Digitale guerrilla- campagne

De hele dag struinen jonge partijgangers nu het internet af op zoek naar politieke discussies. Om zich er mee te gaan bemoeien. Welkom bij de moderne campagneguerrilla.

Vergeet Roemer en Rutte, negeer Sap en Samsom. Let nu op mensen als Truuske, Layla, Jos, Jan of Huub. Ze zijn 22, 27 of „net twintig”. Ze studeren nog, bestuurskunde, psychologie, of ze proberen hun eigen bedrijfje van de grond te krijgen. Ze hangen in hun stoelen, schoenen uit, spieden internet af op hun eigen laptops of iPads – en bestoken willekeurige internetgebruikers met berichtjes over GroenLinks.

Zonder te zeggen dat ze iets met de partij te maken hebben. „Dan mailen we: ja, goed punt maak je, natuurlijk”, legt Layla de Jong uit. „Om daar meteen achteraan te mailen: Ga je ook stemmen? En waarop dan?”

De huidige campagnes hebben, zonder dat dit opvalt op tv of in de krant, een heel ander karakter gekregen dan bij eerdere verkiezingen. Vrijwel alle politieke partijen professionaliseren en intensiveren hun onlinecampagnes. Internet werd al gebruikt, maar vooral om berichten de wereld in te sturen. Een nieuwe aanpak met ingrijpende gevolgen. Het wordt nadenken bij iedere politiek getinte tweet: is dit van een andere kiezer of komt het uit de koker van een campagneteam?

GroenLinks gaat het verst in deze campagneguerrilla. Een groepje jongeren, weggestopt in een achterafzaaltje in het partijkantoor aan een Utrechtse gracht, voert campagne op een manier die we nog niet kennen in Nederland. Met folders uitdelen op straat heeft het niets te maken, met debatteren in zaaltjes evenmin. De boodschap wordt online verspreid en het vizier blijft gesloten – de enthousiastelingen maken online niet bekend wie ze zijn.

Zelf zien de vijftien twintigers en dertigers, onder leiding van Tweede Kamerlid Arjan el Fassed, geen ethisch probleem met de underground verkiezingsstrijd die ze voeren. Het is vooral gezellig in de ruimte zonder ramen die meer aan een start-up doet denken dan aan een politiek hoofdkwartier. Op één muur staat geschreven ‘Het bord van toffe dingen’, ergens anders hangt een bozige foto van Jesse Klaver, campagneleider en Kamerlid. Daaronder de tekst, in hoofdletters: „Aan het werk nu!” Campagnehumor.

Het uitgangspunt, zo legt El Fassed uit in kleermakerszit op de grond, „is levelen met de onderwerpen die spelen”. Hij bedoelt dit: zijn enthousiastelingen struinen de hele dag discussiefora af waar Nederlanders over verzekeringen of gezondheidsproblemen praten. Ze houden nieuwssites bij, kijken hoe GroenLinks-voorstellen vallen. En ze laten eindeloos op één scherm verschillende berichtenstromen van Twitter langskomen. „Als een zorgonderwerp veel wordt besproken”, zegt El Fassed, „dan denken wij hier meteen: moeten we daar niks mee?”

Vaak wel. En dan doen zijn mensen niets anders dan wat ze in een café zouden doen. Ze sluiten zich aan bij een groepje en geven hun mening. „In onze eigen woorden”, legt Huub Bellemakers uit. „Dan zeggen we dus niet: ‘ik ben die en die van GroenLinks’, maar ‘ik wil ook wat zeggen’.” Als GroenLinks-aanhanger „weten wij dan precies hoe we een idee of een voorstel moeten framen”. Hij bedoelt draaien. „In onze eigen woorden is het veel geloofwaardiger.”

Klachten hebben ze nog nooit gehad, zeggen ze daar achter in het gebouw van GroenLinks. Dat kan twee redenen hebben. Eén: niemand neemt aanstoot aan wat ze doen. Of twee: anderen weten simpelweg niet dat ze met GroenLinks van doen hebben.

Soms is het daar ook te subtiel voor. Zoals toen GroenLinks twee weken geleden voorstelde dat alle cafés en restaurants gratis kraanwater op tafel moeten zetten. Het voorstel werd weggehoond op internet. Dus Bellemakers ging subtiel in de tegenaanval. „Ik wilde eigenlijk een wetsvoorstel van gratis bier”, schreef hij op Twitter. „Maar water is een goede eerste stap.” Naar een verkiezingsdebat op tv kijken misschien aanzienlijk meer mensen, maar het contact met de kiezer is op deze manier veel directer, denkt Bellemakers. „Ik kan zo inspelen op de gevoelens van mensen.”

Van de grote partijen gaat waarschijnlijk niemand zo ver als GroenLinks, maar ook anderen doen opeens meer online. Zo heeft het CDA piketdiensten ingesteld. Als een belangstellende een inhoudelijke vraag heeft, moet er altijd een CDA’er beschikbaar zijn om deze zo snel mogelijk te beantwoorden, „in ieder geval binnen 24 uur”, zegt Nelleke Weltevrede die aan het hoofd staat van de CDA-onlinecampagne.

Of neem D66. De partij heeft speciaal een ruimte ingericht – „denk aan een callcenter, we willen ze bij elkaar hebben” – waar in totaal vijftig mensen in ploegendiensten contact zoeken met potentiële kiezers. Ook zij zoeken naar plekken op internet waar over D66 gesproken wordt, de naam van Alexander Pechtold valt of onderwerpen zoals Europa besproken worden. „Dan vragen we: weet je dit of dit ook?”, legt Kamerlid en campagneleider Kees Verhoeven uit. „En we gaan de discussie aan.”

Daar zijn scripts voor die zijn mensen volgen, maar de partij wil die niet laten zien. Het grote verschil met GroenLinks is dat D66 zegt dat berichten „eigenlijk altijd” vanaf een D66-account gestuurd worden. „Tegen onze mensen zeggen we: je laat zien dat je namens D66 spreekt en dat je een misverstand over de inhoud uit de weg wilt helpen.” Vaak wordt er een link naar een officiële website van de partij meegestuurd. Kijk hier eens naar, daar staat alles uitgelegd.

Zo professioneel zou de Partij voor de Dieren het ook wel willen. Maar daar is de campagne vanwege geldgebrek te klein voor. Daarom gaat de partij creatief te werk. De partij vraagt nu aanhangers om tweets te ‘doneren’. Dat houdt in dat mensen hun Twitteraccount ter beschikking stellen – en dus ook hun wachtwoord afgeven – aan de partij. Die stuurt dan vanaf deze persoonlijk account wervende tekstjes de wereld in. Maximaal één per dag, belooft de partij.

De eerste gedoneerde tweets gebruikt de partij dezer dagen om een linkje te versturen naar een eigen opiniestuk waarin wordt uitgelegd waarom ze het partijprogramma niet door het CPB laten doorrekenen.

Het campagneteam van de Partij voor de Dieren heeft nog een list bedacht. De partij heeft een bestand gemaakt van mensen die de afgelopen maanden iets aardigs hebben gezegd over de dierenzaak. Deze mensen werden daarna benaderd. Willen ze niet wat vaker enthousiast berichtjes versturen?

Niemand heeft zo’n klein campagnebudget als deze partij – drie ton tegen de twee miljoen van de PvdA – en de online-activiteiten zijn relatief goedkoop. Maar daar houdt alle financiële informatie meteen ook op. Partijen zelf zeggen niet hoeveel de verschuiving naar online campagne voeren kost, en het is ook niet te controleren. De internetverbinding ligt er vaak al en wat kosten de vrijwilligers? Weinig. Sterker nog: bij GroenLinks moet iedereen zelf zijn laptop meenemen.

Hoe effectief de onlinecampagnes zijn? Vraag het Kees Verhoeven bij D66 en hij begint met benadrukken dat de straat op gaan altijd wel zal blijven. Maar daarna komen toch een paar getallen: 95 procent van de Nederlanders heeft een internetaansluiting, volgens Verhoeven. Er zijn 9 miljoen kiezers, daarvan zijn er dus ruim 8 miljoen online.

Iedereen onderkent het belang van Facebook. Elke partij heeft er een pagina en verschillende partijen adverteren er. De VVD gaat een stap verder en koopt advertentieruimte in de timeline – dus in het deel waar de gebruiker normaal berichten van vrienden ziet. „Wij adverteren daar om ervoor te zorgen dat als iemand iets liked van de VVD, Facebook-vrienden het in hun timeline zien”, zegt VVD-campagnemanager Patricia Cho Chia Yuen.

Zoals GroenLinks dus zelf actief mensen benadert die ergens over praten, zo gebruiken de partijen Facebook om op het type kiezer te selecteren. „Je kunt daar van alles mee doen”, zegt PvdA-woordvoerder Simone van Geest. Ze geeft het voorbeeld van het actief benaderen van Facebook-gebruikers die in hun profiel hebben staan dat ze studeren. „Die krijgen dan gericht te zien: check bij onze onderwijswoordvoerder onze plannen voor de langstudeerboete.”

Eerlijk is eerlijk: het is nog experimenteren. Nederlandse partijen zoeken uit wat het beste voor hen werkt, maar er is geen partij die zonder een onlinestrategie zegt te kunnen – en het smaakt naar meer.

Het zijn de kleine dingetjes die dat duidelijk maken. Zo geeft het CDA alle fans de mogelijkheid om in de vroege ochtend van 12 september automatisch een berichtje aan alle digitale contacten te kunnen sturen. De inhoud van dat berichtje is een simpele opdracht: „Ga stemmen.”