Een half procent minder werkloosheid in 2040!

Het is een aardige gewoonte dat politieke partijen hun verkiezingsprogramma’s op economische en andere effecten laten doorrekenen door het Centraal Planbureau (CPB) en het Planbureau voor de Leefomgeving. Het kan partijen behoeden voor al te grote uitglijders wanneer zij de effecten van hun plannen over het voetlicht brengen.

De planbureaus moeten een omvangrijk karwei verrichten om het eindrapport, Keuzes in Kaart, af te ronden. Tachtig medewerkers hebben er sinds 21 april aan gewerkt om enkele duizenden (voorgenomen) maatregelen te analyseren. En als ze ermee klaar zijn, moeten ze eigenlijk zeggen: al te serieus moet u onze bevindingen niet nemen. Zoals directeur Teulings het maandag bij de presentatie ervan zei: we weten één ding zeker over onze prognoses: ze komen niet uit.

Het roept de vraag op waarom het CPB heeft toegegeven aan de kritiek dat het de vorige keer de macro-economische effecten op middellange termijn niet had becijferd. Dat is nu wel gebeurd; het jaartal 2040 is daarvoor de maatstaf geworden. Dat leidt tot potsierlijke prognoses als: in 2040 daalt de structurele werkloosheid bij uitvoering van het SGP-programma met een half procent en in het geval van de ChristenUnie met driekwart procent. Terwijl de voorspellingen op korte termijn al zo moeilijk zijn. Om de inleiding van het rapport te citeren: „Het is onzeker hoe lang de huidige recessie gaat duren. Voor 2013 valt er nog wel iets te zeggen over de verwachte stand van de conjunctuur, maar voor latere jaren nauwelijks.” Zo is het.

Het is al helemaal de vraag wat de doorrekening van het PVV-programma waard is. Het CPB heeft zich er niet aan gezet om de effecten te berekenen van wat toch de kern van dit verkiezingsprogramma is, die in de inleiding kort en krachtig is samengevat: „Uit de EU! Uit de euro!”

Het voordeel van de CPB-analyses is dat het partijen dwingt keuzes te preciseren die ze de kiezers in hun programma nog onthielden. Vervelende keuzes gewoonlijk. Zo is de SP nu uitgegaan van een verhoging van de AOW-leeftijd naar 67 in 2025, in haar programma liet ze dat in het midden. De VVD merkte over de AOW-leeftijd in haar programma op dat die na 2018 aan de levensverwachting wordt gekoppeld. Dat is ten behoeve van de CPB-berekeningen heel wat concreter geworden: de AOW-leeftijd gaat in 2022 naar 68 en in 2027 naar 69 jaar.

Achter ‘mooie’ cijfers gaan harde maatregelen schuil, leert het CPB.

Commentaren geven het standpunt van de krant, op basis van discussies tussen hoofdredactie en commentatoren