Nee, ze liegen niet, ze vertellen gewoon niet alles

„Leugens”, riep het Tweede Kamerlid Marcel van Dam (PvdA) dertig jaar geleden door de vergaderzaal. De voorzitter vroeg hem zijn woorden terug te nemen. Politici liegen niet. Van Dam bond in en maakte ervan: „Het tegendeel van de waarheid heb ik zelden pregnanter onder woorden gebracht gezien.” Dat mocht wel.

Liegen ligt gevoelig. Een politicus wordt geacht dat niet te doen. En zeker een minister die tegenover de Tweede Kamer verantwoording dient af te leggen doet dat niet. Het parlement onjuist informeren is zo ongeveer het ernstigste oordeel dat over een bewindspersoon kan worden geveld.

Maar hoe zit het met het onjuist informeren van de kiezer? Gebeurt niet, zeggen de politici in koor. Wat wij beweren, is niet alleen de waarheid, maar ook nog eens het beste voor het land. En dan komt er weer een studie, een rapport of een ‘objectieve’ deskundige om het eigen gelijk te staven.

Het wordt wel typisch Nederlands genoemd: politici die elkaar niet bestrijden op ideeën, maar op feiten. Een groot politiek debat is in Nederland al gauw een debat over de cijfertjes met slechts één ultieme waarheid. Niet voor niets is ‘goede dossierkennis’ het grootste compliment dat een Nederlandse politicus kan krijgen.

Bijna alle partijen hebben sinds gisteren hun stempeltje van het CPB. En bijna allemaal zijn ze blij. Hoe dat kan? Omdat iedereen ongelogen het zijne uit de cijferreeksen van het Planbureau kan halen. Dat de gemaakte keuzes ook negatieve gevolgen elders hebben, wordt er vaak niet bij verteld.

Want dat is geen liegen. Of zoals doorgewinterde politici zeggen: liegen mag niet, maar niet de gehele waarheid vertellen mag wel.

Dat laatste is wat volop gebeurt. Het absorptievermogen van de kiezer is beperkt, en daarom moet de politicus het eerst hebben van de beeldvorming. En als het beeld er eenmaal is, van versterking van dat beeld. Opkomen voor de hardwerkende Nederlander, tegen het allesoverheersende Europa, voor hervorming, tegen het asociaal bezuinigen. Zijn die labels er eenmaal, dan is het slechts een kwestie van voorbeelden en tegenvoorbeelden erbij zoeken. In de veilige wetenschap dat in de statementdemocratie de ruimte voor het volledige verhaal er toch niet is.

En dus wordt het nietes-welles. Wie één van deze twee woorden met de meeste overtuiging kan poneren, is de winnaar.