Boekhandelaar Ton Schimmelpennink: ‘Voorraad is bepalend. Anders kun je net zo goed een AKO zijn’

Ton Schimmelpennink: ‘Je wilt toch zeker geen poëziebundel op je e-reader lezen?’ Foto Katrijn van Giel

Boekhandel Schimmelpennink in Amsterdam werd vorig jaar uitverkoren tot de beste boekhandel van Nederland. Wat is het geheim dat deze zaak in roerige tijden boven water weet te houden? Chef Boeken Michel Krielaars vroeg het de boekhandelaar zelf.

Op een territorium van 55 vierkante meter heeft Ton Schimmelpennink de hele literaire wereld onder handbereik. Want vrijwel alles wat tot de klassiekers van de literatuur wordt gerekend leunt er tegen de muur, in metershoge houten kasten. Zijn vrolijk en gezellige, met kunst- en vliegwerk ingerichte winkel op de Amsterdamse Weteringschans, die zo’n 10.000 boeken bevat, belandde dankzij die indrukwekkende voorraad in maart 2011 op de eerste plaats in een door Boeken gehouden onderzoek naar de vijftig beste boekhandels van Nederland.

Zelf is Schimmelpennink niet onder de indruk van die eredivisiestatus. Wat hem niet verlet te onderstrepen dat zijn winkel, in een tijd waarin er steeds minder boeken worden verkocht en steeds meer kleine en grote boekhandels over de kop gaan, een bijzondere is. „Je voorraad is bepalend voor de kwaliteit van je bedrijf,” zegt hij, lurkend aan zijn pijp en zittend in een rieten stoel aan een tafeltje waarop meestal de koffie klaarstaat. „Anders kun je er net zo goed een AKO op nahouden. Het komt bijvoorbeeld voor dat ik een boek verkoop dat al drie jaar in de kast staat. Dat bestel ik dan bij. Anders dan in de meeste grote boekwinkels speelt omloopsnelheid bij mij geen rol, maar wel de vraag wat ik op voorraad wil houden.”

Ton Schimmelpennink (Amsterdam, 1944) werd bij toeval boekhandelaar. Hij is opgeleid als opbouwwerker en heeft zich jarenlang bezig gehouden met het leefbaar maken van Amsterdamse achterstandsbuurten. Daarna runde hij met enkele anderen een organisatiebureau. „Toen dat ophield te bestaan had ik wat geld over en kon ik toevallig deze boekwinkel overnemen. Ik was eind veertig. Inmiddels ben ik zevenenzestig. En ik wil met mijn winkel doorgaan tot er op een dag een klant binnenkomt die achter de kassa iemand dood ziet liggen – dat ben ik dan.”

Wat is het geheim van uw boekhandel?

„Een eigen kleur hebben, je onttrekken aan de waan van de dag. De grootste valkuil is het meegaan met al die trendjes van spannende vrouwenboeken die de boekhandel binnenrollen, zoals E.L. James’ Vijftig kleuren grijs. Als iemand zo’n boek wil hebben, verkoop ik het. Maar dan moet ik het wel eerst bestellen, want er is hier nog niemand binnengeweest die ernaar heeft gevraagd. Ik ben waarschijnlijk de enige boekhandelaar in Nederland die dat is overkomen.”

Wat zijn uw bestsellers van dit moment dan wel, als E.L. James bij u niet over de toonbank vliegt?

„De nieuwe Leon de Winter, de nieuwe Grunberg, Winterlogboek van Paul Auster, Het raadsel Spinoza van Irvin D. Yalom, De verliefden van Javier Marías, De drinker van Hans Fallada.”

Een keurig rijtje.

„Ik verkoop zo’n 10.000 boeken per jaar. Dat kan dus gewoon, daar kun je van leven. Al moet je wel een beetje geluk hebben, zoals een lage huur, wat gezond verstand en een ambachtelijke kijk op het vak.”

U rookt ook in uw winkel.

„Ik steek met plezier af en toe een pijp op. Dat wordt door mijn klanten zeer op prijs gesteld, want de geur van pijptabak en boeken gaan nu eenmaal al eeuwenlang op een aangename manier samen. Alleen Frits Bolkestein had er een paar maanden geleden moeite mee. Na nog geen minuut binnen te zijn geweest verliet hij kuchend de zaak. Ik merkte toen nog op dat onder meer dankzij de VVD het roken in kleine winkels weer was toegestaan. Hij is sindsdien niet meer teruggeweest.”

Bent u een pijp rokende veellezer, zo een die alles wat hij in zijn winkel verkoopt ook daadwerkelijk heeft gelezen?

„Nee, natuurlijk niet. Voor een boekhandelaar gaat het om een samenballing van feiten: je weet wat de klassiekers zijn en die kennis combineer je met wat een klant van zo’n boek vindt. Daarop baseer je je keuze.”

Geeft u eens een voorbeeld.

„De Perpetua-reeks van Athenaeum–Polak & Van Gennep heb ik in zijn geheel in de kast staan – Goethe, Stendhal, Kleist, Joyce, Thomas Mann, Cervantes, Dostojevski, Flaubert, Kafka, Petrarca, Jane Austen. Een prachtige serie, met de beste honderd boeken ter wereld. Ik hoop dat ze die in stand houden. Mijn enige zorg is dat de uitgeverij die boeken tijdelijk goedkoper gaat aanbieden, zoals begin dit jaar is gebeurd. Het gevolg daarvan was dat de koper wacht tot er weer zo’n actie komt en zoiets is nadelig voor de boekhandel die zijn duurder ingekochte exemplaren met verlies verkoopt.

„Daarnaast heb ik een grote kinderboekenafdeling en ben ik trots op mijn Nederlandstalige poëziecollectie, die met duizend bundels een van de grootste is van alle Nederlandse boekhandels. Maar het merendeel van wat er hier staat is proza.”

U heeft maar drie planken geschiedenis en politiek.

„Iemand anders iets gunnen is een belangrijk beginsel in het boekenvak. Ik stuur mijn klanten dan ook makkelijk door naar mijn collega’s. Voor Duitstalige boeken moeten ze naar Die Weisse Rose, voor geschiedenis naar mijn buurman Schreurs & De Groot (gespecialiseerd in god en oorlog) of naar Athenaeum, voor het opvoeden van konijntjes naar Selexyz. Athenaeum beschouw ik als mijn grote broer.”

U heeft alle – dure – titels van uitgeverij Van Oorschot in uw winkel. Kunt u zich dat als kleine ondernemer veroorloven?

„Van Oorschot heeft een alliantie met vijftig boekwinkels in Nederland, waarvan ik er een ben. Zo kan ik op een aparte website van Van Oorschot oude titels, zoals de eerste delen van Voskuils Het Bureau en de Russische bibliotheek voordelig inkopen. Zo heb ik alle uitgaven van die uitgeverij op voorraad.”

Bent u niet bang voor de opkomst van het e-book?

„Door het e-book worden er zeker minder boeken verkocht, maar een kleine boekwinkel als de mijne onttrekt zich aan die e-bookcultuur. Je wilt toch zeker geen poëziebundel op je e-reader lezen?”

Doet u ook nog bijzondere dingen om uw winkel aantrekkelijk te maken?

„Vier keer per jaar maak ik de Bode, in een oplage van 1300 exemplaren, die ik verstuur aan mijn vaste klanten. Het is mijn eigen blaadje met columns en informatie over nieuw verschenen boeken. Ook vraag ik bepaalde klanten een stukje te schrijven over een boek dat ze net hebben gelezen. En ik heb een top-100, die volkomen afwijkt van de standaard top-100. Het kost klauwen vol geld en bedrijfstechnisch gezien is het eigenlijk onverantwoord, maar je voelt dat het klanten aan de winkel bindt.

„Ook organiseer ik maandelijks met lieve vrienden een literaire salon, heb ik een website waarop ik alles zet wat ik leuk vind, heb ik een monitor in de etalage staan waarop gedichten staan. Ook hang ik kunst van klanten in de etalage. En dan zijn er natuurlijk nog de boekpresentaties: leverworst met komkommer en kaas met gemberbolletjes – een topsucces.”

Heeft u schrijvers als klant?

„Thomas Verbogt, Jan van Mersbergen, illustratrice Mance Post, met wie ik iedere woensdag bij de koffie het leven doorneem, en niet te vergeten de grote dichter Ben Zwaal.”

Heeft u een bepaalde visie op het boekenvak, waar uw grotere broers iets van kunnen leren?

„Als ik die al heb, dan zit die vervat in het adagium ‘klein is mooi’. En dat mooie is dat je jezelf overeind houdt en je omgeving van dienst bent.

„Boekwinkels die gevangenzitten in een doctrine van groei en schaalvergroting eindigen uiteindelijk in verschraling en inwisselbaarheid. Je ziet het in de bredere context van stadscentra waar Blokker, Albert Heijn en Kruidvat het beeld van het winkelaanbod bepalen – het is drie keer niets.”

Het lijkt wel of u er voor de grote uitgeverijen niet toe doet.

„Ik word door commerciële uitgevers als Prometheus nauwelijks serieus genomen. Dat geldt ook voor de Arbeiderspers, Querido en De Bezige Bij. Als kleine boekhandelaar doe ik er gewoon niet toe, omdat ik slechts een enkele titel uit hun catalogi bestel.”

Wie zijn dan de klanten van wie u het moet hebben om te kunnen overleven?

„Ik heb een kleine kring van kopers uit de buurt, maar ik heb er meer nodig om voort te kunnen bestaan. Van mijn klanten is zeventig procent vrouw en hoogopgeleid.”

Wat levert hun koopgedrag financieel op?

„Ik draai een jaaromzet van zo’n 150.000 euro. Dat is genoeg voor één economisch huishouden. Maar gelukkig heb ik een groep vrienden, die me als onbezoldigde vrijwilligers helpen om wat lucht in mijn rooster te creëren. Zo kan ik af en toe een doordeweekse dag vrij nemen. En verder doe ik alles in de winkel zelf: boekhouden, stofzuigen, ramenlappen.”

U lijkt een gelukkig mens?

„Ik zit hier niet om de wereld te verbeteren, maar voor mijn persoonlijke geluk. Als ik hier ’s ochtends naartoe fiets, ben ik al blij: de krant lezen, met klanten kwesties doornemen, koffiezetten, overleggen met de directie van boekwinkel Schreurs & De Groot van hiernaast. Ik heb hier mijn eigen paradijs, mijn microkosmos.”