Mitt Romney krijgt kus en nominatie

Ann Romney probeerde de liefde voor haar Mitt over te brengen aan miljoenen tv-kijkers. ‘U zou hem eens moeten leren kennen.’

Daar was het woord plotseling, en de uitgelaten zaal hield zich even in. Mormoon. „Ik was lid van de Episcopaalse kerk, Mitt een mormoon”, zei Ann Romney zomaar, in haar toespraak voor de Republikeinse conventie. „Er waren veel redenen ons huwelijk uit te stellen. Maar weet je? Het interesseerde ons niet.”

Het verboden woord was gezegd. Nooit noemt Mitt Romney zijn geloof, nog altijd omstreden onder conservatief-christelijke Republikeinen, bij naam. Maar Ann Romney, geprogrammeerd op prime time, had een missie: ze moest haar man een mensenlijk gezicht geven. Over hem en hun huwelijk vertellen, zodat kiezers een ander beeld krijgen van de wat afstandelijke Mitt Romney.

En ze was het succes van de avond. Ann Romney kwam nerveus op, in een rode jurk, en riep ontwapenend in de microfoon: „Dit is zo spannend!” Ze vertelde anekdotes over haar man, en gaf een knipoog naar zijn afstandelijke imago. „Zijn naam is Mitt Romney, u zou hem eens moeten leren kennen.”

De Republikeinse conventie oogde wat naar binnen gekeerd op de dag dat Mitt Romney officieel werd gekozen tot presidentskandidaat. Procedurele ruzies tussen de partijtop en aanhangers van de libertair Ron Paul bedierven de ‘roll call’, de formele stemming. Nieuwe regels maken het moeilijker voor verliezende kandidaten om de gedelegeerden die ze hebben gewonnen in de voorverkiezingen mee te nemen naar de conventie. De Paul-aanhang zag er een poging in zijn libertaire beweging monddood te maken.

Normaal verloopt een roll call in een vrolijke sfeer: een prominente Republikein uit iedere staat maakt bekend wie daar gewonnen heeft – telkens applaus voor Mitt Romney – en de sprekers noemen toeristische tips of leuke weetjes over hun staat. Nu was keer op keer ‘Ron Paul!’ luid hoorbaar in de zaal.

Veel toespraken leken vooral bedoeld voor de conservatieve incrowd. Gouverneurs somden hun successen op, rijzende sterren aan de rechtervleugel, zoals de conservatieve Tea Party-held Ted Cruz, spraken.

Alleen Ann Romney had de missie verder te gaan dan een preek voor eigen parochie. Mitt Romney had zijn vrouw eens geprezen door te zeggen dat ze rondrijdt in „een paar Cadillacs”. Zij pakte het slimmer aan. Ze zou spreken, kondigde ze aan, „over liefde”. Ze vertelde over de dansavonden, en het armoedige begin van het jonge echtpaar. Ze richtte zich tot alle vrouwen van het land – „Jullie zijn de hoop van Amerika” – en zei dat het leven van vrouwen moeilijker is geworden door de slechte economie. „Wij vrouwen zijn niet zo dom dat we niet weten dat er betere oplossingen zijn.”

Na afloop kwam Mitt Romney op, die daarmee brak met de traditie dat de presidentskandidaat zich pas op de laatste avond meldt. Hij gaf Ann een knuffel en een snelle kus. Het was geen langdurige Al en Tipper Gore-zoen, zoals op de Democratische conventie in 2000, maar toch.

De speech werd live uitgezonden op alle nieuwszenders, Ann Romney kreeg een miljoenenpubliek. En daarmee is de opdracht van deze conventie eigenlijk al geslaagd. Mitt Romney heeft een ziel gekregen. Hij is betrouwbaar, en hij zit vol liefde, herhaalde Ann keer op keer.

Onbedoeld werd haar punt onderuitgehaald door gouverneur Chris Christie van New Jersey, die na haar de cruciale keynote speech gaf. Liefde, citeerde hij zijn moeder, betekent niets. Het gaat om respect. „Dit land raakt verlamd omdat we geliefd willen worden.”

De extraverte en veel te zware Christie wordt op handen gedragen in brede lagen van de partij. Zijn speech werd door de Republikeinen als een test gezien: zou hij zinspelen op een gooi naar het presidentschap in 2016 of 2020?

Na afloop was het duidelijk: Christie wil zich kandidaat gaan stellen. Hij sprak slechts een paar minuten over Romney, de rest van de speech ging over hemzelf. „Meneer de president”, zei Christie, „echte leiders luisteren niet naar peilingen. Ze veranderen peilingen.” Het kon bijna niet anders of hij sprak niet namens Romney, die het in de peilingen niet goed doet, maar namens zichzelf.