Actievoeren is een vrouwenzaak

Voor hun protestactie tegen Poetin kregen drie leden van de Russische vrouwengroep Pussy Riot onlangs twee jaar strafkamp. Het zijn vooral vrouwelijke popmuzikanten die protestacties voeren. Hun mannelijke collega’s laten het afweten. Hoe komt dat?

Popmuziek schiet al jaren tekort. Popmuziek is oppervlakkig en egocentrisch, popmuziek neemt geen politieke verantwoordelijkheid. En waar is het protestlied, het enige aflaat waarmee popmuziek haar lichtzinnige aura kon afkopen, gebleven?

Niet dat die liedjes niet geschreven en gezongen worden, daaraan voldoet de generatie van Bruce, Ry en Neil op ieder album weer trouwhartig. Maar ze bereiken er weinig mee. De politieke popsong, in de jaren zestig en zeventig een instrument om het volk mee op de been te krijgen, was uitgewerkt.

Woorden van popmuzikanten maken niet meer zoveel indruk als ze zouden willen.

Dat werd onlangs weer eens duidelijk toen Paul Ryan, de Republikeinse kandidaat voor het vicepresidentschap, zich een fan noemde van de links-activistische punkgroep Rage Against The Machine. Rage-zanger Tom Morello was woedend: hoe kon de reactionaire Ryan zijn muziek waarderen, had hij dan nooit naar de teksten geluisterd? Niet, dus.

Maar al hebben liedteksten weinig invloed, er zijn nog steeds muzikanten die de gemoederen in beroering brengen. Muzikanten die risico nemen en de eigen carrière en veiligheid in de waagschaal stellen voor een ideaal.

De Russische vrouwenband Pussy Riot trad afgelopen februari anderhalve minuut op op het altaar van een kerk, in protest tegen de invloed van de kerk en president Poetin op het klimaat in hun vaderland. Het drietal werd gearresteerd en twee weken geleden veroordeeld tot twee jaar strafkolonie. Afgelopen maandag werd bekend dat de drie gearresteerde muzikanten in hoger beroep gaan. Maar, zeggen ze, daar valt weinig heil van te verwachten. Twee andere leden van het Pussy Riot-collectief zijn afgelopen zondag naar het buitenland gevlucht.

Bulldozers

Twintig jaar geleden protesteerde een andere muzikant tegen de macht van de kerk. Sinead O’Connor, doorgebroken in 1990 met het liedje Nothing Compares 2 U, verkocht destijds veel cd’s en was een lieveling van het publiek. Ze was kaal, Iers en anders.

In 1992 zong O’Connor in het programma Saturday Night Live een eigen interpretatie van Bob Marley’s War waarbij ze de woorden veranderde, zodat de tekst nu ging over kindermisbruik, meer specifiek over kindermisbruik door geestelijken. Tijdens het laatste woord, ‘Evil’, haalde ze een foto tevoorschijn en scheurde hem voor de camera doormidden. Op de foto stond paus Johannes Paulus II.

Die halve seconde op de Amerikaanse televisie luidde het einde in van O’Connors carrière. De volgende dag verbrijzelden bulldozers duizenden van haar cd’s, op straat in New York.

De bulldozers komen vaker in actie. Tien jaar later bijvoorbeeld, om cd’s van het country-trio The Dixie Chicks kapot te walsen. The Dixie Chicks hadden president Bush beledigd toen ze tijdens een optreden in Londen zeiden dat ze zich schaamden dat Bush, net als zij, uit Texas afkomstig was. Het was 2002, Amerika maakte zich samen met Engeland gereed voor de aanval op Irak. De fans van het doorgaans als patriottistisch bekend staande country-genre waren razend.

Boycot McDonald’s

Overeenkomst tussen al deze activistische popmuzikanten: ze zijn vrouw. En zo zijn er meer. Chrissie Hynde, zangeres van The Pretenders, riep in 1989 op tot boycot en vernietiging van McDonald’s, uit protest tegen de slachtmethoden van het bedrijf. Vervolgens ging er een bom af bij een filiaal in Milton Keynes. En Madonna liet onlangs, voorafgaand aan haar optreden in St. Petersburg, roze armbandjes uitdelen als protest tegen de Russische anti-homoseksuele wetgeving. Er volgde intimidatie door de autoriteiten: dreiging van arrestatie van Madonna, en de suggestie dat haar concert door geweld zou worden verstoord.

Deze vrouwelijke muzikanten begeven zich buiten het geëigende speelveld van de popmuzikant; weg van het podium en de studio. Zij stappen de openbare arena in. Ze zijn onverschrokken, misschien onbezonnen, maar in elk geval overtuigd van hun zaak. Ze gebruiken niet het voor de hand liggende middel, een liedje. Ze kiezen voor actie.

Dat gedrag zie je bij mannelijke popmuzikanten niet. Mannelijke popmuzikanten manifesteren zich ook wel eens buiten het podium, zoals Bono of Bob Geldof, maar die blijven diplomatiek. Ze nemen geen risico’s.

Waarom juist vrouwen tot actie overgaan? Misschien zijn zij radicaler en eerder geneigd tot driest gedrag. Feit is dat acties van vrouwen extra veel verbijsterde reacties oproepen. Zeker als die vrouwen moeder van jonge kinderen blijken te zijn. Dat dit van vrouwen niet wordt verwacht bleek uit de berichtgeving in de media, waar de leden van Pussy Riot, in leeftijd variërend van tweeëntwintig tot dertig, veelal werden aangeduid als ‘meisjes’ en hun optredens als ‘acties van gekke meisjes’.

En dat terwijl hun optreden op het altaar van de Christus de Verlosserkathedraal in Moskou, eerder leek op een kunstperformance dan op een kinderlijke daad. Denk aan de opvallende kleding die niet alleen mooi contrasteerde met de bestorven tinten van het interieur, maar ook aansloot bij het huidige modesilhouet: korte rok en kleurpotloodbenen. De muziek, die ze later aan de beelden toevoegden en op YouTube zetten, was ingenieus en opruiend; de tekst een poëtisch verwoorde aanklacht.

Actieperformance

Oermoeder van de actieperformance is Yoko Ono. Kunstenares en zangeres Ono was getrouwd met John Lennon toen ze in 1969 actie voerde tegen de oorlog in Vietnam. Ze deed dat door met John twee weken in bed te gaan liggen in het Hilton-hotel in Amsterdam – de ‘Bed-in’. Het kwam haar internationaal op spot en hoon te staan. Maar dat hun protest een snaar had geraakt bleek toen John en Yoko de toegang werd ontzegd tot de VS, waar ze een volgende Bed-in wilden houden.

Hoe de acties ook uitpakken, de vrouwelijke muzikanten hebben begrepen dat woorden zijn uitgewerkt. Daarom gaan ze een stap verder, door buiten hun natuurlijke biotoop te treden en, nog belangrijker, door hun acties te verbinden met een symbool. Pussy Riot koos een altaar, Sinead koos een foto, Yoko Ono een bed, alle drie symbolen – het bed staat voor het openbaar maken van intimiteit – die direct tot de verbeelding spreken en tot reactie leiden.

Vooralsnog volgen mannelijke popmuzikanten de conventionelere weg. Ze blijven op het podium, ze zingen een lied. Het nummer Shoot The Dog dat George Michael in 2002 schreef als aanklacht tegen president Bush en de oorlog in Irak, deed, hoe nijdig ook, nauwelijks stof opwaaien. Elton John schreef American Triangle over de moord op een openlijk homoseksuele Amerikaanse student, maar de roze armbandjes van Madonna spreken inmiddels meer tot de verbeelding.

Woorden zijn te negeren, daden niet.