Uitzicht op vrede in Colombia

Geen maatschappij kan een eeuwige guerrilla aan. Colombia, met 45 miljoen inwoners het grootste land van Latijns-Amerika na Brazilië en Mexico, is dan ook doodmoe van het geweld dat het land in de jaren vijftig en vervolgens sinds de oprichting van de Revolutionaire Strijdkrachten van Colombia (FARC) in 1964 in de greep had en heeft. Ook de communistische guerrilleros van de FARC, die ondanks hun ideologische bombarie beter gewelddadige drugsdealers kunnen worden genoemd, zijn na een reeks verliezen in eigen kring steeds minder effectief. De FARC is te zwak om de oorlog te kunnen winnen, maar nog te sterk om volledig overwonnen te worden.

President Juan Manuel Santos heeft daarom een poging gedaan tot een begin van nationale verzoening te komen. Santos, onder zijn voorganger Alvaro Uribe minister van Defensie, vermoedt en hoopt dat de FARC via onderhandelingen een eervolle aftocht wil zoeken.

Santos legde er bij de bekendmaking de nadruk op dat het Colombiaanse leger zich niet terugtrekt. De militairen blijven op „elke centimeter van het land” paraat. De president denkt zo een herhaling van een eerder vredesfiasco te voorkomen. In 1998 kreeg de FARC een vrijgeleide op een stuk grondgebied zo groot als Nederland. Terwijl de FARC over vrede sprak, gebruikte de beweging dit gebied ook als plek voor training en recuperatie.

Ondanks zijn voorzorgsmaatregelen neemt Santos een risico. Voorganger Uribe zal geen kans voorbij laten gaan om de regering te frustreren. Dat gevaar komt niet alleen voort uit persoonlijke rancune van de ex-president, die staatshoofd had willen blijven. Uribe, afkomstig uit Medellin, staat voor de machtige grootgrondbezitters. Santos is een representant van de stedelijke elite uit Bogotá. Deze groepen hebben een andere kijk op en andere belangen bij de vijftig jaar durende oorlog.

Santos speelt in op die verschillen. In Colombia, dat inmiddels voor driekwart is geürbaniseerd, neemt de invloed van de stedelijke burgerij toe. Deze middenklasse wil vrede. Bovendien wordt hij door de Amerikaanse regering gesteund. Wetend dat de drugsguerrilla zwakker is dan ooit maar dat ‘links’ in Zuid-Amerika juist sterker wordt, neemt Obama afstand van een onversneden oorlogsstrategie. Politieke openingen moeten nu een kans krijgen. In Colombia gaat president Santos deze dubbele benadering uitproberen. Als hij daarmee succes boekt, kan dat voor heel Latijns-Amerika een nieuw perspectief bieden.