Nu Nederland profiteert, trekt het zich terug

Juist nu Nederland kan gaan profiteren van de decennialang opgebouwde goodwill in Latijns-Amerika, sluit de overheid er ambassades. Stop deze kortzichtigheid, betoogt Jos van Gennip.

Een aards paradijs is het nog niet, maar Latijns-Amerika is enorm veranderd vergeleken met vijfentwintig jaar geleden. Toen was het steeds in het nieuws met geweld, schending van mensenrechten, armoede, ondraaglijke schulden. Inmiddels is een land als Brazilië uitgegroeid tot een politieke en economische grootmacht, en wordt het te hulp geroepen om Portugese schulden op te kopen.

Of neem Chili. Velen herinneren zich de beelden van een hongerend en vervolgd volk. Maar het land heeft de laatste twintig jaar wel ingrijpende sociale veranderingen doorgevoerd en is – zonder ontkenning van sociale ongelijkheid en problemen – economisch en financieel een monument van stabiliteit geworden.

Nederlandse ontwikkelingshulp heeft daaraan een belangrijke bijdrage geleverd. Meerdere regeringsleiders, waaronder president Lula van Brazilië en de presidenten Aylwin en Bachelet van Chili, zijn naar ons land gekomen met de boodschap dat de rol van Nederland in de laatste decennia van de vorige eeuw belangrijk en succesvol is geweest, niet in het minst bij de transitie naar democratie, de opbouw van de rechtstaat en de bescherming van de mensenrechten. Tientallen huidige ministers en regeringsleiders hebben in de periode van vervolging en onderdrukking overlevingssteun van hieruit gekregen, of zijn in Nederland opgevangen. Doorslaggevend was de moed en de visie van die Chilenen zelf, maar de Nederlandse steun was wel instrumenteel. In het eerste democratische kabinet na de val van Pinochet verstond of sprak de helft van de bewindspersonen in Chili Nederlands.

En nu dreigt iets merkwaardigs. Een voormalige Chileense ambassadeur verbaasde zich er al over dat Nederland zo weinig gebruik maakte van die goodwill, de wederzijdse kennis en het vertrouwen dat door onze ontwikkelingssamenwerking was opgebouwd. Met de terugkeer van de honderden ontwikkelingswerkers en deskundigen gaat een generatie van kennis verloren. Al eerder was de uitgebreide aanwezigheid van Nederlandse missionarissen (indertijd meer dan tweeduizend) verdampt, en daarmee de kennis uit eerste hand van wat de echte situatie in zoveel streken was. Nederlandse kranten hebben hun correspondenten uit de meeste hoofdsteden teruggehaald en ambassades worden gesloten. Geen Latijns-Amerikaanse universiteit leert nog Nederlands, stelde professor Baud onlangs op de jaarlijkse ontmoetingsconferentie tussen Europa en Latijns-Amerika.

Betekent het sluiten van het ontwikkelingshoofdstuk het afbreken van de relaties? Dat zou kapitaalvernietiging zijn, en ook een miskenning van waar het in de komende tien, twintig jaar mondiaal om gaat. Nog is Europa de belangrijkste investeerder in Latijns-Amerika en Nederland neemt daarbij een vooraanstaande plaats in. Maar China is hard op weg die positie over te nemen en vertaalt dat ook in politieke banden.

Een belangrijk analist als professor Carlo Secchi omschrijft de stuntelende en afbrokkelende relatie tussen Europa en dat deel van de wereld als „weer een nieuwe gemiste kans voor ons”. Wanneer realiseren we ons dat voor voedselzekerheid, energievoorziening, beperking van de klimaatverandering, biodiversiteit en economische groei het continent onmisbaar is geworden. Voor ons wel te verstaan!

Europa is aan het terugvallen tot onder de vijf procent van de wereldbevolking, met een navenant slinkende invloed. We hebben bondgenoten nodig om de rauwe werkelijkheid van de globalisering te temmen en te ordenen in versterking van het daarvoor broodnodige multilaterale systeem. Bondgenoten die onze ideeën delen met betrekking tot recht en gerechtigheid. Weinig regio’s zitten op dit terrein zo dicht bij ons als Latijns-Amerika. Voor de toekomstige wereldordening gaat dat nog dieper en verder. Als we willen koersen op een alliantie van beschavingen en niet een keiharde botsing, dan moeten we ons Atlantisch Bondgenootschap nieuwe inhoud geven, en nieuwe vorm: een bondgenootschap dat het gehele westelijke halfrond omvat. Omgekeerd: zonder een band met die zuidelijke helft zal dat bondgenootschap irrelevant worden. Dat betekent partnerschap en gelijkwaardigheid. Nederland zelf moet daarbij zowel visie als voorzieningen ontwikkelen, snel en met grote energie. Het zou ongelooflijk kortzichtig zijn de aandacht over te laten aan de met Latijns-Amerika taalverwante leden van de EU. De verhuiswagens van de net gesloten ambassades zouden moeten omdraaien, kennis en contacten moeten worden versterkt en vernieuwd.

Mr. Jos van Gennip is voormalig lid van de Eerste Kamer voor het CDA en momenteel voorzitter van Socires, een denktank over de Europese samenleving.

Dit is een samenvatting van de rede, die hij gaf bij het ontvangen van het Grootkruis in de orde van Bernardo O’Higgins, de hoogste buitenlandse onderscheiding van Chili.