Het is een lange weg naar vrede

De Colombiaanse regering en de FARC willen om tafel gaan zitten om een vredesakkoord te sluiten. Het is een doorbraak in een van de oudste en bloedigste conflicten in Zuid-Amerika. Met kans van slagen.

Redacteur Noord- en Zuid-Amerika

Rotterdam. Na een halve eeuw van bloedige strijd die aan tienduizenden Colombianen het leven heeft gekost, is er opeens zicht op vrede. President Juan Manuel Santos hoopt te bereiken wat zijn vele voorgangers nooit is gelukt: ontwapening van de Revolutionaire Strijdkrachten van Colombia (FARC), de laatste grote guerrillabeweging in Latijns-Amerika.

Santos bevestigde maandagavond op de nationale televisie dat er al „verkennende gesprekken” gaande zijn over een vredesverdrag met leiders van de FARC, een van oorsprong marxistische gelijkheidsbeweging die is uitgegroeid tot een gewapende groep die leeft van drugshandel en andere criminaliteit.

Ook een andere linkse guerrillabeweging in Colombia, de ELN, heeft de regering gevraagd om te onderhandelen. Santos zei dat dit kleinere Nationaal Bevrijdingsleger ook „deel kan zijn van deze poging om het conflict te beëindigen”. De FARC heeft ongeveer 9.000 strijders, de ELN niet meer dan 3.000.

Het is niet voor het eerst dat de partijen om de tafel gaan. Maar veranderde omstandigheden bij de FARC en de regering in Bogotá kunnen ervoor zorgen dat er eindelijk een akkoord komt. De FARC is verzwakt door het verlies van een aantal belangrijke leiders en Santos is minder onverbiddelijk dan de vorige president, Álvaro Uribe, die alleen geloofde in een militaire oplossing.

De bemiddelende rol van Cuba en Venezuela maakt de kans op een doorbraak reëel. Er zijn al gesprekken geweest in de Cubaanse hoofdstad Havana tussen oud-politici uit Colombia en kopstukken van de FARC, aldus geruchten. President Hugo Chávez van buurland Venezuela zou hebben geholpen om de partijen bij elkaar te brengen.

Chávez heeft een interessante rol. In het verleden werd hij ervan beticht FARC-strijders te laten schuilen in Venezuela, maar de laatste tijd werkt hij hard aan het verbeteren van de verhoudingen met Colombia.

President Santos probeert in Colombia de angst weg te nemen dat zijn regering te snel zal toegeven aan de leiders van de FARC, die in het verleden onbetrouwbare onderhandelingspartners zijn gebleken. Tijdens de gesprekken blijft het leger actief „op iedere centimeter” van het Colombiaanse grondgebied, zei de president bij de bevestiging van de vredesonderhandelingen.

De Colombiaanse leider refereerde daarmee aan de pijnlijke mislukking van de laatste vredesonderhandelingen met de rebellen, tussen 1999 en 2002. Om de FARC te paaien, kregen ze toen een gebied zo groot als Zwitserland toegewezen als ‘veilige haven’. De guerrillabeweging misbruikte de afwezigheid van het leger daar om strijders te trainen, geld te verdienen met drugshandel en kampen voor gegijzelden te bouwen.

Santos doet wel enkele concessies om de FARC aan de onderhandelingstafel te krijgen. Rebellen die zich overgeven, krijgen amnestie, aldus een anonieme bron tegen persbureau Reuters. De leiders zouden niet worden uitgeleverd aan het buitenland, waar velen worden gezocht voor drugshandel.

Dit is ook de strekking van een „raamwerk voor vrede” dat in juni werd aangenomen door het Colombiaanse Congres op aandringen van Santos. Deze wet blijkt een voorbode te zijn geweest voor de vredesonderhandelingen. Amnestie moet de vaak arme strijders van de FARC overhalen hun wapens in te leveren en een gewoon leven op te bouwen.

In zijn korte televisietoespraak maandag gaf Santos weinig details over de vredesbesprekingen, maar kranten en televisiezenders in Colombia en Venezuela meldden een schema voor de onderhandelingen. De gesprekken zouden 5 oktober beginnen in de Noorse hoofdstad Oslo, gevolgd door verder overleg in Cuba. De Amerikaanse president Barack Obama zou instemmen met de gesprekken.

Het wantrouwen in Colombia tegen de FARC is echter groot. Dit wordt het sterkst verwoord door oud-president Álvaro Uribe. Hij is kwaad over de vredesonderhandelingen van Santos, destijds zijn minister van defensie. Uribe vindt dat Santos de successen verkwanselt van het militaire offensief dat hij tegen de FARC begon in 2002. Bij die operatie werd hij geholpen met geld en training van de Verenigde Staten.

Uribe vreest dat de FARC zich zal hergroeperen in de luwte van de onderhandelingen. De rebellen leden de afgelopen jaren gevoelige verliezen. In 2008 overleed Manuel Marulanda aan een hartstilstand. Hij was een van de oprichters in 1964 van een voorloper van de FARC. Zijn opvolger, Alfonso Cano, werd vorig jaar doodgeschoten door het leger.

De rebellenleiders kunnen er belang bij hebben om zich nu eindelijk over te geven. Hoewel lokale FARC-groepen nog vrijwel wekelijks aanslagen uitvoeren, lijkt het centrale bestuur niet meer te geloven in een succesvol einde aan de strijd. In februari kondigden ze al aan te stoppen met ontvoeringen. Een poging om een beter imago te krijgen in Colombia, waar weinig sympathie leeft voor de linkse rebellen.

Maar een vredesakkoord betekent niet per se een abrupt einde aan het geweld in Colombia, schrijven analisten van Insight Crime, een onderzoeksgroep die criminele groepen in Latijns-Amerika volgt. Er kunnen splintergroepen ontstaan van oud-FARC-strijders die doorgaan met de lucratieve handel in cocaïne. Zonder centraal bestuur kunnen ze weer overgaan tot kidnappen, zo wordt gevreesd.

Voor Colombia en president Santos zou vrede met de FARC een enorme doorbraak zijn. Het land is een opkomende economische macht, maar internationale investeerders worden afgeschrikt door het gewelddadige imago. President Santos hoopt te worden herkozen in 2014. Die kans wordt een stuk groter als hij kan campagnevoeren als de president die vrede bracht.