Ik weet het niet

Ik werd vorige week gewezen op een oproep van Turken in Nederland, gericht aan andere Turken in Nederland, om op 12 september niet te stemmen op de Turks-Nederlandse politica die met Turks-Nederlandse homoseksuelen op een boot, op de Amsterdamse grachten, de Turkse vlag had gedragen. Het bezwaar was niet dat het hier homo’s betrof, maar dat er respectloos met de Turkse vlag zou zijn omgesprongen. De opvarenden droegen rode T-shirts met de Turkse maan en sterren. Ook stonden een paar mensen te draaien als derwisjen. En zij had erbij gestaan. Of had meegedraaid.

Wat als het heteroseksuele Turkse voetballers waren geweest, vroeg ik mij af. Een elftal dat een kampioenschap viert en een triomftocht houdt en met vlaggen zwaait? Zou er dan ook zo’n oproep zijn rondgegaan?

Ik weet het niet.

Of ik nu uit solidariteit op die Turks-Nederlandse politica ga stemmen?

Weet ik nog niet.

Zondagavond zie ik vier mannen in pak op televisie: Kaal, Dik, Bril en Zongebruind staan op een rij en ik probeer mij hen voor te stellen als premier van Nederland op staatsbezoek bij de president van de Verenigde Staten. Na een half uur denk ik: Ik weet het niet.

Ik zap naar Zomergasten. Daar bekent Adriaan van Dis dat hij eigenlijk wel alcoholist zou willen zijn én lid van Fight Club, maar dat zijn beroemdheid hem daar gelukkig van weerhoudt. En dat we nu moeten zuipen! Ik weet het het niet hoor, meneer van Dis. Ik zap terug naar Kaal, Dik, Bril en Zongebruind, die elkaar niet laten uitpraten, hier en daar de waarheid geweld aandoen of enge dingen roepen. Om te worden onderbroken door reclame. Of ik de nieuwe Toyota Yaris wil kopen? Eh.. Ik weet het niet.

Ik doe vijf online tests die mij zullen helpen bepalen op welke partij ik het beste kan stemmen. Ze zeggen allemaal iets anders. De allochtonen-stemwijzer, in 2010 speciaal voor mij en alle andere tweedegeneratiemigranten in het leven geroepen, is tegenwoordig offline.

Of het me had geholpen? Ik weet het niet!

Maar Mark Rutte gaat mij 1.000 euro geven! Tenminste, als ik werk. In de cultuursector? Ik weet het niet.

Vanuit de tram zie ik vanochtend een groot aanplakbord met daarop een twintigtal vertrouwen uitstralende hoofden, lijstnummers, afkortingen en campagnekreten. Kaal, Dik, Bril en Zongebruind staan er ook tussen.

Ik grinnik om de slogan van een kleine onbekende partij: „Wij weten het ook niet.”