Kroll was een weerverkoper

Weerman Erwin Kroll is al een jaar niet meer op tv. Pas gisteren maakte hij zijn vertrek bekend. Weer was niet zijn passie. Hij is een meteoroloog die presentator werd.

Hilversum. „Het weer is niet mijn passie. Mijn passie is vertellen.” Op de dag dat Erwin Kroll (62) zijn vertrek als weerman aankondigt, houdt hij slechts een bescheiden persbijeenkomst voor vier schrijvend journalisten. Al bijna een jaar is hij niet meer op tv. Geruchten over een burn-out deden al snel de ronde. Maar hij wilde gewoon nadenken, vertelt hij. Gisteren maakte hij zijn definitieve afscheid bekend. Hij zou de RTL Boulevards en Shownieuwzen nog één keer te woord staan, dat hoort er nu eenmaal bij. Maar een groots uitzwaaien op televisie of een laatste maal het weer presenteren zit er niet in. „Dit is het. En dat voelt goed.”

Hij is een meteoroloog die presentator is geworden, wil hij benadrukken. „Ik vind het belangrijk dat je weet waar je over praat.” Natuurlijk was hij wel eens jaloers op Piet Paulusma. Want die mag naar buiten, en daar is het weer. Maar hij vindt ook dat je een weerkaart nodig hebt, dingen moet kunnen laten zien. Hij voelt zich verkoper van een product. En hij heeft eergevoel: het product moet goed zijn. Van een verkeerde weersverwachting werd hij altijd een „tikkie chagrijnig”. En zat hij er te drastisch naast, dan bood hij de kijkers zijn excuses aan.

Kroll heeft graag de regie in handen, ook over zijn afscheid, na een carrière van 40 jaar waarvan 26 op televisie voor de NOS. Hij voert zelf het woord. Meester Kroll geeft college. Hij verhaalt hoe de rol van het weer in de media steeds groter werd „want we hebben veel meer vrije tijd en geld voor ontspanning in de buitenlucht. Maar dan moet wel de zon schijnen”. En het weer heeft een diepere impakt – hij spreekt het op zijn Nederlands uit, met veel nadruk, zoals alleen Kroll dat kan – gekregen. „Als het hard waait op een open vlakte was dat geen probleem. Nu staan er tenten op dat grasveld, er wordt muziek gemaakt. Dan is wind ineens een risico.”

Ook het werk van weerman is veranderd door de jaren heen. „In die eerste periode had ik maar één uitzending per dag en bestond mijn halve werkdag uit knippen en plakken. Dan zat ik zelf de L’s en de H’s op te plakken. Nu heb je overal satellietbeelden voor en op een werkdag dertien uitzendingen.” Toch bleef de essentie hetzelfde. „Ik was tóen een leraar voor een schoolbord met een krijtje en ik ben nú een leraar voor een schoolbord met een krijtje.”

In september vorig jaar legde hij zijn krijtje al tijdelijk neer om na te denken. Dat hij door vele kijkers, die in Kroll hun vaste ijkpunt van de dag zagen, werd gemist, was een eer. Maar hij wil weer Erwin Kroll zijn als hij op straat loopt, niet weerman Erwin Kroll. Het Bekende Nederlanderschap, dat hij aanvankelijk wel egostrelend vond, ging hem al na enkele jaren op tv tegenstaan. Dan was hij met zijn kinderen in een dierenpark en wilden zij na een half uur al weg, omdat iedereen toch alleen maar met hun vader in gesprek wou. „Het probleem is dat het publiek zo aardig is. Op straat schiet ik altijd in de rol van de vriendelijke weerman. Ik kan niet goed omgaan met bekendheid.”

Er was niet één moment waarop het hem te veel werd. Aan zijn laatste uitzending heeft hij geen uitgesproken herinnering. Hij begon zijn werk steeds minder leuk te vinden. „Het moment dat het rode lampje van de camera aanging, was voor mij het highlight van de dag, maar de rest van de acht uur viel me steeds zwaarder. Ik voel dat ik ouder word: vroeger was ik nooit zenuwachtig, al ging alles mis. Nu merk ik dat mijn tempo lager ligt, terwijl het tempo van het werk juist omhoog is gegaan.”

Wat hij precies gaat doen, ligt nog niet vast. Hij speelt sinds anderhalf jaar gitaar en gaat „net zo lang spelen totdat ik mijn gitaar terug kan verdienen.” Ook wil Kroll zijn vrouw helpen met haar bedrijf in schilderijen en gedichten. „Ben ik toch weer de verkoper.”