Sancties opleggen is lastig in bijstand

Gemeenten vinden het lastig om sancties op te leggen aan ontvangers van een bijstandsuitkering. Daar zal een strengere bijstandswet waarschijnlijk weinig aan veranderen.

Dat concludeert het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP). Gemeenten zullen, volgens het SCP, in de praktijk waarschijnlijk weinig sancties opleggen aan bijstandsontvangers die moeilijk een baan vinden vanwege „onaangepast gedrag en uiterlijk of een slechte beheersing van de Nederlandse taal”.

Sancties kunnen effectief zijn volgens het SCP, maar worden zelden opgelegd. Dat komt doordat problemen van bijstandsontvangers vaak zijn verweven met andere en grotere problemen, zoals psychische problemen of schulden. „Ook strookt het opleggen van sancties niet met de taakopvatting van de uitvoerders. Zij zien zich als helpers en ondersteuners.” Sancties variëren van een eenmalige korting van 10 procent tot het drie maanden stopzetten van de uitkering. Langer mag niet.

Het SCP sprak achttien uitvoerders van twaalf gemeenten en een aantal werkgevers die moeilijk bemiddelbare bijstandsgerechtigden in dienst nemen. De uitvoerders schatten dat 20 tot 40 procent van de bijstandsontvangers die zij onder hun hoede hebben problemen hebben met „werknemersvaardigheden”: ze komen te laat, melden zich niet af of komen snel in conflict met hun baas of collega’s. 10 tot 20 procent van hun ‘klanten’ heeft „een onverzorgd of ongepast uiterlijk: tatoeages, slonzige kleding, afwijkend kapsel”. 20 à 30 procent heeft problemen met de Nederlandse taal.

Demissionair staatssecretaris Paul de Krom (VVD, Sociale Zaken) reageerde vanochtend op Radio1 op het onderzoek. Volgens hem moet de wet worden aangescherpt om gemeenten meer mogelijkheden te geven voor sancties. Zo staat in de Bijstandswet geen maximale reistijd naar werk en in de werkloosheidswet wel (1,5 uur). Ook is er volgens De Krom een cultuuromslag bij gemeenten nodig. „Handhaving staat laag op de prioriteitenlijst. ... Er wordt vrijblijvend gedacht over de sollicitatieplicht.”

Volgens De Krom voelt de helft van de bijstandsontvangers geen dwang of drang. Hij wilde de wet strenger maken. Volgens het SCP laten zijn voorstellen een „toenemend wantrouwen ten aanzien van bijstandsontvangers” zien.