'Ja, wat ik doe is illegaal'

Guerrillatuinieren, breien rondom bomen: streetart is tegenwoordig vooral gezellig en zacht. Net als de laatste trend op dit vlak: wildborduren.

Bivakmuts op, spuitbussen mee en dan diep in de nacht op iedere muur je naam achterlaten. De hele stad besmeuren. Als een hond je territorium afbakenen. Dát was graffiti in de jaren 80.

De streetartist van tegenwoordig is meestal met heel andere dingen in de weer. Hun werk is zacht, aaibaar, kleurig en gezellig. Ze leggen tuintjes aan, gooien met zaadbommen, maken kunstwerken van mos, modder of wol. Soms met een missie – voor méér groen of tegen verstedelijking – maar zó dat niemand er last van heeft.

De nieuwste trend heet wildborduren. Al is ook daar weinig wilds aan. Op banken, in hekwerken en op prullebakken laten ze (meestal vrouwen) hun borduurwerk achter. Sommigen zijn er gerust een uur of zes mee in de weer. Waarom? Drie kunstenaars over hun werk.

In Stuttgart ben ik betrapt

Wie: Miss Cross Stitch (34, wil graag anoniem blijven, dat hóórt bij straatkunst) volgde een opleiding (sieraden-)ontwerpen en werkt nu aan haar eigen collectie. Ze vlecht dikke katoenen draden door hekwerken en roosters.

Woont: in Duitsland

„Ik noem mijn werk ‘Street Embroidery’ (straat borduren). Ik doe het op banken, stoelen en hekwerken. Ik ben ermee begonnen in de zomer van 2010. Toen maakte ik een rondreis door Duitsland, sliep bij vrienden in Keulen, Hamburg en Berlijn. Ik wilde er graag iets achterlaten en heb dat toen met draad gedaan.

Met mijn werk wil ik bewijzen dat handarbeid interessant is. Veel moderner, veel meer van nu dan iedereen denkt. De meeste mensen denken bij borduren aan zo’n ouderwetse sprei. Dat probeer ik te veranderen.

Voor mij is het genoeg als voorbijgangers even blijven staan en moeten lachen. Borduren is heel huiselijk en knus. Ik dacht: als je dat nu ook in de openbare ruimte doet, wordt het daar misschien ook huiselijk en knus?

Helaas zijn er niet veel mensen die het oppakken. Je ziet wel vaker breiwerkjes die zijn achtergelaten op lantaarnpalen. Dat is makkelijker: je kunt thuis breien en het ergens achterlaten. Veel minder kans dat je door de politie wordt gepakt.

In Duitsland heb je toestemming nodig als het om kunst en openbare ruimte gaat. Die vraag ik niet, dus ja, wat ik doe is illegaal. In Stuttgart ben ik betrapt. Toen moest ik mijn werk van een agent verwijderen. Sindsdien ben ik nerveus als ik bezig ben. Die bank in Berlijn bijvoorbeeld, die heeft me zeker zes uur gekost. En dan denk je dus zes uur lang: als ze me ontdekken, is alles voor niks geweest.”

Miss Cross Stitch: „Die bank in Berlijn heeft me zeker zes uur gekost.”

Vrolijk word ik ervan

Wie: Ulrike Erdes (28) zit op de kunstacademie en borduurt in de stoffen zitting van stoelen in bussen en treinen.

Woont: in Göteborg (Zweden)

„In 2008 heb ik me voorgenomen om altijd met naald en draad op pad te gaan. Ik maakte een speciaal tasje, met alles wat ik nodig had. Ik besloot geen enkele bus meer te nemen zonder een borduurwerkje achter te laten. Omdat ik er zelf vrolijk van werd. Dus anderen misschien ook.

De eerste keer borduurde ik een hartje, op een stoel in de trein naar Malmö. Ik deed er zeker een kwartier over. Nu ben ik getraind – heb ik er maar een minuut of drie voor nodig. Ik maak beesten, schrijf woorden en ook nog steeds hartjes. Ik borduur ze meestal op het zitvlak, vlak naast mijn been. Niemand die het ziet.

Achteraf krijg ik verschillende reacties. Sommige mensen vinden het leuk, maar er zijn ook buschauffeurs die het vandalisme noemen. Die dreigen dan met de politie. Ik begrijp dat niet: het is onschuldig. Ik maak niets kapot. Trek de draad eruit en je ziet er niks meer van.

Ik denk dat we ons moeten realiseren dat de openbare ruimte van ons allemaal is en dat we er samen voor moeten zorgen dat die een beetje aangenaam is. Bij borduren denkt iedereen aan z’n oma. Aan gezelligheid. Ik kan me niet voorstellen dat je daar aanstoot aan neemt.”

Ulrike Erdes: „Sommige buschauffeurs noemen het vandalisme.”

De deur van een metrowagon

Wie: Sarah Greaves (31), kunstenaar, volgt een master creatieve therapie, boort gaten in objecten waar ze draad doorheen trekt. Ze werkt vooral in haar atelier, minder vaak op straat.

Woont: in Manchester, Groot-Brittannië

„Ik leerde borduren van mijn oma. Ik heb het jaren niet gedaan, tot 2004. Ik was bezig met een stoel, ik borduurde de zitting, maar het patroon paste er niet op. Ik dacht: waarom zou ik stoppen bij de rand? Toen heb ik een boor gepakt, gaten geboord en er een draad doorheen getrokken. Zo logisch. Waarom is niemand daar eerder op gekomen?

Sinds 2007 doe ik bijna niets anders. Ik houd van de dwaasheid ervan. Borduren is heel verfijnd, een delicaat en vrouwelijk werkje, maar hiervoor heb je zwaar geschut nodig. Ik heb een hele verzameling masculiene apparaten mijn atelier binnengesleept. Er staan hier boren, zagen, hamers. Het is zwaar werk!

Ik houd van tegenstellingen, als het gaat om kunst. Die mix van garen en graffiti. Ergens je handtekening achterlaten, maar dan wel op een mooie manier.

Ik borduur vooral teksten. En gebruik gevonden voorwerpen. Ik heb al geborduurd in deuren. In een bad, in kasten. In een broodrooster. En nu ben ik zelfs bezig met de deur van een metrowagon. Dat zou ik natuurlijk stiekem kunnen doen, maar dat lukt me nooit. Tot nog toe heb ik voor elke container toestemming aan de gemeente gevraagd.

De teksten hebben altijd een relatie tot het voorwerp waarop ze terechtkomen. Op het broodrooster borduurde ik ‘Carbs’ (koolhydraten), dat bedacht ik toen ik las over het zoveelste rare dieet. Er zijn vrouwen die opeens alleen maar broccoli eten. Of nooit meer brood. Een ander thema dat me aanspreekt, is de grens tussen publiek en privé. Wat houden we voor onszelf en wat mag de buitenwereld weten? Vandaar die deuren. En ik zou ook dolgraag nog eens een drempel willen borduren. Een echte hè, met een drilboor.”

Sarah Greaves: „Ik zou dolgraag nog een drempel borduren. Een echte, met een drilboor.”