Noordpool verloor nooit zoveel ijs

De hoeveelheid zeeijs rond de noordpool daalt nog tot in september door, na het deze week gemeten dieptepunt van de laatste eeuwen. Het meest verontrustende is dat het steeds sneller gaat.

De hoeveelheid zeeijs rond de noordpool heeft een ongekend dieptepunt bereikt. Uit satellietopnames werd afgelopen zondag een ijsbedekking van minder dan 4,1 miljoen km2 afgeleid, dat is 70 duizend km2 minder dan het geruchtmakende record van 2007. Nooit eerder in de afgelopen eeuwen is zo weinig ijs in de Noordelijke IJszee en zijn randzeeën voorgekomen.

Het nieuwe record werd maandag door de Amerikaanse ruimtevaartorganisatie NASA bekend gemaakt. Het verschil met het vorige record, van 2007, was toen al toegenomen tot bijna driemaal de meetonnauwkeurigheid (die ongeveer 25 duizend km2 bedraagt). Dat werd kennelijk als statistisch overtuigend beschouwd.

Inmiddels is het verschil al groter, want de ijsbedekking loopt nog steeds heel snel terug. Naar verwachting wordt pas in de derde week van september het laagste punt bereikt. Daarna groeit het zeeijs onder invloed van de verdwijnende zon weer aan tot het tegen april zijn jaarlijkse maximale uitgestrektheid bereikt.

Het record komt niet onverwacht. Vorig jaar werd het septemberrecord van 2007 al bijna gebroken. Al sinds het begin van de satellietwaarnemingen in 1978 blijkt de hoeveelheid zeeijs rond de noordpool trendmatig, zij het met flinke schommelingen, terug te lopen. In september ligt tegenwoordig maar half zoveel ijs rond de noordpool als eind jaren zeventig toen de Nimbus-7 satelliet zijn eerste waarnemingen verrichtte.

Sinds 1987 meten DMSP-satellieten (van het ministerie van Defensie) de ijsbedekking. In alle gevallen berust die op analyse van het verschil in warmteuitstraling van het zeeijs en het vrije wateroppervlak. De waarnemingen worden verzameld en openbaar gemaakt door de National Snow and Ice Data Center in Boulder (nsidc.org). De NSIDC classificeert een zeeoppervlak als ‘ijsbedekt’ als er 15 procent of meer ijs op ligt.

Verontrustend is dat het ijsoppervlak in de Noordelijke IJszee steeds sneller afneemt en dat dit nog extra geldt voor het ijsvolume, het product van ijsoppervlak en gemiddelde ijsdikte. Want de hoeveelheid dik, meerjarig zeeijs, ijs dat een of meer zomers overleefde, is enorm gedaald. Er ligt nu alleen voor de kust van Canada nog oud zeeijs. Aan de andere kant van de wereld, rond Antarctica, doet zich overigens het omgekeerde voor. Daar neemt de hoeveelheid zeeijs al dertig jaar trendmatig toe, maar die toename is bij lange na niet zo sterk als de afname in het noorden.

Het record ijsverlies rond de noordpool in september 2007 kon nog aan bijzondere meteorologische omstandigheden worden geweten. Maar dit jaar heeft zich in de poolzomer maar weinig bijzonders voorgedaan, benadrukte de NASA maandag. En ook dat is verontrustend. Het wekt de suggestie dat het de slechte conditie van het ijs zelf is die de versnelde teruggang verklaart. Dun ijs is gevoeliger voor opwarming en de invloed van wind en stroming dan dik meerjarig ijs. Het belooft weinig goeds voor de toekomst.

Na het ongekende ijsverlies van 2007 voorspelden verschillende wetenschappers dat de Noordelijke IJszee al binnen een jaar of tien, ja, al in 2013 ’s zomers geheel ijsvrij zou kunnen zijn. Inmiddels staat vast dat er nog geen modellen zijn die het gedrag en de kwetsbaarheid van het zeeijs goed kunnen beschrijven en voorspellen. Een ijsvrije IJszee wordt pas voor het eerst tussen 2030 en 2070 verwacht. En alleen ’s zomers, in de winter zal altijd veel – dun – zeeijs terugkeren. Zolang er geen betrouwbare modellen zijn kan ook niet met zekerheid worden gezegd of de teloorgang van het zeeijs samenhangt met het door de mens versterkte broeikaseffect, al lijkt die invloed wel heel waarschijnlijk.

Het ijsverlies lijkt in eerste instantie het effect van toestroming van warm water uit de Atlantische oceaan en een veranderde luchtcirculatie. De gevolgen daarvan worden versterkt doordat een ijsvrije zee extra veel zonnewarmte absorbeert.