Neefje

Achter mijn huis stond een steiger. Een schilder schuurde mijn keukenraam. Hij praatte met een andere schilder. Ze praatten Brabants. Binnen volgde ik de discussie over de langstudeerboete. Harm Beertema van de PVV stelde: ‘Mijn eigen neef heeft vorige week zijn scriptie ingeleverd na negen jaar studeren, vanwege de schrik van die langstudeerboete. Hij is dolgelukkig.’

Beertema gebruikt zijn eigen neefje om een politiek idee te verkopen. Eigenlijk zegt hij: Zelfs bij die lapzwans werkt het. Nergens voel ik dat hij trots is op zijn neefje, integendeel.

Ik kom uit Brabant. Toen ik in Amsterdam ging studeren, vertelde ik wel eens dat ik een oom heb die schilder is. Dan dacht iedereen dat hij kunst schilderde, maar mijn oom gaf de metalen bogen van het Centraal Station een vers likje verf.

Er werkten nog meer schilders achter mijn huis: een Surinamer die een stukje hoger op de steiger stond en een stuk verderop een Duitser waar ze koffie konden halen. De Brabander die in de tuin van de benedenbuurvrouw een sjekkie rookte, wilde niet helemaal naar de Duitser lopen voor koffie. Hij hoopte dat mijn benedenbuurvrouw hun koffie kon geven. Maar ze was niet thuis.

De rokende Brabander vroeg aan de Brabander die mijn keukenraam schuurde of Melvin een goeie was. De Surinamer heette Melvin en was nieuw. Hij had zeven maanden in de WW gezeten en zei: ‘Ik werk hier voor 1 euro per uur.’

Hij zei dat hij eerst boven die WW uit moest komen. Dan pas verdient hij iets.

De rokende Brabander zei: ‘Maar is het een goeie?’

‘Nou’, zei de andere Brabander: ‘Wat mij betreft mogen ze hem best éénvijftig per uur geven.’

De taal van schilders die ik ken.

Toen de man beneden zei dat hij toch maar naar die Duitser ging, riep ik vanaf het balkon dat ik wel koffie voor ze had, en ook voor de Surinamer. Dat vonden ze perfect.

Ik zei: ‘Een euro per bakkie.’

‘Melvin’, zei een van hen. ‘Gij speelt quitte dit uur.’

Dat zou mijn oom ook kunnen zeggen.

Ik heb zeven jaar gedaan over twee studies. Mijn oom zeikte daar nooit over. Hij zei niet: ‘Mijn neef heeft na zeven jaar eindelijk zijn scriptie ingeleverd.’ Het maakte hem niet uit hoe lang ik studeerde. Hij was trots dat zijn neefje in Amsterdam diploma’s haalde, maar als ik op verjaardagen een biertje met hem dronk en nog altijd kletste in de taal die mijn ooms en tantes ook spreken, dan was hij pas echt trots.

Marcel van Roosmalen schrijft de komende vijf weken columns voor Panache, de satirepagina van nrc.next (achterop). Jan van Mersbergen vervangt hem op deze plek.