We missen mensen die de shit hebben gedaan

Zanger Douwe Bob Posthuma maakte jurylid Boudewijn de Groot uit voor fucker, maar werd wel afgelopen maandag gekozen tot Beste Singer-Songwriter. „Ik word best vaak uitgekotst.”

Tot zijn vijftiende durfde Douwe Bob Posthuma niet te zingen. Zelfs neuriën was een uitdaging. Fietste hij met een liedje in z’n hoofd door de stad, dan stopte de melodie zodra er iemand op gehoorafstand kwam. Het zat hem behoorlijk dwars. Zijn vader, kunstenaar Simon Posthuma, hielp hem over zijn angst heen. Met hem op tweede stem, durfde Douwe Bob het wel. Eergisteren werd de nu negentienjarige Amsterdammer gekroond tot winnaar van het tv-programma De Beste Singer-Songwriter van Nederland. Vader Simon stond glunderend in het publiek.

Waar kwam die angst om te zingen vandaan?

„Ik heb geen idee. Zelfs onder de douche durfde ik het niet. Maar ik moest van mezelf. Ik begon net met gitaarspelen en daar wilde ik bij zingen. Het zat me heel erg dwars. Mijn vader voelde aan dat hij me moest helpen en begeleide me zonder dat ik erom vroeg. Gewoon door de tweede stem te pakken. Zo ben ik begonnen.”

Je vader heeft je ook op pianoles gedaan op je zesde.

„Klopt. Maar ik wilde het zelf. Mijn vader nam me op m’n vierde al op schoot achter de piano. Ik sloeg nooit op de toetsen, zoals veel kinderen op die leeftijd doen, maar ik voelde ze. Dat vond hij interessant. Uiteindelijk heb ik acht jaar klassiek gespeeld en daarna nog jazz. Op mijn vijftiende ben ik overgestapt op gitaar.”

Ben je via hem ook met country in aanraking gekomen?

„Country heb ik zelf ontdekt. Mijn moeder had een dubbel-cd met oude countryhits die ik non-stop op m’n discman beluisterde. Toen ik acht was, nam mijn vader me mee naar een optreden van Jerry Lee Lewis. Ik zat op z’n schouders terwijl hij zich door het publiek wurmde. Hij vond dat ik het moest zien. We stonden helemaal vooraan. Het was zo overweldigend dat het bijna eng was.”

Je bent al een tijdje aan het optreden. Waarom besloot je mee te doen aan een talentenjacht?

„Om een groter publiek te bereiken. Mijn toenmalige ex-vriendin, ze is nu weer mijn vriendin, vond dit wel iets voor me. Ik was even bang dat het een soort Idols of The Voice was, tot ik hoorde dat Giel Beelen het presenteerde. Ik weet dat hij het altijd goed voor heeft met muzikanten. Niets tegen programma’s als The Voice hoor, maar ik wil mijn eigen werk spelen. Daarbij zou ik The Voice nooit winnen. Ik ben niet de sterkste zanger en zou er finaal worden uitgezongen door een Ben Saunders. Bij mij gaat het om het totaalplaatje: schrijven én performen, dat is mijn kracht.”

Je kreeg flinke kritiek toen je Boudewijn de Groot in het programma een fucker noemde nadat hij commentaar had op je protestsong.

„Ik heb er zelfs een kaartje over gekregen, thuis in de bus. Op de voorkant stond een Boeddha, op de achterkant werd ik helemaal kapotgemaakt. Hoe kon ik zoiets doen?! Het kaartje hangt nu op m’n koelkast. Wat een onzin.”

Je mag Boudewijn de Groot best een fucker noemen?

„Natuurlijk! Daar bedoel ik niks mee. Hij vond mijn nummer geen protestsong en ik was het niet met hem eens. Ik had mijn hart en ziel in dat lied gestopt, dus reageerde ik met ‘fucker’. Ik heb diep respect voor Boudewijn de Groot. Als kind draaide ik ‘Verdronken vlinder’ helemaal grijs. Maar dat betekent niet dat ik het niet met hem eens mag zijn.”

Is het niet eng om thuis een kaartje te krijgen?

„Nee, maakt mij het uit. Fuckers. Kom me maar halen! Ja echt. Kom op zeg, belachelijk. Het boeit me niet wat mensen van me vinden.”

Wat boeit je wel?

„Mijn muziek overbrengen.”

Maar als het je niet interesseert wat mensen van je vinden, waarom is het dan belangrijk dat ze je muziek horen?

„Oké, het interesseert mij wel wat mensen van me denken. Ik wil ook dat mensen mijn muziek mooi vinden. Maar ik kan niet alles doen om het anderen naar de zin te maken. Ik kan mijn karakter niet aanpassen. (...) Sommige mensen zeggen weleens dat ik te cool ben.”

Heb je daarom je zonnebril nog niet afgedaan?

„Nee. Echt niet. Ik heb hele lichte ogen en heb daarom heel snel last van het licht. Kijk, mijn ogen zijn nu al rood. Maar ja, zoiets als mijn zonnebril ophouden, wordt weleens verkeerd opgevat. Ik ben best vaak uitgekotst door mensen, omdat ze me verkeerd begrepen.”

Door de makers van het programma word je liefkozend de onechte zoon van Johnny Cash genoemd. Vanwege je look en muziek, maar ook omdat je doet wat je wilt doen. Drinken voor een optreden bijvoorbeeld.

„Dat Johnny Cash-gedeelte is een groot compliment. Hij is een held. Maar waarom kan ik geen biertje drinken voor een optreden? Ik ga me niet bezatten. Het is snikheet, dus heb ik zin in een koude Corona met een citroentje. Mensen zijn te clean. Nederland verkeert in een constante slaaptoestand. Misschien is dat altijd al zo geweest, maar mijn gevoel zegt dat we op dit moment niet het optimale uit het leven halen. De boel moet worden opgeschud. Ik ben opgegroeid met mensen als Herman Brood en Simon Vinkenoog om me heen, zij vormden de bakermat van de sixties. Mensen die de shit hebben gedaan. Die mensen missen we nu.”

Zou jij de boel kunnen opschudden?

„Nee. Ik hoop dat ik mensen vanaf het podium wel kan inspireren om meer uit het leven te halen, maar ik denk niet dat ik heel veel meer invloed heb dan dat. Daar is het de tijd niet voor. Er is geen tegenbeweging gaande, zoals in de sixties. Mijn vader behoorde tot de trendsetters van zijn tijd. Daar ben ik weleens jaloers op.”

Had je een goede jeugd?

„Ik had een fucking chille jeugd. Lekker tekenen in de kamer, of met m’n vader op een groot doek schilderen, mijn handen onder de verf. En heel veel liefde van mijn vader en mijn moeder. Ze zijn uit elkaar gegaan toen ik drie was en ik ben in twee huishoudens opgegroeid. Het waren de meest relaxte ouders ooit. Als ik op mijn vijftiende drie dagen wegbleef, deden ze niet moeilijk. Ze vertrouwen me. Ik rookte op mijn dertiende mijn eerste jointje met mijn vader. Hij vindt dat je drugs voor het eerst beter met je ouders kunt doen.”

Je vader heeft altijd kunnen leven van de kunst. Wat als jou dat niet lukt met muziek?

„Er is geen andere optie. Ik kan niks anders. Ja, ik kan aardig barren, maar daar houdt het wel mee op. Er is geen plan b. Heel veel muzikanten hebben een plan b. Ik ben van mening dat een plan b je tegenhoudt in je plan a. Je zegt dat je de volle honderd procent geeft, maar houdt er rekening mee dat het niet gaat lukken. Dat kan ik niet. Het is muziek of niks.”