Stembreker van G500 trekt het midden voor

Met de Stembreker van belangenclub G500 kunnen kiezers hun stem opsplitsen. Daar profiteren vooral de middenpartijen van, laat Jasper Lukkezen zien aan de hand van een rekenvoorbeeld.

De belangenclub voor jongeren in de middenpartijen, de G500, lanceerde vorige week een stemhulp voor coalities: de Stembreker. De motivatie, volgens de G500, is het helpen van de kiezer bij het vinden van de juiste coalitie. Maar wie de wiskunde doet, vindt een adder onder het gras; de Stembreker bevoordeelt de middenpartijen en dupeert de flanken. De Stembreker is daarmee niet politiek neutraal.

In Nederland stem je op een partij, niet op een coalitie. Als je dus een bepaalde coalitie in het zadel wilt helpen, heb je een probleem: je zou je stem het liefst willen breken en over de verschillende partijen in je coalitie willen verdelen, maar dat kan niet. Voor dit probleem ontwierpen Sywert van Lienden en zijn G500 de Stembreker. Op de Stembreker-website geef je een coalitievoorkeur op en ontvang je kort voordat de stembussen openen een sms-bericht met de partij waarop je moet gaan stemmen. Je stemt dan deels voor jezelf op die partij en deels voor andere mensen met dezelfde coalitievoorkeur. Die andere mensen stemmen dan deels voor jou op de andere partijen in jouw coalitievoorkeur.

Laat ik aan de hand van een versimpeld rekenvoorbeeld illustreren waarom de middenpartijen worden bevoordeeld. We nemen aan dat kiezers kunnen kiezen uit zes partijen (SP, PvdA, CDA, D66, VVD en PVV) en ieder van die partijen eenzesde van de kiezers aanspreekt. Als iedereen stemt zonder Stembreker, stemt iedereen op de partij van zijn keuze en krijgt iedere partij 25 zetels (=1/6*150).

Een meerderheid is 76 zetels of meer en daarvoor zijn in dit voorbeeld vier partijen nodig. Wat voor coalitieopties zijn er? Laten we aannemen dat zowel kiezers als partijen liever samenwerken met gelijkgestemde partijen. Ik ga hier uit van drie coalitieopties: links-midden (SP, PvdA, CDA en D66), midden (PvdA, CDA, D66 en VVD) en midden-rechts (CDA, D66, VVD en PVV), maar de argumentatie uit het rekenvoorbeeld is daar niet van afhankelijk. De enige echt noodzakelijke aanname is dat middenpartijen in meer mogelijke coalities zitten. Dat lijkt me niet omstreden. Zolang dat het geval is, worden middenpartijen bevoordeeld met de Stembreker. Hier reken ik verder met alleen deze drie mogelijke coalities. Bij stemmen zonder Stembreker, is niet van tevoren duidelijk welke coalitie eruit gaat komen. Het wordt een kwestie van onderhandelen.

Nu met Stembreker. Alle SP-stemmers zullen voor een links-midden coalitie kiezen en alle PVV- stemmers zullen voor de midden-rechts coalitie kiezen, in dit voorbeeld hun enige optie. Maar de sympathisanten van de middenpartijen kunnen kiezen tussen verschillende coalities. Laten we aannemen dat de voorkeuren ook hier gelijk zijn verdeeld. De helft van de PvdA-stemmers heeft liever een links-midden coalitie, de helft liever een midden coalitie. Eenderde van de CDA-stemmers en D66-stemmers kiest voor links-midden, eenderde voor midden en eenderde voor midden-rechts. Van de VVD-stemmers kiest ten slotte de helft voor midden en de helft voor midden-rechts.

Wie kiest er nu voor links-midden? Dat zijn alle oorspronkelijke SP-stemmers, de helft van de PvdA-stemmers en eenderde van de CDA- en D66- stemmers, samen goed voor 54 zetels. Voor het midden kiezen er minder; de helft van de PvdA- en VVD-stemmers en eenderde van de CDA- en D66-stemmers maken 42 zetels. Voor midden-rechts kiezen er evenveel als voor links-midden.

Nu komen de sms’jes: de 54 zetels voor links-midden worden nu uitgestrooid over de vier partijen. SP, PvdA, CDA en D66 krijgen ieder 13,5 (=54/4) zetels toebedeeld. De 42 zetels voor midden worden ook uitgestrooid: PvdA, CDA, D66 en VVD krijgen er ieder 10,5 (=42/4) bij. En tot slot worden ook de 54 zetels voor midden-rechts verdeeld. CDA, D66, VVD en PVV krijgen er ieder nog 13,5 (=54/4) bij.

De verkiezingsuitslag zal de kiezers op de flanken een nare verrassing bezorgen. SP en PVV halen ieder 14 zetels, terwijl ze voor 25 zetels steun hebben in de bevolking. Voor PvdA en VVD maakt het niet veel uit: ze halen vier- in plaats van vijfentwintig zetels. De grote winst zit in het midden: CDA en D66 halen beide 37 zetels, terwijl ze maar voor 25 zetels steun hebben.

De intuïtie hierachter is dat een kwart van de oorspronkelijke SP- en PVV-stemmers met de Stembreker op D66 en het CDA zal stemmen, maar veel minder oorspronkelijke D66- en CDA-stemmers op de SP en PVV stemmen. Zij verdelen hun stemmen namelijk over meerdere coalities en dus meer partijen. Stemmen volgens de Stembreker trekt de kiezer dus naar het midden.

In het hypothetische geval dat iedereen met de Stembreker zou stemmen, volgt er automatisch een middenkabinet. CDA en D66 hoeven namelijk maar met één andere partij zaken te doen om over een meerderheid te beschikken. Mission accomplished, G500. Maar moet dat nou door argeloze kiezers te misleiden? Voorzie dat ding in ieder geval van een waarschuwing.

Deze middencoalitie zal niet op ieders steun kunnen rekenen. Het strategisch stemadvies voor hen die links-midden willen, is dan ook om linkser te stemmen dan ze oorspronkelijk van plan zijn en voor hen die midden-rechts willen om rechtser te stemmen dan ze oorspronkelijk van plan zijn. De Stembreker is er dan voor de middenstemmers.

Jasper Lukkezen doet een promotieonderzoek in de economie aan de Universiteit Utrecht en is onderzoeker bij het Centraal Planbureau. Hij schreef dit artikel op persoonlijke titel.