Vakcentrale FNV zet zichzelf buitenspel

Nieuwsanalyse

De vakcentrale FNV blijft intern diep verdeeld. Dus geen gezamenlijke acties en geen overleg met werkgevers.

Demonstratie van leden van FNV Bondgenoten afgelopen zaterdag bij het verkiezingscongres van de VVD in Rotterdam. Foto ANP

„Er moet heel wat gebeuren in Nederland, wil de bereidheid van werkgevers en vakbeweging om met elkaar zaken te doen, verdwijnen”, zei scheidend voorzitter van de Sociaal-Economische Raad (SER), Alexander Rinnooy Kan afgelopen weekeinde in deze krant.

Elders in diezelfde krant betoogde Ton Heerts, in juni aangetreden als voorzitter van de FNV, met 1,2 miljoen leden de grootse vakcentrale, het tegenovergestelde. De SER, het overlegorgaan van de polder? „Dat instituut moet eens radicaal veranderen. Driekwart van de stukken lees ik niet. Daar ga ik geen mensen meer voor naar het SER-gebouw in Den Haag sturen”, zei Heerts.

Binnen de SER was men al op de hoogte van Heerts’ voornemen om dat polderinstituut voorlopig links te laten liggen. Hij had daar vrijdag al aangekondigd dat NRC Handelsblad hem de dag daarna zo zou citeren. En gisteren kreeg hij er het groene licht voor tijdens overleg met de voorzitters van de negentien bij de FNV aangesloten bonden, de federatieraad.

Té vaak was de vakbeweging in dat overleg door de werkgevers met een kluitje het riet ingestuurd, zo betoogde hij. En ondertussen sloten werkgevers achter de rug van de vakbeweging om deals met het kabinet. Dat wil de FNV niet meer laten gebeuren.

Heerts geeft werkgevers en overheid geeft nog één kans om het poldermodel te redden. Het lokaal bestuur moet in de SER een volwaardige plek krijgen. Gemeenten spelen een belangrijke rol in de uitvoering van de sociale zekerheid. Als zij niet volwaardig meedoen in de SER, heeft dat overleg, wat Heerts betreft, geen enkele zin.

Maar tegenover Wiebe Draijer, de opvolger van Rinnooy Kan in de SER, gaf Heerts vorige week ook nog een andere toelichting. „Het is een misverstand om te denken dat wij er als vakbeweging nog zijn. We zíjn er voor een belangrijk deel niet meer.”

Heerts doelt daarmee op de deplorabele situatie waarin de FNV zich bevindt. Ondanks opeenvolgende reorganisaties en pogingen om de machtstrijd in de top te beslechten. De FNV is intern zó verdeeld over de te volgen koers, dat deelname aan overleg in Den Haag en Brussel geen enkele zin heeft.

Gisteren, tijdens dat overleg met de negentien bondsvoorzitters, bleek die verdeeldheid opnieuw. Aan de orde was onder meer de koers van de vakbeweging in de aanloop naar de verkiezingen op 12 september. Een speciaal in het leven geroepen campagneteam had daar een aantal scenario’s voor opgesteld, variërend van een ‘protestmars op Den Haag’, werkonderbrekingen in het openbaar vervoer, stakingen in de zorg en de Rotterdamse haven, tot aan ludieke acties.

Met name de twee grootste bonden, Abvakabo en FNV Bondgenoten, wilden landelijke acties en stakingen. Maar kleinere, categorale bonden als de onderwijsbond AOB, de journalistenbond NVJ en de veiligheidsbonden, wilden daar niets van weten. Abvakabo en Bondgenoten kregen geen fiat om onder de vlag en op kosten van de vakcentrale stakingen uit te roepen.

Daarin schuilt precies de tweespalt. Bondgenoten en Abvakabo zijn, qua ledental, de grootste bonden. Maar ze hebben op de werkvloer een lage organisatiegraad en niet veel leden die tot acties bereid zijn. Beide bonden voeren al geruime tijd een overlevingsstrijd om hun ‘organisatiegraad’ op te vijzelen. Acties zijn daarbij een middel om de achterban te mobiliseren. Bijvoorbeeld tegen de dreigende versobering van de ontslagbescherming.

Andere bonden, zoals onderwijsbond AOB, politiebond NPB of bonden van defensiepersoneel hebben minder last van die lage organisatiegraad. Zij hebben bovendien een achterban die politiek gevarieerder is.

Heerts won gisteren deze richtingenstrijd binnen de vakcentrale, met steun van de ‘categorale bonden’. De stakingskassen gaan niet open om in september te ageren tegen het Kunduzakkoord dat VVD en CDA dit voorjaar met D66, GroenLinks en ChristenUnie sloten en dat onder andere de ontslagbescherming op de schop neemt.

Maar Heerts kreeg geen mandaat te onderhandelen met de andere vakcentrales, CNV en MHP, over een gemeenschappelijk standpunt in de verkiezingsstrijd, of met de werkgevers over een sociaal akkoord.

Werkgeversorganisatie VNO-NCW reageert gelaten. „We hebben de hand uitgestoken, maar als het nog niet kan, dan kan het niet”, aldus de woordvoerder.

Het CNV is teleurgesteld. „Het zijn roerige tijden, met de verkiezingen en de formatie daarna. Ik heb de FNV als grote broer hard nodig. Maar zoals het er nu voorstaat, zal een gezamenlijk optreden van de vakcentrales voorlopig niet lukken”, aldus voorzitter Jaap Smit.

Heerts lijkt daarmee een slag gewonnen te hebben: de FNV is onder zijn regie geen militante organisatie die, in zijn eigen woorden, „dagelijks met rode vlaggen de straat op rent”. Maar vooralsnog heeft hij de FNV niet in het gareel voor overleg met de werkgevers of de politiek.

Heerts’ poging de vakcentrale te vernieuwen werd gisteren uitgesteld tot na de verkiezingen. Pas in oktober praten de bondsvoorzitters verder over de nieuwe koers en hun missie in de samenleving.