Bankenfusie wellicht te mooi om waar te zijn

De jongste Amerikaanse bankenfusie zou wel eens te mooi kunnen zijn om waar te zijn. M&T Bank, gevestigd in Buffalo (New York) staat op het punt om 3,7 miljard dollar (bijna 3 miljard euro) te betalen voor concurrent Hudson City Bancorp uit New Jersey. Het is precies het soort overname waar de dealmakers op zitten te wachten. Een plaatselijke speler, die nog steeds aan het bijkomen is van de financiële crisis, heeft een veiliger thuis gevonden bij een grotere concurrent.

Het is bijna de ideale bankenfusie, maar daardoor is de kans groot op een concurrerend bod. De aandeelhouders van Hudson City ontvangen een premie van 9 procent ten opzichte van de slotkoers van afgelopen vrijdag, en ruim 40 procent van de waarde van de transactie in contanten. Dat is vrij veel voor een firma waarvan bijna alle uitstaande leningen hypotheken zijn en de financieringskosten vrijwel het dubbele bedragen van het rendement op de bezittingen.

Maar M&T betaalt nauwelijks te veel. De bank verwerft Hudson tegen krap 82 procent van de boekwaarde. En topman Robert Wilmers verwacht minstens 24 procent te kunnen bezuinigen op de kosten van Hudson City. Die besparingen moeten een netto-waarde hebben van zo’n 540 miljoen dollar na belastingen, zodat de premie die de bank betaalt ruimschoots wordt gedekt. En de meeste verwachte synergievoordelen vloeien voort uit het beëindigen van outsourcingovereenkomsten, en niet uit het schrappen van arbeidsplaatsen.

Bovendien krijgen de netto-inkomsten van M&T door de afschrijving van problematische leningen en de verkoop van een derde van de 44 miljard dollar aan bezittingen van Hudson City – om de schuld terug te dringen – een onmiddellijke impuls. De fusie zou ook nog een extra 0,4 procentpunt moeten toevoegen aan de toch al solide lijkende kapitaalbasis van M&T.

De transactie weerspiegelt de filosofie van Wilmers. Hij heeft geen tijd voor mensen die „uit zijn op dominantie ten koste van leiderschap” en willen investeren „op terreinen waarvan zij weinig afweten”, schreef hij eerder dit jaar in zijn brief aan de aandeelhouders. Dat is waarschijnlijk de reden dat hij op zijn eigen team heeft vertrouwd om de transactie te verwezenlijken en alleen maar een externe zakenbank (Evercore) heeft ingehuurd om een oordeel te geven over de eerlijkheid van de gang van zaken.

Zijn enige probleem zou kunnen zijn dat nu hij een prima overeenkomst voor alle betrokkenen heeft bereikt, anderen wellicht ook een deel van de koek willen hebben. Nu Hudson City wordt verhandeld op een niveau van 5 procent boven de biedkoers van M&T, lijken sommige beleggers te denken dat er wellicht nog een bod in het vat zit. Voor Wilmers zou dat de prijs kunnen zijn die hij moet betalen voor het bewerkstelligen van een vrijwel perfecte deal.

Vertaling: Menno Grootveld