Voor even de jungle van de stad ontvlucht

Gaan daklozen ook met vakantie? Het kan, in boerderij Het Passion in Hummelo. Drie weken mogen ze luieren. Daarna worden ze aan het werk gezet. Tom Janssen ging op bezoek.

Tussen de uitgestrekte weilanden zit Marcel (46) op een bankje een sjekkie te roken. „Ik ben blij dat deze plek er is. Hier kom ik tot rust”, zegt hij. In de afgelopen 34 jaar van verslaving ging hij kliniek in, kliniek uit. En nu zit hij hier. Rustig blaast hij de rook uit. „Buiten is ’t een harde wereld. Alles draait om geld voor drugs. Je wordt een soort roofdier. Hier leer ik mensen weer te vertrouwen.”

Marcel zit in de ‘time-outvoorziening’ Het Passion in Hummelo, Gelderland. Het zijn vooral dak- en thuislozen met een verslavingsprobleem die hier verblijven.

De vakantietijd is (bijna) voorbij. Zijn dak- en thuislozen ook op vakantie geweest? Het leven van velen is chaotisch: een ontspannende vakantie past daar niet in. Terwijl voor hen een rustperiode een keerpunt in hun leven zou kunnen brengen. Vandaar dat Piet van Pelt en zijn vrouw Heleen zeven jaar geleden met het idee kwamen samen een ‘time-outvoorziening’ voor dak- en thuislozen op te zetten.

Piet van Pelt: „De gasten zijn even weg uit de jungle van de stad. Ze hoeven zich geen zorgen te maken over hun slaapplek en het scoren van hun drogering.”

Piet geeft een rondleiding over het terrein. In de gezamenlijke woonkamer staat een van de gasten te stofzuigen. „Je moet het wel schoonhouden met zoveel jongens. Anders wordt het een rotzooi”, zegt de getatoeëerde man. Hij is voor de vijfde keer in Het Passion. „Iedere keer kom ik hier tot rust.”

In de werkplaats staat Marcel te schilderen. „Ze maken goed gebruik van mijn kwaliteiten: ik heb twintig jaar ervaring als schilder”, zegt hij.

Het is niet de eerste keer dat hij zijn leven probeert te beteren. Op zijn twaalfde begon hij met blowen, en op zijn zestiende met het gebruik van cocaïne. „Het begint met nippen aan het borreltje van opa en langzamerhand kom je in aanraking met zwaardere middelen.” Na een verblijf in een afkickkliniek ging het een tijdje goed. Totdat hij in de winter als schilder weinig te doen had. „Ik zat thuis zonder werk en kreeg weer ‘trek’. Toen ging het mis.”

Marcel verblijft hier nu zes weken. De eerste drie weken kon hij tot rust komen. Daarna wordt van de gasten verwacht dat ze aan de slag gaan. Sommigen doen klus- en schilderwerk, anderen werken in de tuin. Marcel: „Na het ontbijt ga ik om half tien aan de slag. Meestal ga ik klussen in de werkplaats. Om drie uur stop ik ermee, dan ben ik moe. Soms sport ik daarna, of speel een spelletje met de jongens. Gewoon rustig aan, daar is deze plek voor. Het is soms net een vakantieoord.”

Wat Het Passion volgens hem bijzonder maakt, zijn de vrijwilligers die hier verblijven. Marcel: „Op andere plekken lopen alleen professionele hulpverleners rond. Die hebben maar beperkt tijd om met je te praten.”

Vrijwilligers komen hier op ‘werkvakantie’. Vijf dagen lang verblijven zij op de boerderij. Zij helpen met koken en staan open voor een praatje. Marcel: „Je merkt dat hun interesse gemeend is. Ze nemen de tijd om met je te praten.”

Voor de vrijwilligers is het verblijf een eye-opener. Velen van hen maken voor het eerst persoonlijk kennis met mensen aan de rand van de maatschappij.

Voor vrijwilliger Gert is het zijn eerste verblijf hier. „In het dagelijks leven kom ik niet in aanraking met daklozen en verslaafden. Hier kwam ik erachter dat het gewoon goede mensen zijn die een misstap hebben begaan.”

Een andere vrijwilliger, Harm, ervaart hetzelfde. Hij komt samen met zijn vrouw regelmatig een week langs. Dit is zijn tiende verblijf op de boerderij. „Je denkt eerst dat het een soort paria’s zijn, die spuiters en slikkers. Maar het zijn gewone mensen. Alleen hebben ze vaak grote problemen.”

Een kort gebed gaat aan de lunch vooraf. Een van de vrijwilligers prijst de soep aan. „Wat voor soep is het?”, vraagt een van de gasten. „Die van maandag.”

Een kale, wat jongere man kijkt schuchter om zich heen. De vraag hoe lang hij hier al is, blijft onbeantwoord. Harm gebaart dat hij beter met rust gelaten kan worden. Later vertelt Harm dat de man snel geïrriteerd is en uit zijn slof kan schieten. Zwijgend eet hij zijn tosti.

Piet legt uit dat veel van zijn gasten zich vervreemd voelen van de samenleving. Dat maakt het niet de makkelijkste doelgroep. Maar niemand heeft ervoor gekozen verslaafd te raken. Piet: „Dat is het trieste. Wie niet uitkijkt, en in een slechte sociale situatie terechtkomt, heeft geen enkele garantie dat hij het redt. Iedereen kan dak- of thuisloos worden.”

Aan het eind van de middag staat Marcel voor de werkplaats. Hij zit helemaal onder het stof van het schuren. Na zijn verblijf in Hummelo hoopt hij op een plek in een beschermd-wonenproject. Vandaag zal hij horen of hij daar terechtkan. „Als ik alleen ben, gaat het niet goed. Het is beter voor mij in een veilige omgeving te zitten. Dan kan ik ergens op terug vallen als ik weer ‘trek’ krijg’.”