Twijfel in Zweden over deal Spyker en Youngman

Het logo van Spyker. Foto Reuters / Valentin Flauraud

Er is in Zweden verwarring ontstaan of de overeenkomst tussen het Chinese autobedrijf Youngman en het Nederlandse Spyker wel klopt. De twee partijen willen op basis van het Phoenix-platform auto’s bouwen, maar dat zou in handen zijn van de kopers van de failliete boedel van Saab.

Dat schrijft het Financieele Dagblad vandaag. Spyker meldde gisteren nog dat het een overkomst had gesloten met Youngman voor de aankoop van 29.9 procent van de aandelen voor 6,7 miljoen euro (0,05 euro per aandeel). De twee bedrijven richten daarnaast twee joint ventures op voor de ontwikkelingen van twee automodellen. Volgens de overeenkomst wordt ook nog eens 3,3 miljoen euro wordt aan Spyker verstrekt via een lening.

De twijfel die over de Youngman-deal is ontstaan gaat over het eigendom van het Phoenix-platform. De koper van de resten van Saab, National Electric Vehicle Sweden, liet in een korte reactie op de deal weten dat de transactie met Saab wat hun betreft “inclusief het Phoenix-platform” is. In de Zweedse media ontstond daarom twijfel of Saab wel gerechtigd is het platform te gebruiken. De curator van Saab weigerde tegenover het FD commentaar.

Youngman ook betrokken bij mislukte reddingspoging Saab

Volgens Spyker-topman Victor Muller zijn niet-exclusieve gebruiksrechten van het platform vorig jaar verkocht aan Youngman. Daar kan geen twijfel over bestaan, zegt hij tegen het FD. “Dat heb ik immers zelf gedaan.” Muller was met Spyker tot het faillissement van Saab eigenaar van het Zweedse automerk.

Bij de mislukte reddingspoging van Muller om Saab te redden speelde het Chinese Youngman ook al een belangrijke rol als financier. Die bemoeienis was uiteindelijk ook de aanleiding voor het faillissement. De oude eigenaar van Saab, General Motors, wilde niet dat Saab de Chinese markt zou betreden uit concurrentieoverwegingen. GM, nog betrokken via technologielicenties, blokkeerde daarom de transactie. Muller eist begin augustus vanwege deze ‘obstructie’ een schadevergoeding van drie miljard dollar van de Amerikanen.