Met een kijkdoos speuren naar parels

Met een speciale kijkdoos speuren twee jonge duikers de zeebodem van de haven van Khairan af naar parels. Voordat Koeweit in 1946 begon met de export van olie, waren parels de belangrijkste inkomstenbron van het kleine Arabische land. Om de jonge generatie de spanning en ontbering van hun op parel vissende voorouders te laten ervaren, wordt er onder toeziend oog van de emir van Koeweit elk jaar een festival georganiseerd.

Erg lucratief was het parelvissen vroeger niet: 1.000 kg schelpdieren leverde slechts zo’n 3 à 4 parels van goede kwaliteit op. Het was een gevaarlijk beroep, omdat de duikers naar een diepte van soms wel 40 meter moesten gaan, zonder de geavanceerde duikpakken en instrumenten van vandaag de dag. Het risico op de duikersziekte (decompressieziekte) bij het bovenkomen was groot.

Koeweit veranderde met de oliedollars in een van de rijkste landen ter wereld per hoofd van de bevolking, maar wordt zich er steeds meer van bewust dat het succes van olie heeft geleid tot afhankelijkheid van slechts één bron van inkomsten.

Voorlopig hoeft Koeweit zich geen zorgen te maken. Begin deze maand maakte het ministerie van Financiën bekend dat Koeweit goed heeft verdiend aan de hoge olieprijzen: de totale inkomsten van Koeweit waren ruim 86 miljard euro, waarvan bijna 95 procent uit de olieverkoop.