het trommelstokte in mijn keel

de dorre droge droomboom brak

sindsien heb je niks gemist

die dag vertroebelde

tot nacht, dat wel/ kwam de donder

kwam de terreur

van de lege weg zoals je zei

de eindeloze lege weg

de lege stenen en duizend en een

witte treden gespleten stenen

de hele lange witte weg

over zere stenen met lange tere tenen/ vele benen

gespleten stenen de eindeloze

looppas van pas gedolven benen

geschoren koppen armen en benen

geschoren tout court

sturend de boeing 747

richting twin tweeling torens

rook en derf/ staal en vuur

verzaaiend de koude wind

de ijzige vleesdood/ het wrange sterven

crematie voor de dood

dode beeste lucebest dat was

wat je miste en wat je ook miste

wat je miste/ was het smelten /van het ijswit

het walmend dampen/ van de brandende muur

het klimaat in de ban van/ de oliekraan

het stille sterven/ van vleugels

het kermen van wolken/ het smelten van kalk

de stijging van de horizon

wat je miste/ was het wak in de pool

de denguemug in waspik

de overhitte bewoners onder zonnepanelen

de gevangenen van de gefileerde filerijders

koolstofdioxide en de/ windmolenhaters

tegen heug en meug mengt men zich

noord en zuid met noord en/ oost met west

er is sindsdien al meer dan 1

grote norse neger in mij neergedaald

zonder paspoort of papieren

en dat hij morrelde aan

halfvermolmde kasten, reken maar

wat je miste beste lucebert

was het rijden op de rem

voor de dubbele flitspaal

het aanschuiven in het holst van de nacht

voor wegwerkzaamheden

talibaanleiders en

paardenkeutelhelden

het invoeren van de euro

hoog op de keiharde

griekse luchtbewoners

het verflodderen van europa

geveld door pijplomp van

vermoeienis

de fluittoon van de moody’s

het herhalen van de repetitieve

middenwitte glimlach

de gehavende ruggen van dode

reuzen tegen koude muren

het rotten van gaddafi

sadam als hangende ham

osama als sterk merk vissenvoer

oja, je miste / vuurbomboeings

in tweelingtorens

bermbommen en kraters

langs afghaanse wegen

prothesemensen/ liposuctiediva’s

water op mars maar geen

vissen op venus/ het meisje zonder neus

en later gelukkig weer met neus en

nog later verkoudheid

je miste de opwarming van de aarde

ja, ze puft en pruttelt en smelt en gist

het vredig eten van

gebakken bagger voorzien

van drab en liesbreuken

je miste lucebest

het aanraken van het touchscreen door behoeftigen

het schilferig kwaken van wilders

in de echo’s van fortuyn

de schichtige gele muts

en de vloeibare vingers

je miste lieve lucelicht

het lachen van obama

het kweken van osama

de al quade al zawahiri

de wikileaks dansende

assange en dit alles

in de schaduw van

fukushima de becquerelbom

je miste

bertse lucebeer/ de euro fier en

wankelend als een trappende eend

je miste griekse honger

en spaanse dorst

de daling van de huizenprijs

de stijging van de huizenprijs

de daling van de huizenprijs

de stijging van de huizenprijs

de daling van de paling

het zwellen van de zalm

belgische bischoppen

op seminarie in kleuterkonten

hoe ik naar bergen reed

en vermoedde dat dat

het huis was waar je woonde

waar je borstels stonden

je pennen schitterden

je inkten spetterden

je doeken kreunden

je woorden kleurden

wrongen echooden

voorzongen

hinnikten broeiden

slampaperden

pieperdepieperde

piepten… stokten

stopten stilden…

maar bellen durfde ik niet

wie belt nu aan de deur

van iemand die er al jaren

niet meer was

ok, ik misschien

maar die dag deed ik

het niet

ik reed verder en dacht dat het blijkbaar

zo moest zijn.